De geluksvogel die niet op de hoogte is van het huidige televisie-aanbod, moet weten dat het programma waarover iedereen spreekt niets met George Orwells roman 1984 te maken heeft. In 1984 was het Big Brother die ons in de gaten hield, nu zijn wij het die naar Big Brother kijken. We hebben dus niets te vrezen, tenzij van onszelf. Maar de calamiteit is er daarom niet minder om.
...

De geluksvogel die niet op de hoogte is van het huidige televisie-aanbod, moet weten dat het programma waarover iedereen spreekt niets met George Orwells roman 1984 te maken heeft. In 1984 was het Big Brother die ons in de gaten hield, nu zijn wij het die naar Big Brother kijken. We hebben dus niets te vrezen, tenzij van onszelf. Maar de calamiteit is er daarom niet minder om.Ik kan het weten, want ik heb een aflevering van het feuilleton bekeken. Of heb dat toch geprobeerd. Een eindeloos half uur lang viel er niets te beleven en geen zinnig woord te vernemen. Toen de verveling ondraaglijk werd, wou ik de krant gaan lezen, maar die stond vol van hetzelfde. Ik heb dan maar de hond uitgelaten en het begrijpende beest heeft mijn avond goedgemaakt. Als ik de kranten mag geloven, zitten honderdduizenden mensen voor dit non-spektakel aan hun toestel gekluisterd. Alles samen heeft de bevolking van dit land al miljoenen uren naar deze lege doos zitten kijken. Stilaan wordt duidelijk wat al enige tijd vermoed kon worden, dat men het publiek om het even wat kan doen slikken, ook de meest smakeloze kost, zoals men kippen om het even wat kan doen eten. Ook afval is goed. Alles is goed. Sterker nog, de belazerde kijker wordt verslaafd aan het spul. Het troosteloze beeld voor zijn neus trekt aan en wordt onmisbaar als een soort van heroïne die langs visuele weg wordt toegediend. Hoe komt dat? Is het de eeuwig gewekte en nooit ingeloste verwachting om toch nog iets sensationeels te zien te krijgen, die zo'n wilsverlammende uitwerking heeft? Of beleven al deze tamme zielen alleen maar het miserabele pleziertje om alle regels van het fatsoen, waaraan ze zich zelf altijd gewillig onderworpen hebben, door een stelletje rakkers overtreden te zien? Wat er ook van zij, het staat vast dat in dit land (en in de buurlanden, want we zijn niet de enigen) op grote schaal mensen van hun vrijheid beroofd worden, en dat hierdoor - indien niet de rechten van de mens - dan toch de menselijke waardigheid op grove wijze geschonden wordt. Het probleem is niet dat enkele idioten zich laten opsluiten en filmen in een appartementje, maar dat hele lagen van de bevolking geïntoxiceerd worden door een verslavend mengsel van schandaal en opgeklopte commotie. Niemand die niet eerst gehersenspoeld werd, zou uit zichzelf dit Big Brother-prul bekijken en er zijn kostbare vrije tijd aan besteden. Alleen een massale geestverdovende promotie- en reclamecampagne kan het spul aan de man brengen omdat men met zo'n aanval op de vrijheid alles kan opsolferen. Ook lege dozen. Marketeers en kijkcijferdespoten hebben als sinistere propagandatechnocraten (herinnering uit onzalige tijden) de zwakke plek in de hoofden van de mensen gevonden, en er hun gif in gespoten. De rest gaat vanzelf, de programmamakers hoeven maar op te dienen. Even schrikt het kijkvee misschien als de brol weer wat viezer smaakt dan de vorige keer, maar dan schrokt het alles naar binnen, en vraagt om méér. Achter heel dit ontluisterend gebeuren stelt men het falen vast, of juister gezegd, het nefaste succes van de enig overgebleven ideologie in de westerse maatschappij, het geloof in de vrije markt, nu eensgezind beleden door zowel liberalen als nieuw-socialisten. De oude stelling dat een vrije markt en vrije concurrentie het best in staat zijn om kwalitatief hoogstaande en gevarieerde producten voort te brengen, valt, althans in de sector van de media, niet langer te verdedigen. Sinds de commerciële zenders de concurrentie met de andere omroepen aanbonden, is de diversiteit van het aanbod dramatisch gedaald. Onder meer alle wetenschappelijke, literaire en religieuze programma's zijn helemaal uit de Belgische ether geweerd, evenals het grootste deel van de berichtgeving over buitenlandse aangelegenheden (behalve deze met amusementswaarde). Wat overblijft, is een papje van spelletjes, kolder, horror en infotainment dat naar binnen glijdt zonder te slikken. Het kan verbazen dat het vrije spel van vraag en aanbod tot zo'n verschraling geleid heeft, want toegegeven moet worden dat het effect in andere sectoren vaak gunstiger uitvalt. Het is geen toeval dat alle hoogwaardige technologieën en overvolle supermarkten vruchten zijn van liberale economieën, waar ook in Europa, Amerika of Azië. Onder de druk van de markt en van de concurrentie brachten fabrikanten de inspanningen op om de kwaliteit van hun producten voortdurend te verhogen en het aanbod te verruimen. Merkwaardig genoeg, deed zich in de sector van cultuur en nieuwsverstrekking het omgekeerde voor. Kijkcijfers en omzetcijfers stijgen, naarmate de kwaliteit en de diversiteit van het aanbod daalt. God weet waar het dieptepunt van die ontwikkeling ligt, maar Big Brother geeft een indruk van de weg die al is afgelegd op de helling. Het economisch stelsel dat het meest beloftevol leek, keert zich, nu het meer dan ooit vrij spel krijgt, tegen de samenleving die zich eraan heeft overgeleverd. In plaats van productieprocessen te sturen, zet het ontbindingsprocessen op gang. In plaats van kwaliteitscriteria te hanteren, keert het die om. Lef, luchtigheid en aanstellerij liggen goed in de markt; intelligentie, eruditie, onderlegdheid worden als elitair afgewezen. Het meest verontrustend is niet eens dat een economisch stelsel faalt, maar dat uiteindelijk een politiek systeem gevaar loopt, het enige dat we hebben om de fundamentele rechten en waardigheid van de mens te waarborgen. In hun ijver noemen sommige politici de strijd tegen het 'elitarisme' een democratische plicht. Wie zo spreekt, zet in naam van de democratie de sluizen open voor een stortvloed van geestdodende rommel waaronder de democratie zichzelf zou kunnen begraven. Want het kijkvolk is hetzelfde volk dat in een democratie de soevereine macht over zichzelf uitoefent, dat stemt en beslist. Wie zal nog kunnen verhinderen dat deze in domheid wegzinkende massa, die zich alles laat aansmeren en zich elk affront laat welgevallen, vroeg of laat zwelgt in een aanstekelijke, laagdrempelige, totalitaire ideologie die het regelrecht naar de hel voert? Big Brother - die van 1984 - wacht al lang, en zal met plezier aan het werk gaan.Gerard Bodifée