Paul Muys
...

Paul Muys'Bio-technologische producten zijn sowieso al aan strengere controles onderworpen dan gelijk welk ander produkt. Een bijkomend aansprakelijkheidsregime is gewoon discriminerend. Europa is zeer beducht rond voedsel maar heeft er geen benul van wat de klassieke landbouw, met zijn chemische toevoegingen allemaal uitricht. De nakende gemeenteraadsverkiezingen doen onze tegenstanders terugkomen op goedkeuringen die zij in het verleden gegeven hebben. Maar zo kan een industrie niet werken en loop je het risico dat research-afdelingen naar de VS vertrekken. Daar wordt er minder argwanend gekeken naar de bio-technologische industrie. Nochthans valt men er ook niet in bosjes dood. Bovendien zijn de argumenten van de groenen niet wetenschappelijk onderbouwd. Ze maken de mensen graag bang met verhalen over superonkruid. Ook over de zogenaamde antibiotica-resistentie is er wetenschappelijk weinig reden tot bezorgdheid. Bovendien heeft de Europese bio-technologische industrie er alle belang bij om zichzelf beperkingen op te leggen. Het heeft geen zin om zich problemen op de hals te halen. De bio-technologische industrie wil geen winst maken ten koste van alles en zeker niet ten koste van de volksgezondheid, maar we werken wel met het geld van een ander om de dure research te kunnen bekostigen. Toch hoort een modern bedrijf een responsible player te zijn, die op de Algemene Vergadering nee moet kunnen zeggen tegen de aandeelhouder wanneer men twijfelt over de veiligheid van een product. Wanneer je er niet helemaal zeker van bent dat er op middellange of lange termijn nadelige gevolgen kunnen zijn, kun je een product beter niet op de markt brengen. Want dat komt nadien als een boemerang terug. Kijk maar naar wat Coca-Cola onlangs heeft meegemaakt door een puur psychologische crisis van jonge scholieren. Men is als de dood daarvoor en wil dit ten alle koste vermijden. De bio-technologische industrie doet haar huiswerk. Pas dan zal men een verzoek indienen bij de verantwoordelijke instanties om op proefvelden GMO's te mogen verbouwen of importeren.'Mika RailoHet Europees Parlement heeft de Europese consument in de steek gelaten, zegt Mika Railo, woordvoerder voor Greenpeace International. 'Er is vooruitgang geboekt, maar niet genoeg. Europese consumenten willen hier strenge regelgeving over. De beslissing was dus teleurstellend. Maar er zijn enkele lichtpunten. Zo is de procedure democratischer geworden. Vroeger was het mogelijk dat een product op de markt kwam al waren 13 van de 15 lidstaten tegen, maar Frankrijk voor. Dit is nu onmogelijk. Het verstrengde aansprakelijkheidsregime had erdoor moeten komen. Ook het verbod op gebruik van genen die antibiotica-resistentie kunnen veroorzaken, had er onmiddelijk moeten komen. Nu heeft men tijd tot 2005 om er komaf mee te maken. Maar deze producten zijn gevaarlijk en moeten dus onmiddellijk verboden worden. Er zijn trouwens perfect bruikbare alternatieven voorhanden. Tevens kunnen ze deze merkgenen verwijderen, maar dat kost de bio-techologische industrie natuurlijk geld. Medici zijn zeer bezorgd over het mogelijke effect. Met resistentie tegen antibiotica knoeien is spelen met vuur, denken we maar aan de effecten op tuberculose. Verder zijn er geen maatregelen genomen om de kruisbestuiving tussen genetisch gemanipuleerde planten en gewone planten tegen te gaan. Er is heel wat wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat die kruisbestuiving perfect mogelijk is. Een Canadees onderzoek toont aan dat één koolzaadplant drie genen had verzameld van andere planten. Het gevolg is een plant die resistent is tegen drie types onkruidverdelger. De bio-technologische industrie dreigt altijd met vertrek wanneer er beslissingen genomen worden die haar belangen bedreigen. Maar waar zou ze naartoe gaan? In de VS is de concurrentie bikkelhard en men wil de Europese markt toch niet kwijtspelen? De staat van dienst van de bio-technologische industrie toont helemaal niet aan dat ze zelf alle nodige voorzorgsmaatregelen treft. Integendeel. Het door haar aangevoerde bewijsmateriaal is meestal rommel. Zo spreekt ze bijvoorbeeld nooit over de ecologische gevolgen. En indien de staat van dienst zo onberispelijk is, waarom dan externe controle weigeren?'