Mevrouw Van Paemel, de politieke partijen maken zich op voor de kiesstrijd. De SP focust op solidariteit en de verzorgingsstaat.
...

Mevrouw Van Paemel, de politieke partijen maken zich op voor de kiesstrijd. De SP focust op solidariteit en de verzorgingsstaat.Monika Van Paemel: Ze halen de aloude socialistische trekpaarden weer van stal: de boterham, de biefstuk, en de ziektekosten. De SP heeft zo kort na het Agusta-arrest natuurlijk weinig redenen om zich op politieke of ethische principes te profileren. Dat de socialisten de verdediging van de zwakkeren in deze maatschappij vooropstellen, heeft mijn goedkeuring. Jammer genoeg worden die mooie woorden te weinig in de praktijk omgezet. Ze moeten ons niet paaien met een "kiescontract" voor over vier jaar. Ze zitten lang genoeg in de regering, de balans moet nu worden opgemaakt. En ik vrees dat we ver verwijderd zijn van solidariteit met en bescherming van de zwakkere. Zeker in Europees verband. Zal de afloop van het Agusta-proces een invloed hebben op de verkiezingen?Van Paemel: De oppositie heeft niet veel andere wapens om in de kiesstrijd aan te wenden. Maar het verleden heeft voldoende aangetoond dat met modder gooien een boemerangeffect heeft. En de regeringspartijen kunnen een sterkere troef uitspelen met de openbare financiën. Op nationaal en zeker op Vlaams niveau zijn de begrotingscijfers heel goed. Daarmee is de straat nog niet gepoetst, maar ondanks alle heisa en schandalen is de portemonnee keurig beheerd, wat de doorsnee Belg weet te waarderen. Ook dit gegeven wordt weer communautair ingekleurd. Vlaanderen is beter af als het alleen kan werken, die boodschap wordt ons ingegoten. Zelfs bij een bedrijfssluiting, zoals Verlipack, wordt er nadrukkelijk op gewezen dat Vlaanderen zich moediger en verstandiger opstelt dan Wallonië. Intussen valt de grootste oppositiepartij, de VLD, vooral op door interne twisten.Van Paemel: De VLD beeft van schrik om weer naast de regeringsboot te vallen. In die optiek is wie zich niet schikt naar de partijdiscipline een gevaar. De generatie Verhofstadt krijgt in deze verkiezingen een laatste kans. Het liberale machtsbastion blijft in de eerste plaats geschraagd door ondernemers en die willen, als er zich problemen voordoen, even naar Brussel kunnen telefoneren. Maar daar zit al lang niemand van hun familie meer op de juiste stoel. Ze zien hoe hun liberale partij veel ideeën en theorieën verkondigt, maar dat alles levert weinig op. De VLD heeft de regering in tien jaar tijd nauwelijks in de problemen gebracht. Misschien was De Croo er met zijn swaps nog het dichtste bij. Dat ging niet toevallig over geld. De interne wrijvingen geven allesbehalve een solide indruk aan de kiezer. Ik ken senator Goovaerts niet, ik weet niet in hoeverre hij over de schreef is gegaan. Ik herinner mij wel hoe Guy Verhofstadt eerder Annemie Neyts uit de voorzittersstoel heeft gewipt. Hetzelfde genadeloze trekje zag ik ook vorige week op zijn gelaat: de macht is aan mij. Dat stemt niet echt overeen met de liberale idealen van individuele vrijheid. En Verhofstadt heeft heel wat minder doortastend gereageerd, toen Willy De Clercq samenwerking met het Vlaams Blok bespreekbaar noemde. En ook niet toen Marc Verwilghen uit de pas liep. De partij van Paul Marchal brokkelt verder af.Van Paemel: Een pijnlijk schouwspel en een nieuw drama voor die man. Wat hem overkomt, zien we ook gebeuren met andere "witte ridders", zoals Willy Vermeulen. Het zou me niet verbazen mocht Paul Van Buitenen, de ambtenaar die de fraude bij de Europese Commissie aanklaagt, dezelfde weg gaan. Het zijn figuren die, al dan niet persoonlijk, getroffen worden door een grote onrechtvaardigheid en daardoor op hol slaan. Dat valt in eerste instantie niet op, omdat hun opmerkingen gerechtvaardigd zijn of lijken. Ze worden voortgestuwd op de golven van een plotse en overweldigende persbelangstelling. Maar de media zijn een tijdelijke bondgenoot die snel weer wegvalt, net als het cluster van spontane medestanders. Daarna staan die mensen weer alleen, en van dan af aan voeren ze een strijd die ze niet meer kunnen winnen, maar ook niet meer kunnen opgeven. Zo drijft hun eigen zaak hen de waanzin of de depressie in. Maar zonder die Don Quichotes zouden heel wat wantoestanden onontdekt blijven.Van Paemel: Wie in een administratie werkt, stuit makkelijk op praktijken die tegen de regels zijn. Sommigen gaan daar een persoonlijke strijd van maken en dat is gevaarlijk. Er is meestal wel een procedure om misbruiken binnenskamers aan te kaarten, maar veel klachtindieners zijn zo overtuigd van hun eigen gelijk, dat ze zich er niet bij neerleggen als ze dat gelijk niet krijgen. Of als er niet het door hen gewenste gevolg aan gegeven wordt. Op dat moment schakelen ze de pers in, worden ze zelf het symbool van hun klacht, en is de carrousel vertrokken. Er zou in elke organisatie een arbitragecomité moeten zijn, dat het verdere verloop van dat soort aantijgingen op zich neemt. Dat belet mensen die het misschien goed menen, om zich hopeloos vast te rijden. En het voorkomt dat door de hevige maar tijdelijke en onvolledige persaandacht, het grote publiek met de indruk achterblijft dat de beschuldiging gegrond was, ook al toont het onderzoek nadien het tegenovergestelde aan. Maar dat komt dan minder fel in de mediaspots. Dat drie hoge gerechtelijke instanties de verhalen van X1 naar het rijk der fabelen verwijzen, heeft minder effect dan die verhalen zelf.Is met het uiteenvallen van de PNPb, het vuur van de Witte Mars volledig gedoofd?Van Paemel: De politiek heeft die deining rustig over zich heen laten gaan, heeft hoogstens de geplande hervormingen van justitie wat bijgespijkerd en versneld. Pas na de ontsnapping van Dutroux was er even paniek, wat heeft geleid tot het Octopus-overleg. Een democratie vangt emotionele bewegingen makkelijker op. Een even massale volkswoede tegen een dictatoriaal bestuur zou leiden naar een gewelddadige revolutie, en mogelijk de omverwerping van het regime. Waarna er dikwijls een nieuw dictatoriaal bewind volgt dat niet veel beter is. Wat van de Witte Mars overblijft, is het geschokte vertrouwen van het grote publiek in de politiek. Dat kan leiden naar een stijging van het aantal proteststemmen. Maar ook al hebben sociologen het dan telkens over een niet te negeren signaal, een beslissende invloed hebben die proteststemmen zelden. Had de oppositie moeten proberen om de Witte Mars te accapareren?Van Paemel: Ik denk niet dat ze dat kon. Het is voor een politieke partij riskant om een beweging binnen te halen. Die is namelijk even snel weer weg, en dan krijg je een schisma. De Volksunie heeft zich in de jaren zestig de "marsen op Brussel" toegeëigend. Maar na het Egmontpact verloor ze even prompt alle krediet bij die radicale Vlamingen. Agalev had zich nadrukkelijker in de Witte Beweging kunnen inschakelen, en er gaandeweg de leiding van nemen.Van Paemel: De groenen blijven worstelen met een identiteitsprobleem. Ze zien zichzelf te veel als een beweging, terwijl ze tegelijkertijd een politieke partij zijn, die noodgedwongen compromissen afsluit. Bewegingen sluiten geen compromissen. Een ander punt is dat Agalev het begrip "milieu" te veel invult zoals Greenpeace: een propere natuur. Maar er is ook een sociaal milieu: de omgeving waarin je leeft en werkt. Het spijt me voor wie graag gelooft in netwerken met hooggeplaatsten, maar de Dutroux' en de Pandy's van deze wereld komen vooral uit verpauperde en onleefbare buurten zonder toekomstperspectief. Bekijk sommige voorgemeenten van Charleroi, overblijfselen van ter ziele gegane industriële activiteit, en het is niet verwonderlijk dat daar criminaliteit ontstaat. Mocht Agalev het herstel van dat sociale milieu meer vooropstellen, had het makkelijker de hand kunnen reiken aan de Witte Beweging, die dan zelf wèl een politieke factor had kunnen worden. Ook rond de afbraak van illegale woningen had ik van Agalev een sterkere profilering verwacht. Respect voor de ruimtelijke ordening moet een van hun speerpunten zijn. Maar de SP is ermee aan de haal. Het is niet met de rechten van de walvis, dat je verkiezingen wint. De vorige week zijn we definitief van start gegaan met de euro.Van Paemel: Een interessante maar delicate verwezenlijking: Europa richt zich op tegen de almachtige dollar. Het is afwachten of de euro standhoudt als er tegen hem gespeculeerd wordt. De dollar is er wel in geslaagd om de yen ten gronde te richten, dat leek tien jaar geleden ook onmogelijk. Europa blijft hoe dan ook een reus op lemen voeten. Het voelt zich economisch sterk, maar heeft geen eigen defensie en geen sociale en culturele politiek. De Europese Economische Gemeenschap is opgebouwd om gewapende conflicten te bannen, maar kent wat dat betreft haar beperkingen. Want de macht blijft uit de loop van het geweer komen. Als er voor onze deur in Bosnië wordt gemoord, moeten de Amerikanen tussenbeide komen. Clinton verhoogt de komende zes jaar zijn defensiebudget met twaalf miljard dollar, al lopen de Verenigde Staten niet meteen gevaar te worden aangevallen. Ze willen met hun militaire macht overal ter wereld tussenkomen, helaas niet altijd op een verstandige manier. Toch kan Europa niets anders doen dan toekijken. Duitsland is de komende zes maanden voorzitter van de Europese Unie.Van Paemel: Duitsland is een enorm land met enorme capaciteiten, maar met weinig traditie op het gebied van overleg met anderen. In Duitsland is een generatie aan de macht gekomen, die de oorlogsperiode definitief heeft afgesloten. Je hoort het doorklinken in tal van redevoeringen: "Wir sind wieder d'ran." Deze keer niet marcherend, maar speculerend. Het probleem van de financiering van de EU zal nadrukkelijk op de agenda staan. Gerhard Schröder roept dat Duitsland te veel betaalt, en niet wil opdraaien voor de toetreding van Tsjechië, Polen en Hongarije. De Duitsers zijn sowieso argwanend voor een toetreding van die drie, want met het vrije verkeer van personen zouden er nog meer Polen en Tsjechen naar de Kurfürstendamm afzakken dan nu al het geval is. Duitsland wil zich als leider van de EU opwerpen, maar dat roept automatisch tegenkrachten op. Die zijn er al aan de overkant van het Kanaal, en ook de Fransen kijken met achterdocht naar de groeiende Duitse macht, waar ze economisch en sociaal niet tegenop kunnen. We moeten de hormonale dadenkracht van de heer Schröder een beetje in de gaten houden. Afrika is het toneel van heropflakkerende oude oorlogen.Van Paemel: Je kan langzamerhand de postkoloniale weeën niet meer als verklaring aanhalen. Het is duidelijk dat vele Afrikaanse leiders hun gebied niet kunnen beheren, en weinig mededogen kennen voor de mensen over wie ze regeren. Dat is des te wranger, omdat de Afrikaanse elite van nu grotendeels is gevormd door ofwel het christelijk onderwijs in Europa, ofwel door de communistische leer uit Moskou en Peking. Me dunkt dat ze van de basisprincipes van beide, weinig hebben opgestoken. Ze gedragen zich tegenover hun eigen volk soms wreder dan de meest rabiate kolonialen. Het is ook zonneklaar dat de wereld zich niets aantrekt van wat in Afrika gebeurt. Toen de oorlog in ex-Joegoslavië losbrandde, gingen er al kreten op om er een muur rond te bouwen en ze elkaar te laten uitmoorden. Inzake Afrika gedragen we ons nog cynischer. Daar is niet eens meer medeleven voor. En ondanks alle chaos blijft ons bedrijfsleven er goede zaken doen, bijvoorbeeld in petroleum en diamant. We zijn met onze houdingtegenover Afrika voor de volgende generaties een groot probleem aan hetcreëren.MONIKA VAN PAEMELKoen Meulenaere