Tony Blair moet zijn grootste concurrent voor het premierschap al een tijdje binnen de eigen Labour-rangen zoeken. Zelfs een week voor de nationale parlementsverkiezingen lijkt buiten Blair alleen de huidige minister van Financiën Gordon Brown de komende jaren aanspraak te kunnen maken op het hoogste politieke ambt. Er zijn inmiddels hele boeken verschenen over de machinaties die beide toppolitici tegen elkaar ondernomen hebben, maar ze zijn er tijdens de traditionele campagne wonderwel in geslaagd om alvast de schijn van vriendschap hoog te houden.
...

Tony Blair moet zijn grootste concurrent voor het premierschap al een tijdje binnen de eigen Labour-rangen zoeken. Zelfs een week voor de nationale parlementsverkiezingen lijkt buiten Blair alleen de huidige minister van Financiën Gordon Brown de komende jaren aanspraak te kunnen maken op het hoogste politieke ambt. Er zijn inmiddels hele boeken verschenen over de machinaties die beide toppolitici tegen elkaar ondernomen hebben, maar ze zijn er tijdens de traditionele campagne wonderwel in geslaagd om alvast de schijn van vriendschap hoog te houden. Volgens insiders omdat de steeds populairder wordende minister van Financiën de belofte heeft gekregen dat hij halverwege de volgende ambtstermijn het roer mag overnemen, een stelling die ook de naaste medewerkers van Blair bevestigen. Alleen King Tony zelf blijft volhouden dat, als de Britten hem voor een derde keer verkiezen, hij de komende vier jaar op zijn troon zal blijven zitten. Over wat daarna komt, bestaat geen twijfel. 'Het is hoe dan ook de laatste keer dat ik mij kandidaat stel', antwoordt Blair aan iedereen die peilt naar zijn toekomstperspectieven. De vraag is alleen of die laatste keer niet een keer te veel is. Slechts een klein deel van de traditionele Labour-kiezers zijn ontevreden over hun partij. Het struikelblok is de leider. Sinds de oorlog in Irak twee jaar geleden uitbrak, is Blair nauwelijks uit de vuurlinie verdwenen, vaak ook binnen de eigen partij. In dat opzicht mag het al een wonder heten dat hij niet ergens onderweg is moeten afstappen. In schril contrast met die getormenteerde premier staat zijn minister van Financiën, die doorgaans als de grote verantwoordelijke wordt gezien van de relatief gunstige economische situatie in het Verenigd Koninkrijk. Browns begrotingsdeskundigheid is de voorbije jaren nooit een punt van discussie geweest. Het heeft hem in de aanloop naar de verkiezingen een overweldigende populariteit opgeleverd en dat heeft ook de concurrentie intussen ingezien. Daar waar de leider van de Conservative Party Michael Howard aanvankelijk naar de kiezer wou trekken met de slogan: 'Kies Blair, maar krijg Brown', om zo het 'kiezersbedrog' van Labour aan de kaak te stellen, heeft hij er de afgelopen weken voor geopteerd om al zijn pijlen op de huidige premier te richten. Dat werd duidelijk tijdens de enige onderlinge confrontatie van deze campagne. Blair heeft elk rechtstreeks debat met zijn twee uitdagers geweigerd, dus maakte Howard enkele weken geleden van het laatste vragenuurtje in het parlement gebruik om hem persoonlijk aan te vallen. Nadat de Tory-leider eerst een lijstje had opgesomd met alles wat onder Blair gestegen was - 'de criminaliteit, de belastingen, de collegegelden, de wachttijden, de immigratie en het schoolverzuim' - vroeg hij de Labour-parlementsleden op de man af wie het nog gedurfd had om in zijn kiesarrondissement een campagnefolder te gebruiken waarop ook een foto van de premier stond afgedrukt. Slechts twaalf handen gingen de hoogte in, tot groot jolijt van de Conservatieve fractie. Blair is het ondertussen gewoon om in het defensief te gaan, maar die moeilijke positie vertaalt zich niet meteen in de opiniepeilingen. Howard lijkt in elk geval geen winst te puren uit het belabberde imago van de premier. Dat is voor een deel te wijten aan het feit dat de Conservative-leider - zelf minister in de regering van John Major - er net als zijn voorgangers William Hague en Ian Duncan Smith niet in geslaagd is om te breken met het imago van de Conservative Party van voor 1997, waarmee de Britse kiezer acht jaar geleden zo genadeloos afrekende. Ook Blair weet dat. Tijdens de voorbije campagne kregen de twijfelaars steevast te horen dat een stem tegen Labour de terugkeer inluidt naar het Tory-beleid van midden de jaren negentig. Een nog grotere handicap voor Howard is de steun die zijn partij altijd heeft betuigd aan de Britse deelname aan de oorlog in Irak. Daardoor kan hij Blair onmogelijk aanvallen op de flank waar hij de laatste jaren het meest heeft moeten incasseren. Alleen de Liberal Democrats van Charles Kennedy hebben zich altijd verzet tegen de militaire ingreep en zullen daar nu wellicht, zij het beperkt, de electorale vruchten van plukken. Daarmee kan de partij verder blijven knagen aan het traditionele tweepartijenstelsel. Het principe van ' the winner takes it all' maakt echter dat een nationale winst in procenten zich niet noodzakelijk vertaalt in een hoger aantal volksvertegenwoordigers, aangezien er in elke kiesomschrijving maar een zetel te verdelen valt. Met de deelname aan de oorlog op zich lijkt Blair nog gemakkelijk weg te komen. Zijn verklaring luidt steevast dat 'wat de Amerikanen en de Britten ook gedaan hadden met het regime van Saddam Hoessein, het altijd een moeilijke beslissing zou zijn geweest, over een probleem waar eenvoudigweg geen ideale oplossing voor bestond'. Tot spijtbetuigingen is het dus nooit gekomen, ook niet over het feit dat de bondgenoten nooit massavernietigingwapens hebben gevonden en Blair bij hoog en bij laag blijft beweren dat zijn geheime diensten wel degelijk over die informatie beschikten, een onfrisse zaak die van Blair voor veel van zijn landgenoten 'een leugenaar zonder meer' heeft gemaakt. Toch mag niet vergeten worden dat Blair met de oorlog in Irak ook een aanzienlijk deel van de bevolking heeft weten te overtuigen. The Sun, tot nader order nog steeds de meest gelezen tabloid op de Britse eilanden, noemde de oorlog in Irak een van de belangrijkste argumenten bij zijn beslissing om in de campagne de kant te kiezen van Blair. Dat moment van steun ging overigens allerminst ongemerkt voorbij. De directie van de krant had voor de gelegenheid een grote schoorsteen op het dak laten monteren waaruit, nadat het verdict was gevallen, eerst witte en vervolgens rode rook opsteeg. Het is dus Labour geworden. Weliswaar 'bij gebrek aan een alternatief' en 'na lang beraad'. Volgens het begeleidende commentaarstuk 'krijgt Blair van The Sun de allerlaatste kans om zijn grote beloftes, die hij blijft verkondigen, na te komen'. De grote beloftes van Blair situeren zich vooral in de onderwijs- en de gezondheidssector, twee thema's die hij ook tijdens vorige verkiezingscampagnes als absolute prioriteiten bestempelde. Uit een recente internationale studie blijkt dat het Verenigd Koninkrijk het op twee na duurste land is om universitaire studies te volgen en de Liberal Democrats stellen dat de kosten onder het bewind van Labour met 240 procent gestegen zijn. Labour blijft echter bij haar standpunt dat het onmogelijk is om het aantal studenten aan Britse universiteiten uit te breiden zonder dat ze daarvoor moeten betalen. Kennedy erkent dat er daarvoor een belastingverhoging nodig is, maar spaarde zijn kritiek aan het adres van het 'socialistische' Labour niet. Zijn quote of the day luidde dat er 'in politieke kringen niets walgelijkers is dan voortdurend Labour-parlementsleden te moeten aanschouwen die openlijk breken met de programmapunten waarmee ze in 2001 in het parlement werden gestemd. Eens ze zelf boven zijn, halen ze de ladder met gelijke kansen naar omhoog.' Een ander heikel punt is de asielproblematiek. Tijdens de campagne zijn de Conservatieven er behoorlijk in geslaagd om dat thema naar zich toe te trekken. Opiniepeilingen geven aan dat een groot deel van de bevolking zich bijvoorbeeld wel kan vinden in hun voorstel voor quota op het maximaal aantal toegelaten asielzoekers. Labour blijft zich daartegen verzetten en stelt de invoering van identiteitskaarten voorop om de toevloed van illegalen tegen te gaan. Persoonlijk is Howard dat idee wel genegen, maar hij werd teruggefloten door een groot deel van zijn partijgenoten, waardoor de Conservative Party uiteindelijk een compromisstandpunt heeft ingenomen waarbij de kaart er enkel kan komen als aan een vijftal extra voorwaarden wordt voldaan. Dat de uitdagers nog altijd grote moeite ondervinden om een antwoord te vinden op de centrumkoers die New Labour sinds 1997 heeft uitgestippeld, blijkt uit de rest van de verkiezingsprogramma's. De partijen zijn het op veel punten met elkaar eens. Mede door de eerder gunstige economische situatie hebben noch de Conservatieven, noch de Liberaal Democraten zich laten verleiden tot sterke afwijkingen van het huidige beleid. Zolang de beide grote tegenstanders echter geen geloofwaardig alternatief kunnen voorleggen dat aanslaat bij de bevolking, maakt Labour zich weinig zorgen over de eigen tekortkomingen. Zelfs niet over de geloofwaardigheid van haar eigen leider. Hannes Cattebeke'The Sun' steunt Blair, 'na lang beraad' en 'bij gebrek aan beter'.