Johan Vande Lanotte (SP) zet maar tijdelijk een stap opzij. "Zelfs als ik gewoon SP-militant word, is mijn politieke carrière niet afgelopen", zei de vice-premier bij zijn vertrek. De kans dat hij in september via de grote poort weerkeert, is reëel. Hij wordt getipt als nieuwe SP-voorzitter, maar zou daar zelf niet veel voor voelen.
...

Johan Vande Lanotte (SP) zet maar tijdelijk een stap opzij. "Zelfs als ik gewoon SP-militant word, is mijn politieke carrière niet afgelopen", zei de vice-premier bij zijn vertrek. De kans dat hij in september via de grote poort weerkeert, is reëel. Hij wordt getipt als nieuwe SP-voorzitter, maar zou daar zelf niet veel voor voelen. Vande Lanotte begon zijn politieke carrière in 1988 als kabinetschef van zijn opvolger, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback (SP). Hij was amper 33 jaar en werd twee jaar eerder doctor in de rechten met een proefschrift over decentralisatie en federalisme. Zijn kennis kwam hem van pas in een periode dat de regering werk maakte van een nieuwe ronde in de staatshervorming. Vanuit het kabinet werd de van Poperinge afkomstige kabinetschef in Oostende gedropt. Daar waren de rellen onder de socialistische kameraden legendarisch geworden. In geen tijd wierp Vande Lanotte zich op als een van de sterke mannen van de partij, niet het minst in zijn nieuwe kiesarrondissement. Van een aangespoeld en door het apparaat geplaatste politicus werkte hij zich snel op tot een electorale magneet. In de discussie rond de aanslag op het Oostendse casino van Leon Stijnen, koos de vice-premier openlijk partij voor de privé-investeerder die een flatgebouw op de plaats van het casino wilde zetten: VLD-kamerlid Aimé Desimpel. Politiek Oostende zag daarin de voorafspiegeling van een nieuwe, paarse coalitie. De VLD stuurt Desimpel immers van zijn thuisbasis Kortemark naar de koningin der badsteden. ONMENSELIJKE WETAls vice-premier gold Johan Vande Lanotte als een van de sterkhouders van de Vlaamse socialisten. Aanvankelijk moest hij, als opvolger van de economisch meer onderlegde vice-premier Frank Vandenbroucke, zijn sociaal-economische kennis bijspijkeren. Nadien botste hij ter linkerzijde met de tegenstanders van de in hun ogen te strenge asielwet. Zelfs de christen-democratische coalitiepartner vond de wet onmenselijk. Vande Lanotte ging het conflict nooit uit de weg. Hij nam het op voor rijkswachters die iedereen al lang had afgeschreven, zeker in de commissie- Verwilghen. Hij ontsloeg de Schaarbeekse commissaris Johan Demol, al wist hij dat Demol als kandidaat voor het Vlaams Blok het communautair evenwicht in Brussel grondig kon verstoren, en dat hij extreem rechts een electoraal cadeau deed. Zijn voortijdig vertrek brengt mee dat hij zijn politiehervorming niet kan afmaken. Vande Lanotte kreeg veel kritiek omdat hij de rijkswacht door dik en dun bleef verdedigen. De onverschilligheid van twee rijkswachters werd hem uiteindelijk fataal. Alvast voorlopig.P.R.