Iedereen die ooit een aflevering van de succesvolle Amerikaanse serie Mad Men heeft uitgekeken, zal ermee akkoord gaan dat de tijden ten goede veranderd zijn. In de serie, die zich afspeelt in de New Yorkse reclamesector van de jaren zestig, worden vrouwen systematisch onderbetaald en seksistisch behandeld. Maar wanneer spilfiguur Don Draper zijn hoogopgeleide eega inruilt voor zijn secretaresse, breekt hij ongewild een lans voor inkomensgelijkheid.
...

Iedereen die ooit een aflevering van de succesvolle Amerikaanse serie Mad Men heeft uitgekeken, zal ermee akkoord gaan dat de tijden ten goede veranderd zijn. In de serie, die zich afspeelt in de New Yorkse reclamesector van de jaren zestig, worden vrouwen systematisch onderbetaald en seksistisch behandeld. Maar wanneer spilfiguur Don Draper zijn hoogopgeleide eega inruilt voor zijn secretaresse, breekt hij ongewild een lans voor inkomensgelijkheid. De kans dat een succesvolle man vandaag de dag met een succesvolle vrouw trouwt, ligt veel hoger dan in de jaren zestig. Dat is een goede zaak, omdat het betekent dat er meer succesvolle vrouwen zijn. Als artsen in de jaren zestig vaak met een verpleegster trouwden, kwam dat vooral doordat er amper vrouwelijke artsen bestonden. Maar de toenemende gendergelijkheid heeft ook een pervers effect. Ze vergroot de sociaaleconomische ongelijk- heid tussen huishoudens. Een koppel van advocaten is nu eenmaal een stuk rijker dan een alleenstaande moeder die in een supermarkt de rekken vult. Die ongelijkheid is nu bestudeerd in een studie van honderdduizenden koppels. Daaruit blijkt dat de loonkloof tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden snel gegroeid is. Dat zou in theorie gecompenseerd kunnen worden door het toenemende aantal vrouwen die naar de universiteit gaan en een goede job vinden. Als partnerkeuze lukraak zou gebeuren, zouden veel goed betaalde vrouwen met slecht betaalde mannen getrouwd zijn, en zou de kloof tussen de verschillende huishoudens verkleinen. In werkelijkheid gebeurt het tegenovergestelde. Hoogopgeleiden trouwen steeds vaker onder elkaar. In 1960 was 25 procent van de hoogopgeleide mannen met een hoogopgeleide vrouw getrouwd. In 2005 was dat al 48 procent. Daardoor steeg de Gini-coëfficiënt van 0,34 naar 0,43. Die score geeft de mate van ongelijkheid in een bepaalde maatschappij aan, waarbij 0 totale gelijkheid en 1 totale ongelijkheid aanduidt. Het is niet onlogisch dat hoogopgeleiden vaak andere hoogopgeleiden als partner hebben. Ze studeren samen, werken doorgaans op dezelfde plekken en vinden elkaar vaak aantrekkelijk. Bovendien is het voor hoogopgeleiden economisch een stuk interessanter geworden om met elkaar te trouwen. In 1960 had een hoogopgeleide vrouw met een laagopgeleide echtgenoot een inkomen dat gemakkelijk 40 procent hoger lag dan het nationale gemiddelde. In 2005 lag zo'n inkomen 8 procent ónder het nationale gemiddelde. In 1960 verdiende een hoogopgeleid koppel gemiddeld 76 procent meer dan het gemiddelde. In 2005 is dat zomaar even 119 procent meer. Vrouwen hebben veel meer keuzes dan tevoren. Dat is een van de redenen waarom ongelijkheid zo moeilijk omkeerbaar is. © The Economist