Professor Jos Dumortier (KU Leuven, Centrum voor Recht en Informatica) is al jaren voorstander van interactief werken. Hij zet zijn cursus op het internet. Daarmee wil hij de drempel tussen docenten en studenten verlagen.
...

Professor Jos Dumortier (KU Leuven, Centrum voor Recht en Informatica) is al jaren voorstander van interactief werken. Hij zet zijn cursus op het internet. Daarmee wil hij de drempel tussen docenten en studenten verlagen. Dumortier: 'Ik organiseer via het internet een seminarie. Dat is een project dat ik samen met een groep van een 25-tal studenten in een semester uitwerk. In een klassiek seminarie geef je aan de studenten een opdracht. Daarmee trekken ze naar de bibliotheek. En als de opdracht klaar is, geven ze die af. Daarop worden ze dan geëvalueerd. Maar terwijl ze met de opdracht bezig zijn, leren ze intussen niet hoe ze die het best uitvoeren. Ze krijgen geen feedback. Hoe ik dat nu doe? Eerst maken de studenten een ontwerp. Via e-mail krijgen ze daarop respons van mij. Daarna mailen ze een aangepast ontwerp door. Zoiets kun je natuurlijk ook op papier. Maar met de elektronische weg hoeven studenten geen afspraak meer te maken. Ik beantwoord de e-mails als mij dat past. Dat verlaagt de drempel. Ook voor ex-cathedraonderwijs gebruik ik het internet. En ik ben zeker niet de enige. Ik zet mijn cursus én de presentaties op de site. Voorlopig nog zonder geluid. De studenten gebruiken dat om de structuur van het college te volgen. Ze kunnen bovendien materiaal van het internet plukken en in hun notities integreren. Ik geef mijn colleges aan studenten van verschillende faculteiten samen. In zo'n grote groep aarzelen veel studenten om vragen te stellen. Ook de heel goede studenten. Nu krijg ik veel vragen via e-mail. Ik roep de studenten op om dat te doen. Interessante vragen haal ik eruit om het antwoord daarop via een mailinglist aan alle studenten door te sturen. Of het internet gebruiken ook toe te passen is in andere studierichtingen? Ik neem aan dat andere vakken dan de erg tekstuele materie van rechten, zoals meer wetenschappelijke vakken en taalvakken nog beter geschikt zijn om moderne informatie- en communicatietechnologie te gebruiken. Aan de universiteit zijn de grootte van de groep, het gebrek aan contact met de docent en het niet genoeg kunnen personaliseren van het onderwijs een handicap. Vooral als je onze klassieke attitudes vergelijkt met moderne opleidingsmethoden in het bedrijfsleven. De prof die in traditioneel ex-cathedraonderwijs zijn cursus doceert, eventueel met bord en krijt... Er zijn toch betere en efficiëntere methoden. Uiteraard betekent werken met het internet een grotere arbeidslast voor de docent. Alleen al de talrijke e-mails beantwoorden. Maar de studenten zijn tevreden.'