Blinde spinnen, doorzichtige duizendpoten en snorkelschorpioenen : in een grot in Roemenië, die miljoenen jaren van de buitenwereld afgesloten bleef, ontwikkelden zich vreemde vormen van oerleven.
...

Blinde spinnen, doorzichtige duizendpoten en snorkelschorpioenen : in een grot in Roemenië, die miljoenen jaren van de buitenwereld afgesloten bleef, ontwikkelden zich vreemde vormen van oerleven.Gele damp hangt over de heuvels van Mangalia. Temidden van de maïsvelden kleedt Serban Sarbu zich helemaal uit. Geen kruimel stof en zeker geen korrel zaad wil de speleoloog meenemen op zijn weg naar de diepte. Gehuld in zijn onderwereld-overall in schreeuwende kleuren, leidt hij drie mannen naar een betonnen sokkel, die eruit ziet als een kanaaltoegang, maar met sloten en stalen deuren verzegeld is als een bunker. Met gebogen draden opent hij de ijzeren poort. Treden leiden naar een trapportaal. Daar maakt Sarbu de mannen vast aan een touw. Als spinnen zweven de vorsers door een schacht van vijftien meter diep in het kalkgesteente. Een luchtsluis in de betonnen bodem scheidt ze van een van de meest vreemdsoortige oorden op deze planeet : de doolhof van gangen in de Pestera Movile, de grot onder de heuvels. Sarbu meldde het bestaan van deze grot aan het Amerikaanse wetenschappelijke vaktijdschrift Science. Gedurende miljoenen jaren, waarin de grot aan de Roemeense Zwarte-Zeekust volledig afgesloten was van de buitenwereld, heeft zich daar een bestaan voortgezet, los van de aardse tijd. ?De grot is als een venster, waardoor we in verre tijden van de aardse geschiedenis terugblikken,? verklaart de bioloog Radu Popa. Maar daarmee zegt hij slechts de halve waarheid. Want nog geen dertig meter onder het aardoppervlak, en toch volledig afgezonderd van de aarde, heeft zich een eigen kosmos van voorheen nooit geziene levensvormen ontwikkeld een wereld van schepselen, die aantonen welke afzonderlijke paden de evolutie kan inslaan : louter op basis van warme gassen en zwavelwaterstof uit het binnenste van de aarde kwam een bizarre gemeenschap van vingerdikke bacteriënculturen, blinde reuzenbloedzuigers en vleesetende waterschorpioenen tot stand. Biologen uit Hamburg, Roemenië en Amerika willen nu de geheimen van dit verdoken wonderland ontsluieren. De wetenschappers kruipen op hun buik door een smalle pijp in de grot naar de onderwereld. Voor zich uit duwen ze aluminium koffers met daarin voor een fortuin aan meetapparatuur. Aan de kop van het groepje beweegt Sarbu zich voort als een krab, met de benen vooruit. Achter zich aan sleept hij zuurstofflessen, waarmee hij straks wil doordringen in de verste delen van de grot, waar het leven in een voor mensen dodelijke atmosfeer zeer intens bloeit. DE STANK VAN ROTTE EIERENDe gang leidt geleidelijk aan neerwaarts en na een paar tientallen meter mondt hij uit in een koepelruimte. Uit het binnenste van de grot stijgen zwaveldampen op met de stank van rotte eieren, ze prikken in de luchtwegen. In het schijnsel van de zaklampen glinsteren de eerste voorboden van het onderaardse leven : kristallen uit gips en geelschemerende apatiet. ?Afzettingen van zwavel- en fosforverbindingen, die door tal van grotorganismen worden afgescheiden,? legt Sarbu uit. De gebeenten van zeehonden, versteend in het koepelgewelf, zijn de zichtbare resten van een geologische formatie, die suggereert hoe de grot meer dan twaalf miljoen jaar geleden moet zijn ontstaan. Uit het bodembezinksel van een prehistorische zee heeft het water een labyrint van gangen en ruimten uitgevreten, die zich over honderden vierkante kilometer uitstrekken. De koepelruimte heeft vijf aftakkingen : corridors die doodlopen en andere, die in een kring terug naar de koepel leiden. Door een van de openingen schuift Sarbu verder in de darmachtige kronkelingen van het gangensysteem. Plots geeft een galerij uitzicht op een gewelf, waar een meer in de diepte melkachtig de stralen van de zaklampen weerspiegelt ; hier gaan de droge corridors over in een amfibische wereld van grottenmeren en verborgen waterlopen. Onder een vooruitstekend gedeelte heeft Sarbu bij vorige expedities een onderaards laboratorium gebouwd : reageerbuizen en flessen met radioactieve testsubstanties leunen tegen de kalkstenen wanden, die door de neerslag van de zwavelzuren zo doorweekt zijn, dat je er moeiteloos je vinger kunt in steken. Met bewegingen als in een vertraagde film bereiden de vorsers hun experimenten voor. Ze vechten tegen de vermoeidheid de giftige grotlucht, die ze inademden, heeft zich in de bloedbaan verspreid. Een zwijgzame Roemeen, die even verpoost, ligt vijf minuten later op de bodem van de grot te snurken. Slechts spaarzaam kan zuurstof door de fijne barsten in het gesteente tot de grot doordringen. Kooldioxide, hier tienmaal zo geconcentreerd als in de aardse atmosfeer daarbuiten, verlamt de ademhaling. De zwavelwaterstof, die uit het meer komt, vreet in op de menselijke stofwisseling en is zo giftig als cyaankali. Maar aan de oever van het grottenmeer tiert het leven. Doorzichtige krabben en blinde zwarte spinnen jagen aan de waterkant. Duizendpoten, zo groot als een handpalm, tasten met hun antennes naar prooien, die ze dan met giftige klauwen doden. Slijmerige bloedzuigers, die tot 25 centimeter lang kunnen worden, zuigen wormen op alsof het spaghetti was. In het meer zelf loeren waterschorpioenen, die via een snorkeltje op de achterkant van hun lichamen lucht opzuigen. Dat de onderaardse kosmos volledig geïsoleerd was, leidt Sarbu af uit celproeven, die hij van dode grotdieren heeft genomen de atoomgewichten van daarin bevatte stikstof en koolstof zijn helemaal anders ingedeeld dan in alle levende wezens aan het oppervlak. Intussen hebben labo's in Roemenië, West-Europa en Amerika honderden van Sarbu's tests benut. MET DANK AAN CEAUÇESCUMomenteel werd al een deeltje ontsluierd van de biologische geheimen van deze wereld, die door de grillen van een despoot eerst ontdekt en vervolgens weer vergeten werd. Toen Nicolae Ceauçescu in 1986 de Zwarte-Zeekust van zijn land in een helikopter overvloog, had hij bevolen om in de heuvels van Mangalia een reusachtige elektriciteitscentrale te bouwen. De geoloog die de ondergrond moest onderzoeken, was Christian Lascu, toevallig een vriend van Sarbu. Hij liet de dorpelingen een schacht uitkappen in de kalksteen. Daarbij stootte hij op de gang in de Movile-grot. Het project voor de centrale werd wegens de gaten in de ondergrond afgelast en doodgezwegen want een Ceauçescu vergist zich niet. Toen al verklaarde Lascu in een radio-interview, dat de grot een ?wetenschappelijke schat? bevatte. Toen de dorpsbewoners die schat wilden zoeken, vonden ze in de grot alleen maar bloedzuigers en spinnen, waarop ze de ingang met stenen versperden en de grot in de vergetelheid geraakte. Alleen Lascu en Sarbu dachten nog dikwijls aan wat het ondergrondse daar wel gevangen kon houden. Sarbu had zich intussen in het Westen gevestigd ; hij kwam aan de kost als verver bij een Newyorks bouwbedrijf. Tot een Amerikaans professor over de bizarre ontdekking hoorde, de Roemeense migrant opzocht en de voormalige biologieleraar een job aan zijn instituut bezorgde. In 1990, kort na Ceauçescu's terechtstelling, keerde Sarbu terug naar Roemenië. Hij maakte de ingang van de grot weer open en bouwde zich in de buurt een huis met laboratorium. Daar leidt hij sindsdien, met financiële steun uit de Verenigde Staten, een kluizenaarsbestaan en probeert te doorgronden hoe het leven in de grot functioneert : ?Op geen enkele andere plek laat de natuur zo in haar kaarten kijken.? Een barst in de aardkorst schiep het decor voor dit unieke ecosysteem. Door deze barst kan uit een diepte van vierhonderd meter warm water naar boven in de grot dringen, waaruit zwavelwaterstof en methaan opborrelen de beide gassen waarop het leven in Movile berust. Een onderaardse rivier doorstroomt de grot en mondt uit in het meer, dat door zwavelverbindingen melkachtig troebel is. Maar de voedingsstof voor de onderaardse dieren ontstaat een paar duizend meter stroomafwaarts : in gasbellen boven het water. Door fijne spleten in het gesteente kunnen spinnen en pissebedden in deze leefruimte rondkruipen ; Sarbu moet echter duiken. Zwavel wervelt op, als hij in het meer plonst en met langzame slagen van zijn zwemvliezen in een smalle rotspijp verdwijnt. Hij sleept een draad mee om zijn weg terug te vinden. In de rotskamers boven de stroom is de atmosfeer zo giftig, dat een mens er zonder zuurstofflessen meteen zou stikken. Maar nergens in de grot bloeit het leven zo weelderig als hier. Bij het opduiken, stoot Sarbu door de ruim een centimeter dikke slijmlaag van bacteriën, paddestoelen en wormen. Deze witte massa, energierijk als druivensuiker en aan het oppervlak zo zuur als azijn, is het voedsel voor de creaturen in de donkere antiwereld van Movile. ZONDER ZON EN ZONDER ZUURSTOFTerwijl aan het aardoppervlak algen en planten de biomassa opbouwen met de energie van de zon, benutten de micro-organismen van de Roemeense grot de chemische energie, die bij zwavelwaterstofomzettingen vrijkomt. Helemaal zonder zuurstof gedijen en vermenigvuldigen zich de microben volgens een principe, dat biologen ook al hebben waargenomen in bacteriënkolonies bij zwavelbronnen in de diepten van de oceaan. Maar hoe kunnen de bacteriën-etende wormen het in de door zwavel giftige en luchtdichte slijmlagen uithouden ? Kunnen niet alleen bacteriën, maar ook hogere organismen zonder zuurstof overleven ? ?Blijkbaar,? antwoordt de Hamburgse bioloog Olav Giere. ?Maar hoe ze het doen, weten we niet.? Zeker is dat de Movile-pissebedden, die met honderdduizenden de bacteriënlagen afgrazen en de zwarte spinnen, die met hun lange poten over de slijmlagen lopen en op pissebedden jagen, hebben geleerd om het, althans voor een tijd, met een zuurstofaanbod te doen, dat nog niet eens half zo groot is als op het aardoppervlak. In twee evolutiestappen, denkt Sarbu, hebben de schepselen zich aangepast aan de omstandigheden in de grot, die voor hen oorspronkelijk een slechts toevluchtsoord was. Bij een klimaatramp, vijf en een half miljoen jaar geleden, teisterden ijskoude winters de tot dan toe tropische Zwarte Zee. Sarbu : ?Een aantal levensvormen hebben zich teruggetrokken in de door warm water gekoesterde grot.? Omdat de ingang toen nog open was, bleek zuurstofgebrek aanvankelijk geen probleem. De dieren moesten zich alleen opmaken voor een leven in voortdurende duisternis. De pantsers van de pissebedden en de huizen van de slakken werden doorzichtig, doordat de lichamen geen beschutting tegen het licht meer nodig hadden. Vele dieren verloren hun gezichtsvermogen en ontwikkelden ongewoon lange antennes. Pas later sloot zich de onderaardse kerker van de dieren en in dezelfde mate als waarin de giftige gassen zich begonnen op te hopen, moesten de holbewoners hun stofwisseling aanpassen. Toen de grot zich na de jongste ijstijd, zo'n achtduizend jaar geleden, nog eenmaal voor korte tijd opende, doordat de zeespiegel van de Zwarte Zee daalde, was de evolutie in de onderaardse wereld al sinds lang haar eigen weg gegaan. De meesten van de onderwereldwezens waren zo sterk veranderd dat ze het onder gewone aardse omstandigheden niet meer konden uithouden. De vorsers stelden vast dat van de 48 diersoorten, die in de gangen van de grot werden geteld, er nog 33 overgebleven. Dit getal maakte Serban Sarbu maanden geleden al openbaar, en daarna werd het duidelijk dat de Movile-grot een tegen de omgeving afgesloten systeem bevatte. Intussen echter is de Roemeen gezwicht voor de verleiding om ook nog in de bronnen in de omgeving te gaan duiken. Op de bodem van de schachten, waaruit de boeren van Mangalia zwavelachtig water naar hun maïsvelden pompen, trof Sarbu oude bekenden aan : de blinde spinnen, de doorzichtige duizendpoten en de snorkelschorpioenen, kilometers ver van de Movile-grot. ?We hebben nog maar een glimp gezien,? besluit hij. ?Blijkbaar is de barstige ondergrond hier overal gekoloniseerd.? Copyright Der Spiegel vertaling en bewerking Lode WillemsLascona christiani, een spin van de clubionidae familie.De tracheliptus troglobius is een insect van de trachelipidae familie.Vasil Deca, hoofd van het laboratorium voor biospeleologie in Boekarest.Doden om te overleven. In dit opzicht verschilt deze wereld niet van de andere : een tracheliptus (links) in de klauwen van een nepe (rechts), een nog nooit gezien waterinsect.Een albino versie van de asellus aquaticus, uniek op de wereld.