De Fransman Descartes verbleef lange tijd in Nederland, deed het Duitse gebied aan en stierf op zijn vierenvijftigste in Zweden.
...

De Fransman Descartes verbleef lange tijd in Nederland, deed het Duitse gebied aan en stierf op zijn vierenvijftigste in Zweden.Precies vierhonderd jaar geleden wordt René Descartes, op 31 maart 1596, geboren in het stadje La Haye (Touraine) nabij zijn ouderlijk huis in Châtellerault (Poitou) waar zijn vader Joachim vandaan komt. Die is van lagere adel, lid van het koninklijk parlement en heer van onder andere het bescheiden landgoed ?Le Perron?. Jeanne Brochard, moeder van René, sterft dertien maanden na de geboorte in een volgend kraambed. Van 1606 tot 1614 verblijft René Descartes in het (destijds beroemde en door 1.500 studenten bevolkte) jezuïetencollege van La Flèche, waar hij de klassieke humaniora volgt. Vanwege zijn zwakke gezondheid mag hij er 's ochtends uitslapen in een eigen kamer. Hij voelt zich er gelukkig en zal de school later dankbaar blijven, alhoewel ze hem intellectueel tegenviel. In 1615-1616 studeert hij burgerlijk en canoniek recht aan de universiteit van Poitiers. Vermoedelijk doet hij er, als vrije leerling, wat geneeskunde bij. Hij houdt echter het meest van wiskunde. Rond zijn twintigste is hij een welopgevoede, lichtjes mondaine jongeman die graag de schermsport beoefent. Nogal tegen de zin van zijn vader wil hij door Europa reizen. Daarom gaat hij van begin 1618 tot maart 1619 als ?huurling op eigen kosten? in (protestantse) militaire dienst bij Maurits van Nassau, prins van Oranje. Standplaats : Breda. Er wordt niet gevochten, het twaalfjarig bestand (1609-1621) is van kracht. Maakt zijn eerste Nederlandse vrienden. Schrijft een verhandeling over muzikale harmonie en akoestiek, bestudeert vestingbouw-architectuur, schildert wat en leert Nederlands als omgangstaal. Mogelijk contact met de al bejaarde Vlaming Simon Stevin. Tussen de zomer van 1619 en februari 1620 vertoeft Descartes in Duitsland, nu bij het door de hertog van Beieren aangevoerde katholieke leger. Op bivak in de buurt van Ulm aan de Donau heeft hij ?bij de kachel? op 10 november 1619 zijn beroemde ?droom met de meloen?. Die vertelt hem dat het samenbrengen van alle weten in één theorie zijn levenstaak zal moeten worden. Tot de herfst van 1628 zwerft Descartes rond en verblijft hij onder andere twee jaar in Parijs waar de ?verstrooiingen? van het sociale leven hem van zijn werk afhouden. Geruchten dat hij inmiddels behoort tot het door de kerk verboden, geheime en half vrijzinnige genootschap van de Rozenkruisers worden sterker. Voorjaar 1629 : Descartes daagt op aan de universiteit van Franeker in Friesland. Hij houdt zich daar, zoals later Spinoza, vooral bezig met de kunst van het lenzen slijpen. De berekening van parabolische vergrootglazen fascineert hem. Vermoedelijk heeft hij in Franeker een tien jaar jongere, door vele intellectuelen begeerde vriendin : Anna Maria van Schurman. Zij heeft echter ook contact met een van Descartes' latere aartsvijanden, de theoloog en ketterjager Gijsbert Voet. Descartes is jaloers. Eind 1629 bevindt hij zich in het Amsterdam van Vondel, om er naar het antieke woord van Ovidius, ?in het verborgene gelukkig te leven.? Houdt zich bezig met scheikunde, anatomie (hart, bloedsomloop) en de hem intrigerende kleuren van de regenboog. Kort daarop : inschrijving van korte duur aan de universiteit in Leiden. Veel correspondentie met de vooruitstrevende Parijse minderbroeder en ?secretaris van het geleerde Europa? Marin Mersenne (1588-1648), zijn levenslange mentor en vooral kerkelijke beschermer. Beginnende vriendschap met de protestant Constantijn Huygens, secretaris van de prins van Oranje en lid van de Staatsraad. Descartes schrijft in 1631 een hulde aan het nijvere, kosmopolitische en multireligieuze Amsterdam. Huygens zal jarenlang, via diplomatieke post, zijn briefwisseling met Mersenne behartigen. Van midden 1632 tot eind 1633 : hogeschool Deventer. ?Het leven is hier goedkoper.? Subtiele aanvaringen met dominees die niet van zijn katholiek etiket houden, brengen Descartes tot een oecumenisme avant-la-lettre : we dienen allen dezelfde God. Voltooit zijn ?Verhandeling over de Wereld? die uitgaat van de Copernicus-stelling (uit 1543) dat de aarde rond de zon draait. Wanneer hij verneemt dat Galileo Galilei voor dat zogenaamd heliocentrisme zopas door Rome veroordeeld is, trekt hij zijn manuscript ijlings in. ?Ik wil geen pennentwisten, maar rust. Trouwens, ik houd niet van boeken schrijven en nog minder van ze te publiceren.? In 1634 woont hij een tijd in Amsterdam, waar hij bij zijn huishoudster Helena Jans een dochtertje verwekt. Heel discreet verbergt de eeuwige vrijgezel zijn ?boelinne? in, waarschijnlijk, Deventer. Ze schrijven elkaar brieven, in het Nederlands. Tot het kind in 1640 aan roodvonk zal sterven, moet het tegenover de buitenwereld doorgaan voor zijn ?nichtje?. Descartes treurt oprecht over het verlies van ?Fransintje? alias ?Francinette?. Van 1634 tot februari 1636 : verblijf in Utrecht. Het beroemde ?Discours de la Méthode? is af. De uitgevers Matthijs en Bonaventure Elzevier willen het in omloop brengen. Descartes, altijd een moeilijke man, geeft echter de voorkeur aan Jan Maire in Leiden. Constantijn Huygens helpt hem met het aanvragen van de voor schrijvers vereiste octrooien. In juni 1637 verschijnt, zonder enige auteursnaam en met talloze zetfouten, de Methode, aangevuld door drie essays. Honorarium voor de auteur : tweehonderd exemplaren uit een druk van drieduizend. Bijna alle Europese universiteiten reageren spoedig, vurig en verdeeld. Descartes trekt zich terug in Zandvoort, waarschijnlijk tot de lente van 1640. Hij keert dan terug naar Leiden, om voor een klein jaar te gaan wonen in het huis van zijn leerling Jan Gillot. 1641-1642. Parijs begroet het tweede Cartesiaanse hoofdwerk, oorspronkelijk in het Latijn want liever voor vakgenoten bestemd : ?Meditationes de prima philiosophia?. De titel is zichtbaar afgeleid van kerkvader Augustinus. Volgt eindelijk maatschappelijke erkenning, na de op dat punt ?mislukte? Methode ? Verhuis naar kasteel en intellectueel trefpunt ?Endegeest?, niet ver van de stad Leiden. Geen onmiddellijke geldzorgen meer, vanwege een gunstig afgewikkelde erfenis. Wel een steeds hoger oplaaiende, bijwijlen onhoffelijke twist met universiteitsrector Gijsbrecht Voet (Utrecht) en diens volgelingen. De nu rechtuit als ?gemaskerde, goddeloze Rozenkruiser? afgeschilderde Descartes lijdt eronder dat hij, in zijn vakgebied, geen academische graad heeft en niet doceert. April 1643-mei 1644 : verhuis naar Den Hoef bij Alkmaar, wellicht om goekoper te kunnen wonen. Correspondentie met prinses Elisabeth van Bohemen, dochter van Elisabeth Stuart en kleindochter van Jacob I van Engeland. Vertrek naar zijn geboortestreek en Parijs. Daar wordt al over de jonge Blaise Pascal gesproken, uitvinder van een verbazende rekenmachine. In november 1644 : terugkeer naar Nederland. De man ?die zich nergens thuis voelt? gaat opnieuw, in Egmond, een sobere levenswijze zonder vlees, tabak of alcohol beoefenen. Hij acht het mogelijk 120 jaar oud te worden. Veel vriendelijke omgang met de boeren rond zijn hofstee, drukke briefwisseling met (over haar constipatie klagende) Elisabeth. ?Un amour intellectuel? maar wellicht ook een smeekbede om sociale en professionele bescherming vanwege de hogere adel. Descartes nadert de vijftig en is alleen. Van een hem in 1647 door Parijs beloofde staatstoelage komt niets in huis. Via de Franse ambassadeur Chanut in Stockholm wordt hij in steeds nauwer briefcontact gebracht met de jonge en eigengereide koningin Christina van Zweden, bloedverwante van Elisabeth. Descartes zwalpt tussen beide voorname dames, vooral bij het schrijven en opdragen van zijn ?Traité des passions de l'âme?. Hij begint op een ietwat vleierige hoveling te lijken. In mei 1649 verklaart hij zich bereid het schip naar Stockholm te nemen om daar huisleraar van Christina te worden. Hij arriveert er op 3 october, waarna hij onmiddellijk een dubieuze brief aan Elisabeth richt. Op 11 februari 1650 overlijdt Descartes in de Franse ambassade in Stockholm, na een achtdaagse ziekte. Officiële diagnose : longontsteking. Sommige onderzoekers gewagen echter van moord door arsenicumvergiftiging. De jezuïeten, die op kousevoeten bezig waren met de bekering van Christina (en dus van Scandinavië) tot het katholicisme, zouden de geestelijke invloed van Descartes op de Zweedse koningin via een moordcomplot hebben willen verijdelen.