Als een mens is wat hij eet, moet David Sylvian zwaar aan de kamfer en de paardenbloemen zitten. Sinds de verkleedpartij met Japan maakt hij rustige biologisch-dynamische muziekwerken waarin veel innerlijk leven verwerkt zit.
...

Als een mens is wat hij eet, moet David Sylvian zwaar aan de kamfer en de paardenbloemen zitten. Sinds de verkleedpartij met Japan maakt hij rustige biologisch-dynamische muziekwerken waarin veel innerlijk leven verwerkt zit. Te rustig vaak, want ganse volkeren krijgen spontane geeuwopstoten als ze onvoorbereid aan Sylvian worden blootgesteld. Het is weinig waarschijnlijk dat hij het daarover heeft wanneer hij stelt dat hij de enige is die zijn soort van muziek maakt. Dan doelt hij op luxueus ingeklede nummers met een goed afgestelde airconditioning en een weidse horizon. Op "Dead bees on a cake" lijkt hij daar na vijf jaar werken en twaalf jaar wachten de juiste kapvorm voor gevonden te hebben. Net als vroeger is het een lange trein der traagheid die langzaam een spoor trekt door oriëntaalse klanken. Maar de machinist is ouder en wijzer geworden. En er is een terminus. Eerst de poëzie. Bijen die doodvallen op een taart. Het is een metafoor voor de bedwelming die Sylvian ervaart tijdens zijn spirituele zoektochten. Hij geeft zich volledig over aan het goddelijke en voelt zijn ego wegsterven tijdens dat samensmeltingsproces met het object van zijn begeerte. De vrees voor new age komt ondertussen angstwekkend opwellen. Sylvian heeft zijn gemoed evenwel goed in de hand. En hij houdt altijd duidelijk een publiek voor ogen. Geen persoonlijke mis dus, maar een massagesalon voor de geest. De muren zijn wel bruin geverfd, maar de uitbater heeft ervoor gezorgd dat het er aangenaam vertoeven is. "Dead bees on a cake" dient zich heel spontaan aan en irriteert alleen wanneer het New Yorkse kunstpersoneel in "God man" en "Pollen path" te veel mag ontsporen. Zodra de teugels van mensen als Marc Ribot, Bill Frisell, Talvin Singh en de onvermijdelijke Ryuichi Sakamoto verstrakken, strijken de plooien zich echter automatisch glad. Steeds-voor-herhaling-vatbaar-mooi wordt het wanneer Kenny Wheeler in "Thaleim" zijn flugelhorn bovenhaalt en de pakkendste rockgerichte solo uitblaast sinds die van Chet Baker in "Shipbuilding" van Robert Wyatt. Met een ex aequo voor het poepsimpele "The shining of things", waarin Sylvian eigenlijk voor het eerst demonstreert hoe graag hij zingt. David Sylvian "Dead bees on a cake" (7243 8 47071 2 5/Virgin).Jan Delvaux