We gaan terug naar 1993, de kleedkamer van Anderlecht. Johan Boskamp houdt een speech. In zijn typische stijl en vooral met zijn typisch volume. De ramen springen bijna uit hun sponningen, de deuren kraken in hun lijsten, kalk valt van de zoldering. Boskamp heeft zijn elf fanionspelers apart genomen: Filip De Wilde, Bertrand Crasson, Graeme Rutjes, Philippe Albert, Marc Emmers, Bruno Versavel, Pär Zetterberg, Marc Degryse, Danny Boffin, Johnny Bosman en Luc Nilis. Hij legt hen uit dat er in een ideaal team dragende en dienende spelers zijn.
...

We gaan terug naar 1993, de kleedkamer van Anderlecht. Johan Boskamp houdt een speech. In zijn typische stijl en vooral met zijn typisch volume. De ramen springen bijna uit hun sponningen, de deuren kraken in hun lijsten, kalk valt van de zoldering. Boskamp heeft zijn elf fanionspelers apart genomen: Filip De Wilde, Bertrand Crasson, Graeme Rutjes, Philippe Albert, Marc Emmers, Bruno Versavel, Pär Zetterberg, Marc Degryse, Danny Boffin, Johnny Bosman en Luc Nilis. Hij legt hen uit dat er in een ideaal team dragende en dienende spelers zijn. 'De dragende spelers in onze ploeg', liet Boskamp er plechtig op volgen, 'zijn de volgende: De Wilde, Crasson, Rutjes, Albert, Emmers, Versavel, Zetterberg, Degryse, Bosman, Nilis. Nog vragen?' Waarna Danny Boffin de vinger opstak: 'Trainer, wat ben ik?'Het verhaal, slechts een beetje aangedikt, schetst duidelijk het profiel dat Boffin in de jaren negentig had. Een bijzonder noeste werker, onvermoeibare fysiek, maar beperkte techniek en te weinig speldoorzicht. Desondanks bleef Danny aan zijn eigen weg timmeren en ging na zes jaar Anderlecht, met onder meer drie kampioenstitels en één beker, een fortuin verdienen bij het Franse FC Metz, dat tijdens zijn verblijf de top in Frankrijk haalde en op een haar na, à un cheveu près, kampioen werd. Een minder goed doelpuntensaldo dan Lens, anders was Danny champion de France. In de nadagen van zijn carrière kwam hij opnieuw afgezakt naar Sint-Truiden, waar lang geleden zijn loopbaan was begonnen alvorens ze via het Club Luik van Robert Waseige naar Anderlecht voerde. Club Luik was eind jaren tachtig, toevallig ook weer terwijl Boffin er speelde, een ploeg die in België net onder de top zat en Europees voor opmerkelijke prestaties zorgde met kwartfinales bij de Europabeker voor Bekerhouders en in de Uefacup. De 'Marijntjes' schakelden zelfs de Portugese trots Benfica uit, en moesten zowel in de mist van Rocourt als in het oude Stadio Communale nauwelijks onderdoen voor het grote Juventus van Alessandro Altobelli. En dus deed Anderlechtvoorzitter Constant Vanden Stock wat hij zijn hele leven, zowel in de zaken als in het voetbal, heeft gedaan: hij kocht zijn concurrenten op. Doelman Ranko Stojic, de huidige nationale-beloftencoach Jean-François De Sart, Jean-Marie Houben en Danny Boffin verhuisden allen naar het Astridpark. Alleen Boffin zou het daar echt maken, zij het als dienende en niet als dragende speler. Daarna dus FC Metz, tot hij daar na drie en een half jaar problemen kreeg. Een opgestoken middenvinger naar de eigen supporters, en een trainerswissel waarbij de nieuwe trainer Albert Cartier Boffin niet meer nodig had, ziedaar de officiële reden waarom Boffin in het Stade Saint-Symphorien midden het seizoen 2000-2001 koudweg ontslagen werd. Meer waarschijnlijk was dat FC Metz van zijn duur contract af wilde. Daarin stond naast een duizelingwekkend salaris de bepaling dat als Danny in zijn laatste seizoen 25 matchen zou spelen, het contract automatisch en aan dezelfde voorwaarden met één seizoen zou worden verlengd. Toen hij ontslagen werd, was Danny aan 21 matchen. Tussen twee haakjes: in eigen land heeft Alexander Kaklamanos precies hetzelfde meegemaakt bij Sporting Charleroi. Het enige voordeel voor Boffin was dat zijn contract tot het einde van het seizoen werd uitbetaald, en dat hij gratis weg mocht. Tenminste, naar een club in België. Want in laatste instantie meldde zich ook Olympique Marseille. Dat ging niet door omdat Metz van een Franse concurrent wel een transfersom eiste, en omdat Boffin zijn zinnen al had gezet op en zijn woord al had gegeven aan Sint-Truiden. Ondertussen speelt FC Metz in tweede klasse, maar dit terzijde. In januari 2001 was Boffin dus terug in Sint-Truiden. Om wat te komen uitwaaien dachten velen, maar dat was eens te meer een schromelijke onderschatting van het fenomeen Danny Boffin. Niet alleen bleek de veteraan nog over zijn onuitputtelijke fysieke krachten te beschikken, hij had zich in Frankrijk blijkbaar ook ontpopt tot een voetballer met een uitstekende techniek en een uitzonderlijk inzicht in het spel. Boffin scoort zelf, geeft assists aan anderen, en strooit achteloos passes en voorzetten rond die voordien alleen het repertoire van echte talentvoetballers sierden. Mannen als Marc Degryse of... zouden we het durven schrijven... nee toch maar niet. Spelers die drie stappen vooruit denken, en met één tik van de buitenkant van de voet plots een situatie kunnen creëren waarop niemand had gerekend. Zo een klein venijnig steekballetje, of een subtiel wippertje dat een hele verdediging uit verband haalt en waaruit bijna automatisch twee stadia verder een doelpunt moet volgen. Dat doet Boffin dus ook. Van in het midden, vanop elke flank en vanuit elke hoek van het veld. Daarmee tilde hij het voor de rest matig getalenteerde Sint-Truiden op naar de hoogste regionen van de rangschikking. De manier waarop begin november Anderlecht, eens te meer, op Staaien werd afgepoeierd, wekte bij alle kenners grote bewondering. Bij dit STVV zijn er tien dienende en één dragende speler: Danny Boffin. Van diener tot drager, alleen in het Vaticaan is dat een stap achteruit. De vraag dringt zich dan ook op of Boffin zelf, dezer dagen druk gesolliciteerd door alle zich resspecterende media, nog een zo mooi slot aan zijn carrière verwacht had. Wij legden het hem voor. DANNY BOFFIN: Bij Danny. Ik ben momenteel niet bereikbaar. Maar spreek een boodschap in en ik bel u zo snel mogelijk terug. Of laat eventueel een berichtje achter. Dank u. Tot ziens. Daaag. Biep. Ondanks een carrière waarvan de meesten enkel kunnen dromen, schuwt Danny Boffin vedettenallures, afgezien dan van de onvermijdelijke blitse sportwagen. Danny is een Porsche-man, niet alleen tijdens de wedstrijden. Hoe luid de loftrompet tegenwoordig ook schalt, toch blijft Boffin in alle interviews onderstrepen dat het dankzij de ploeg is, dankzij de dienende spelers dus, dat hij kan uitblinken. Maar dat is te bescheiden. Hij is de man die de anderen stimuleert, zoals zijn grote voorbeeld Marc Degryse dat indertijd bij Anderlecht deed. Naast het veld met wat men in de voetbalwereld 'dollen' noemt: badschuim in iemands schoenen spuiten, of reflexspray in andermans broek, dat soort geintjes. Op dat gebied is een voetbalclub hetzelfde als de redactie van een nieuwsmagazine: grote kinderen onder elkaar. Maar vooral óp het veld heeft Boffin de leiding. Straalt voetbalplezier uit, en wie dat doet, heeft sowieso een streepje voor op de anderen. George Best verklaarde ooit: 'Mochten ze mij voor de keuze stellen tussen tegen Liverpool vijf man dribbelen en van dertig meter in de winkelhaak schieten of een nachtje met Miss World, zou ik eerlijk gezegd ook moeilijk kunnen kiezen. Gelukkig stelt zich voor mij die keuze niet: ik heb het allebei gedaan. Zij het niet allebei voor 50.000 toeschouwers.' Voilà, dat is plezier in voetbal, en zonder de vergelijking met Best al te ver door te trekken, geldt voor Boffin min of meer hetzelfde. 'Danny,' verklaarde Guy Mangelschots, al sinds mensenheugenis de sportieve baas op Staaien, 'gaat voorop in de strijd en dat maakt indruk op de jonge gasten. Hij legt niet alleen uit hoe het zou moeten, hij geeft het voorbeeld, hij sleept de anderen mee en kan zelf ook nog het verschil maken.' Dat bleek duidelijk enkele weken geleden tegen Anderlecht, een wedstrijd die in een ware orkaan werd gespeeld. De eerste helft had Sint-Truiden de wind in de rug en drukte Anderlecht tegen zijn eigen doel. Niettemin maakten de Brusselaars er kort voor de rust tegen het spel in 0-1 van, en het leed weinig twijfel dat ze die voorsprong in de tweede helft met de steun van de wind zouden uitbouwen. Maar dat pakte heel anders uit. STVV tikte Anderlecht met bij momenten superieur voetbal van het veld, en dat het niet meer werd dan 3-1 was een wonder. Was dat nu omdat Sint-Truiden zo sterk was, of veeleer omdat Anderlecht die avond zowat het zwakste elftal uit zijn geschiedenis tussen de lijnen had staan? Boffin wikt zijn woorden. BOFFIN: Bij Danny. Ik ben momenteel niet bereikbaar. Maar spreek een boodschap in en ik bel u zo snel mogelijk terug. Of laat eventueel een berichtje achter. Dank u. Tot ziens. Daaag. Biep. BOFFIN: Bij Danny. Ik ben momenteel niet bereikbaar. Maar spreek een boodschap in en ik bel u zo snel mogelijk terug. Of laat eventueel een berichtje achter. Dank u. Tot ziens. Daaag. Biep. BOFFIN: Bij Danny. Ik ben momenteel niet bereikbaar. Maar spreek een boodschap in en ik bel u zo snel mogelijk terug. Of laat eventueel een berichtje achter. Dank u. Tot ziens. Daaag. Biep. Toen het sterke Anderlecht van begin jaren negentig jaar na jaar steeds meer uit elkaar brokkelde, hield ook Boffin het na zes seizoenen in het Astridpark voor bekeken. Twee jaar te laat, heeft hij altijd geweten. Normaal gezien zou hij samen met Bruno Versavel naar Perugia in Italië trekken, maar toen die club uit de Serie A degradeerde, ging dat feestje niet door. Volgens de manager van Perugia was Danny Boffin trouwens versleten!! Dat was in 1997! Jammer dat we het spoor van die hond kwijt zijn, of we gingen het hem persoonlijk onder zijn neus wrijven. Nergens, niet eens in de politiek, zelfs niet in Gazet van Antwerpen, wordt zoveel onzin verkocht als in het voetbal. Versavel had al getekend en moest dus in de Serie B gaan spelen, Boffin trok naar Metz. Daar kreeg hij van trainer Joël Müller een centrale rol. Eindelijk weg van de zijlijn waartegen hij op Anderlecht altijd had moeten plakken, zowel links als rechts. Centraal opereerden toen Degryse en Pär Zetterberg, tegen hen viel niet te concurreren. 'Franse journalisten', liet Danny in die tijd optekenen, 'begrijpen niet dat ze mij in België maar een loper vinden. Zij vinden mij enorm technisch begaafd.'Met Rigobert Song achterin en Robert Pires vooraan was FC Metz een vlot draaiende ploeg waarin Boffin de rol van spelmaker vervulde. Toen hij bij Arsenal speelde, verklaarde Pires, toch niet bepaald een knoeier: 'In mijn carrière heb ik het meeste geleerd van Danny Boffin.' Nu u. Iedereen herinnert zich de wereldgoal die Danny in het duel met Moncao maakte tegen Fabien Barthez, zoals gewoonlijk te ver uit zijn doel en met een magistrale lob te grazen genomen. De fans waren in die dagen gek van Boffin. In Metz is zelfs een straat naar hem genoemd: de rue Danny Boffin, voorheen de rue La Fayette. Welke Belgische voetballer kan dat zeggen: La Fayette van het stadsplan geveegd. Sint-Truiden profiteert nu volop van de metamorfose die zich bij Metz heeft voltrokken. Wij citeren opnieuw Guy Mangelschots: 'Ik heb nog spelers gekend die centraal wilden spelen, maar daarmee bedoelden ze eigenlijk: centraal staan. En laat de anderen maar lopen. Danny loopt als eerste. Hij laat ook nooit de moed zakken en heeft ons al meerdere keren over de streep getrokken omdat hij met zijn inzet en kracht tegen de stroom ingaat.' Dat is tegen Anderlecht wel bewezen, en de grote vraag is of het deze week ook kan tegen Club Brugge, dat momenteel een heel wat beter uitgebalanceerd elftal heeft dan Anderlecht. Wat denkt Danny zelf? BOFFIN: Bij Danny. Ik ben momenteel niet bereikbaar. BOFFIN:... eventueel een berichtje achter. Dank u. Tot ziens. Daaag. Biep. Er zijn wel meer voetballers die op latere leeftijd excelleren. Sommigen door hun ervaring en hun mentale ingesteldheid, anderen door hun inzet en hun fysiek. Maar bij de meesten van hen is de snelheid en de explosiviteit weg. Niet bij Danny Boffin, en dat is zo merkwaardig. Hij combineert op dit moment de diverse troeven waarvan andere uitblinkende veteranen er maar enkele hebben. Zijn snelheid en explosiviteit vormen het surplus. Ook dat vindt gedeeltelijk zijn oorzaak bij FC Metz. Als lichtgewicht, bij de jeugd omwille van zijn kleine gestalte uitgelachen en zelfs uit de ploeg gezet, ontwikkelde Boffin al vroeg de snelle reflexen die nodig zijn om aanslagen van moordende backs te ontwijken. In Metz leerde hij bovendien een sportdieet volgen. Een specialist had namelijk uitgeknobbeld dat de vele spierblessures waarmee hij vroeger kampte te wijten waren aan een ongezonde voeding. Na verandering van spijs- en drankpatronen was dat probleem effectief de wereld uit. Zodat Boffin bovenop alle andere kwaliteiten ook nog over een grote regelmaat beschikt. Zowel vorig als dit seizoen stond en staat hij in alle regelmatigheidsreferendums van de vakbladen bovenaan. En voor de Gouden Schoen 2002 geldt hij samen met Timmy Simons van Club Brugge als topfavoriet. De trainingen in Frankrijk waren bovendien zo zwaar, ook in vergelijking met de Belgische top, dat hij verplicht was tussendoor een uiltje te vangen. En ook dat is een van de geheimen van de verlengde carrière van Boffin: als hij niet voetbalt, slaapt hij, veertien uur per etmaal. In het wielrennen zeggen ze wel eens dat de Ronde van Frankrijk gewonnen wordt in bed. Dat is wat overdreven, want mocht het waar zijn, dan was Sam Gooris topfavoriet. Maar dat voldoende rust na fysieke arbeid een voorwaarde is om blessures te vermijden, staat vast. Het is op dat punt dat veel jonge voetballers hun carrière verknoeien. Uitgaan betekent vermoeidheid, vermoeidheid betekent blessures. In de zomer was Boffin nog zwaar ontgoocheld omdat hij op de wereldbeker geen seconde speeltijd kreeg van zijn voormalige Club-Luiktrainer Robert Waseige, die hem eerder al in extremis uit de kern voor Euro 2000 had gewipt. Vier maanden later kan zijn geluk niet op. Het leidt in heel Haspengouw tot euforie, wat zoals geweten niet zonder gevaar is. Maar indien titelpretendenten als de Truiense aartsvijanden Racing Genk en Anderlecht zich niet snel herpakken, zouden de Kanaries wel eens kunnen meedoen voor Europees voetbal, wie weet zelfs voor de tweede plaats die recht geeft op de voorronde van de Champions League. Is dat vóór het seizoen onwaarschijnlijk geachte scenario nu denkbaar? Opnieuw is Boffin voorzichtig. BOFFIN: Bij Danny. Ik ben momenteel... BOFFIN: Biep. BOFFIN: Hallo!? Danny Boffin hier, met wie spreek ik? BOFFIN: Hallo?? Koen MeulenaereVan diener tot drager, alleen in het Vaticaan is dat een stap achteruit.Danny Boffin verdreef de grote generaal La Fayette van het stadsplan.