'Al meer dan twee jaar heb ik China niet gezien', vertelt Wang Mingzhong (43). De tengere sitemanager trekt van zijn sigaret en veegt met zijn mouw het zweet van zijn gezicht. Zijn rieten hoed beschermt hem nauwelijks tegen de evenaarszon. Samen met tientallen Ugandezen werkt hij aan een honderd meter hoge staalconstructie, die binnen enkele weken een betonnen brug moet worden. Zijn lange verblijf in het Oost-Afrikaanse land vindt de Chinees allesbehalve vreemd. 'Natuurlijk mis ik mijn familie. Maar door mijn werk hier kan mijn zoon straks naar de universiteit.'
...

'Al meer dan twee jaar heb ik China niet gezien', vertelt Wang Mingzhong (43). De tengere sitemanager trekt van zijn sigaret en veegt met zijn mouw het zweet van zijn gezicht. Zijn rieten hoed beschermt hem nauwelijks tegen de evenaarszon. Samen met tientallen Ugandezen werkt hij aan een honderd meter hoge staalconstructie, die binnen enkele weken een betonnen brug moet worden. Zijn lange verblijf in het Oost-Afrikaanse land vindt de Chinees allesbehalve vreemd. 'Natuurlijk mis ik mijn familie. Maar door mijn werk hier kan mijn zoon straks naar de universiteit.' Duizenden kilometers auto- en spoorweg, honderden scholen en tientallen voetbalstadions en ziekenhuizen heeft China al in Afrika aangelegd. Deels als 'presentjes' voor Afrikaanse regeringen, deels omdat het land met zijn bodemprijzen vrijwel elke openbare aanbesteding wint. Ook het Chinese staatsbedrijf Cico bouwt er driftig op los, in Egypte, Sudan, Tanzania en hier in het groene Rwenzori-gebergte in West-Uganda. Sinds maart 2010 legt het er een asfaltweg, inclusief bruggen, aan naar de grens met de Democratische Republiek Congo. Het wordt vanuit de Ugandese hoofdstad Kampala de snelste weg naar Oost-Congo, dat barst van de mineralen. De ruim zeventig Chinese werknemers hier verblijven in kampen die zijn opgetrokken uit triplex en golfplaten; een perfect voorbeeld van Chinese discipline, zelfopoffering en het talent om de kosten zo laag mogelijk te houden. Ze telen hun eigen groenten; in betonnen hokken worden varkens, eenden en kippen vetgemest. De arbeiders slapen in gehorige ruimten zonder vensters. Na het werk zitten ze op hun gammele bedden zonder matras te pokeren. Stipt om 6 uur 's ochtends worden ze door een bel uit bed gerinkeld, en dat zeven dagen per week. Ze werken van zonsopgang tot zonsondergang, alleen met Chinees Nieuwjaar en Chinese kerst hebben ze een dagje vrij. 'Bij ons is het elke dag maandag', grinnikt de 25-jarige Yu Tiejun. Hij wijt de lange werkweek aan de keiharde deadline. 'En vrije weekends zouden het project ook duurder maken', zegt hij. Het leven in Uganda valt hem zwaar, geeft hij toe. 'Natuurlijk is het heftig om zeven dagen per week te werken, ik heb al een paar keer malaria gehad, kan nauwelijks slapen door het gesnurk van mijn collega's, en ik voel me niet veilig.' Dat laatste komt door een recente kennismaking met het corrupte Ugandese rechtssysteem. Ugandezen stalen 2000 dollar en een laptop uit een van de kamers. Een dag nadat de Chinezen de daders aan de politie hadden overgedragen, waren ze spoorloos verdwenen. 'Zogenaamd ontsnapt', zucht de ingenieur. 'Als ze zich willen wreken, kunnen ze ons hier zo aanvallen.' Werken in Afrika geeft pas afgestudeerde Chinezen zoals Tiejun uitzicht op een aardige carrière. 'Door de toenemende concurrentie is het tegenwoordig ontzettend moeilijk om in China meteen een goeie job van je opleidingsniveau te vinden', vertelt de ingenieur, die in Uganda verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de aangelegde weg. In Afrika liggen de (Chinese) salarissen ook een stuk hoger. Bovendien hebben de Chinezen geen kosten en krijgen ze hun hele loon pas aan het eind van hun tweejarige contract uitbetaald, op 100 dollar maandelijks zakgeld na. 'Daardoor kunnen we in korte tijd veel geld sparen om bijvoorbeeld een huis in China te kopen, wat door de waanzinnig stijgende huizenprijzen niet vanzelfsprekend is.' Tiejun komt uit Shanghai, maar de meeste werknemers komen uit Chongqing, een stadsprovincie in het zuidwesten van China - waar het bedrijf Cico ook vandaan komt. Chinese bedrijven geven er vrijwel altijd de voorkeur aan hun personeel in één regio te rekruteren, zodat iedereen hetzelfde dialect spreekt, maar ook omdat werknemers zo makkelijker onder te duim te houden zijn. Misdraag je je in Afrika, dan bereikt dat nieuws snel je geboortestreek, en geen enkele Chinees wil thuis bekendstaan als een luierik of een dief. De bel rinkelt. Het is 8 uur 's avonds en de Chinezen haasten zich naar de kantine, waar ze zich storten op schalen vol gemarineerd vlees, in knoflook gebakken Chinese kool, pompoen, champignons en viskoppensoep, drie keer per dag bereid door een Chinese kok. 's Middags wordt het eten in metalen bakjes bij de Chinese wegwerkers gebracht, terwijl de Afrikaanse arbeiders elke dag uit emmers geschepte bonen met maïspap krijgen. Na het avondeten is het tijd voor een potje mahjong, een Chinees bordspel. In de weekends zingen ze karaoke in een van de kantoren. In de omringende dorpen komen ze zelden. 'Wat moeten we daar?' is het veel gehoorde antwoord van de Chinese arbeiders, die totaal geen behoefte lijken te hebben aan contact met de plaatselijke bevolking. 'Wanneer zouden we ook moeten gaan? We werken zeven dagen per week.' De Chinese aanwezigheid leidt in sommige Afrikaanse landen tot frictie, blijkt uit een verhaal van constructiemanager Huang Jie, die al twaalf jaar voor Cico werkt. Hij werkte eerder in Sudan. Vier jaar geleden schoten soldaten daar de varkens van Cico dood, ze dwongen de werknemers de kadavers met hun machines te begraven en eisten zelfs een vergoeding voor de gebruikte kogels. De manager kan erom lachen. 'Dat zijn nu eenmaal de regels van een islamitisch land. En we moeten de relatie met een regering goed houden.' Maar de Chinezen bleven wel lekker illegaal alcohol stoken, grinnikt hij. 'Af en toe rook het leger dat, maar ze hebben ons nooit gepakt.' Het onderhouden van goede relaties - in het Chinees bekend als 'guanxi' - is een heel belangrijke factor in het succes van Chinese bedrijven in Afrika. 'Als je geen goede relaties onderhoudt met de Afrikaanse autoriteiten, dan zullen ze het je erg moeilijk maken', zegt Tiejun. Hij vertelt dat Cico in Uganda regelmatig langsgaat bij politici, weleens een gebouw optrekt ter gelegenheid van een nationale feestdag, 'kleine presentjes' geeft, en aan het leger gratis water uitdeelt als het in de buurt komt trainen. Maar dat beschouwt Tiejun niet als corruptie. 'We geven nooit geld. Wel nodigen we hoge ambtenaren uit voor een etentje, vergoeden we hun benzine, of lenen we auto's aan hen uit.' Om te bewijzen hoe goed de relaties met de lokale autoriteiten zijn, nemen manager Huang en ingenieur Tiejun ons mee naar de grens met Congo, waar Cico bijna klaar is met een brug over de grensrivier. Even zwaaien en lachen naar de grensbeambten en de Chinezen mogen zonder enige stempel of controle doorrijden. We rijden Congo binnen, waar een douanier de heren met open armen ontvangt. 'We trekken de weg hier gratis, weliswaar onverhard, nog veertig meter door', vertelt Huang. 'We onderhandelen ondertussen met de Congolese autoriteiten of ze willen betalen om de weg te asfalteren.' Wanneer op de terugweg een van de Ugandese douaniers toch wat begint te sputteren, herinnert Tiejun hem er fijntjes aan wie binnenkort het douanekantoor van twee verdiepingen komt bouwen. 'Of willen jullie dat er vertraging komt?' Terug in de auto gieren de twee Chinezen het uit. Met de Ugandese arbeiders lijkt de relatie minder goed. Op de terugweg passeren we een potige Chinees die een foto maakt van een Ugandees die twee flessen vol brandstof vasthoudt. Diesel pikken, het komt vaak voor. 'Ze stelen alles wat los en vast zit: diesel, accu's, banden', moppert de Chinees, die Cico's beveiligingsofficier blijkt te zijn en de foto als bewijsstuk maakt. 'De diesel tappen ze vaak al rijdend af, zodat onze opzichters het niet merken.' De stelende medewerkers worden niet direct ontslagen, omdat het te veel tijd kost om nieuw personeel te vinden. Wel wordt hun maandelijkse bonus van 15.000 à 250.000 Ugandese shilling (4,30 à 72 euro, afhankelijk van hun functie) ingehouden. Om beurten klagen de Ugandezen dat ze zeven dagen per week moeten werken, veel te weinig verdienen, bij ziekte moeten doorwerken of anders niet betaald worden. 'Ik zou dolgraag ergens anders werken, maar het is dit of niets', zegt Robert Sunday. De ongeschoolde bouwvakker verdient 1,87 euro per dag en krijgt maandelijks een bonus van 4,30 euro als hij alle dagen aanwezig is. Volgens Huang zijn de salarissen helemaal niet zo laag en werden ze vastgelegd in samenspraak met het Ugandese arbeidsbureau. 'We hebben gekeken hoeveel een Ugandees nodig heeft om rond te komen en houden ons keurig aan de Ugandese wet.' Dat laatste houdt geen steek. Uganda heeft nog altijd geen minimumloon en geen regels over vergoeding tijdens ziekte. Maar een uitzondering zijn zulke lonen hier niet, door de enorme bevolkingsgroei en de daaruit voortvloeiende werkloosheid. De veelgehoorde kritiek dat lokale medewerkers bij Chinese bedrijven geen carrière kunnen maken, gaat voor Cico niet op. Zo zitten tientallenUgandezen achter het stuur van bulldozers, graafmachines en graders (grote schaafmachines). Een van hen, Patrick, werkt al negen jaar bij Cico, gaat van project naar project en verdient omgerekend 550 euro per maand exclusief bonus. 'Lokale werknemers snappen niet dat als ze hard werken, ze meer geld verdienen en misschien zelfs promoveren', zegt Huang. 'In plaats daarvan zijn ze lui en bestelen ze je.' Chinese arbeiders verdienen ondertussen wel tweemaal zoveel als de Ugandezen. Zo verdient een Chinese grader rond de 1000 euro per maand. 'Maar dat is logisch', vindt Huang. 'Wij komen uit een ander land met een andere levensstandaard, leren de Ugandezen met de machines om te gaan en geven leiding aan een man of veertig.' De moeizame communicatie met de Chinezen is voor de Ugandezen een bron van irritatie. 'De Chinezen spreken vrijwel geen woord Engels en beginnen vaak tegen ons in het Chinees te schreeuwen', zegt Robert Sunday. Geen probleem, vinden de Chinezen: 'Ik kan een paar woorden Engels en de rest leg ik met mijn handen en voeten uit', is het standaardantwoord. De lokale bevolking kijkt ondertussen met gemengde gevoelens naar de Aziatische nieuwkomers. Mensen van wie een stuk land of zelfs het hele huis door de weg werd opgeslokt, zeggen bijna allemaal dat ze weinig of geen compensatie hebben gekregen. 'Ik moest 5000 vierkante meter grond inleveren, mijn huis is gedeeltelijk verwoest en als compensatie kreeg ik 2.540.000 shilling (750 euro)', zegt de Ugandees Joseph Assinwee. Volgens de vader van drie kinderen kost het minstens 1800 euro om een nieuw, vergelijkbaar huis te bouwen. De Ugandan National Roads Authority (UNRA) en niet het Chinese Cico blijkt echter verantwoordelijk voor de financiële compensatie. En bij navraag geeft de UNRA toe dat sommige mensen nog geen of te lage vergoedingen hebben ontvangen. 'We zijn daar nog mee bezig', antwoordt UNRA-woordvoerder Dan Alinange. 'Tegen dat probleem lopen we overal in Afrika op', verzucht managementassistente Sissi Zhang (32), die regelmatig van Chinese vrienden in andere Afrikaanse landen hoort hoe lokale autoriteiten er vaak jaren over doen om bewoners eventueel te compenseren. Hoewel de sloop van huizen soms tot demonstraties leidde die door de politie met traangas werden neergeslagen, lijkt de vrouw uit Peking daar weinig mee te zitten. 'Het is niet onze zaak, maar het probleem van de UNRA. In ons contract met hen staat heel duidelijk dat het land tot vijftien meter van het midden van de weg automatisch bouwterrein is. Daar houden wij ons aan.' Maar afgezien van de gebrekkige compensatieregeling zijn de lokale bewoners zeer te spreken over de economische bloei waarvoor de nog niet eens afgewerkte asfaltweg nu al zorgt. 'Omdat we eerder van de rest van Uganda afgesneden waren, haalde ik mijn rijst in Congo, waar de prijzen veel hoger liggen', zegt Olivia Buinipikja. Joas Belyebulya, een vishandelaar, vertelt hoe vanuit de rest van Uganda duizenden mensen naar de regio komen om zaken te doen, en dat het aantal inwoners van het aan de weg gelegen dorpje Nyahuka daardoor in drie jaar is verdubbeld. 'Daardoor zijn er nu veel meer producten te krijgen, zoals metalen deuren en beton, waar je eerder honderden kilometers voor moest reizen.' Gniffelend beamen de lokale bewoners dat de asfaltweg in de toekomst ook een belangrijke rol zal spelen voor het transport van mineralen uit Oost-Congo. 'Dat is de hoofdreden waarom de Ugandese regering de weg laat aanleggen', zegt Banguma Stephen, die opmerkt dat over het eerdere zandpad ook al grote hoeveelheden mineralen Uganda binnen werden gesmokkeld. De 60-jarige boer is trouwens minder te spreken over de Chinezen. 'Het zijn slechte mensen, ze beschouwen ons als dieren.' Twee van zijn zonen werken voor Cico en worden door de Chinezen volgens hem slecht behandeld. 'Bij een kleine misstap wordt meteen je salaris niet uitbetaald. En ze schelden mijn zonen uit voor varkens, omdat wij - net als die dieren - maïspap eten.' Aan de andere kant geeft de boer toe dat als China er niet was, de banen er helemaal niet zouden zijn. De Chinezen stellen dan weer dat ze de Ugandezen netjes behandelen. 'Een Chinees die een Ugandese werknemer sloeg, moet als straf nu twee maanden als kok werken', vertelt Huang. Ontwijkend reageren ze op de vraag of het geen probleem is dat Cico werkt in een land als Sudan, waartegen een embargo geldt, onder meer omdat president Omar al-Bashir door het Internationaal Strafhof in Den Haag wordt gezocht wegens genocide en misdaden tegen de mensheid. 'Dat is politiek, daar heb ik geen verstand van', is het antwoord van de meesten. Huang benadrukt dat China niet wil interveniëren in interne politiek. Ingenieur Yu Tiejun vraagt zich bovendien af of zo'n embargo tegen Sudan wel iets uithaalt. 'Ik geloof niet dat een regering zich daar iets van aantrekt, en je treft er de lokale bevolking mee.' De Chinees vindt dat Cico met de aanleg van de weg in Sudan helpt bij de ontwikkeling van het land. 'Dat kan alleen maar goed zijn, ook voor de inwoners.' Bovenal zijn de Chinezen heel trots op hun werk in Afrika. 'Doordat we tegen lage kosten een weg kunnen aanleggen, zijn we een zeer geschikte partner voor Afrikaanse landen', klinkt het. Dat algemeen bekend is dat China met zijn miljardencontracten met Afrikaanse regeringen tegelijk de aanvoer van natuurlijke rijkdommen veiligstelt, daar willen de medewerkers niet veel over zeggen. Huang geeft wel toe dat de Afrikaanse landen belangrijke bondgenoten zijn voor China en er mee voor hebben gezorgd dat China nu een zetel heeft in de VN-Veiligheidsraad. 'Het Westen is vaak kritisch over ons, maar wij geloven dat we meehelpen aan de ontwikkeling van Afrika', zegt Sissi. 'Zo zorgen we hier voor banen, leiden we Ugandese werknemers op, en zal dit door de nieuwe weg een economisch bloeiende regio worden.' Tegelijk geeft ze toe dat China er ook van profiteert, dat Cico een "bescheiden winst" boekt, en Chinese werknemers kunnen sparen voor een huis of een studie van hun kinderen in China. 'Alle partijen worden hier beter van.' DOOR ANDREA DIJKSTRA, FOTO'S JEROEN VAN LOON'Het Westen is vaak kritisch over ons, maar wij geloven dat we meehelpen aan de ontwikkeling van Afrika.' 'We geven nooit geld. Maar ambtenaren krijgen weleens een etentje, of we vergoeden hun benzine, of lenen hen een auto.' 'De Chinezen zijn slechte mensen, ze beschouwen ons als dieren.'