Het is altijd oppassen met auteurs van kleine en fijne boekjes die plots een krachttoer van vierhonderd bladzijden op tafel leggen. Erwin Mortier heeft zich eindelijk eens goed laten gaan in Godenslaap, een roman zonder weerga, niet alleen binnen Mortiers oeuvre maar in de recente Vlaamse literatuur tout court. Hij heeft alle sluizen van zijn tactiele schrijverschap opengezet om een amour fou tussen een twintigjarige Vlaamse schone en een Britse fotograaf-dandy tijdens de Eerste Wereldoorlog in beeld te brengen. Dat hij soms zijn hand overspeelt in al te bloemrijke beeldspraak moet je erbij nemen. Maar hoe hij dood en liefde in de loopgraven rond Ieper haast letterlijk in elkaar schuift, is grote klasse. Dat hij daarbij ook een ode brengt aan de uitstervende, gesofisticeerde wereld van de Vlaamse bourgeoisie, vanuit het standpunt va...

Het is altijd oppassen met auteurs van kleine en fijne boekjes die plots een krachttoer van vierhonderd bladzijden op tafel leggen. Erwin Mortier heeft zich eindelijk eens goed laten gaan in Godenslaap, een roman zonder weerga, niet alleen binnen Mortiers oeuvre maar in de recente Vlaamse literatuur tout court. Hij heeft alle sluizen van zijn tactiele schrijverschap opengezet om een amour fou tussen een twintigjarige Vlaamse schone en een Britse fotograaf-dandy tijdens de Eerste Wereldoorlog in beeld te brengen. Dat hij soms zijn hand overspeelt in al te bloemrijke beeldspraak moet je erbij nemen. Maar hoe hij dood en liefde in de loopgraven rond Ieper haast letterlijk in elkaar schuift, is grote klasse. Dat hij daarbij ook een ode brengt aan de uitstervende, gesofisticeerde wereld van de Vlaamse bourgeoisie, vanuit het standpunt van een vrouw, is zijn grootste literaire verdienste. Als Maurice Gilliams een schrijverszoon heeft, is het wel Mortier. En als Marcel Proust ergens in Vlaanderen een nazaat bezit, moet hij in het Gentse geboren zijn. Vrij naar A l'ombre des jeunes filles en fleurs, dat trouwens in 1918 als tweede deel van Prousts zevendelige romancyclus verscheen, zou je Mortiers Godenslaap diens A l'ombre de la grand-mère kunnen noemen. De schaduw van de oermoeder of magna mater is in deze burgerlijke godenschemering overal dwingend aanwezig. Mannen komen dan wel van Mars en voeren oorlog, maar vrouwen houden het leven in handen en zijn de echte goden, aldus Mortier. Zoals bij zijn Franse voorbeeld duurt het een tijdje voor de lezer de cadans van de roman beet krijgt. De negentigjarige Helena verwelkomt de lezer in haar schrijvershol, waar ze door dienster Rachida wordt verzorgd. Ze laat de schriftjes aanrukken waarin Helena zich opnieuw verplaatst in haar hoogst persoonlijke belle époque van vlak voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Mortier toont ons via Helena de paradoxale schoonheid van deze epoche waarin het burgerdom zichzelf liquideerde in een ultieme climax van extase én destructiedrift. Mortier weet op een onnadrukkelijke manier het leven van la belle Hélène te laten sporen met de grote geschiedenis. Zoals de burgerszonen en arbeiders aan het front in de schoot van moeder aarde kropen, zo schuilt Helena voor het oorlogsgeweld in de armen van haar geliefde. Maar tegelijk is ze hem ook ontrouw, omdat ze voorvoelt dat echte vervulling nooit blijft duren en ze zichzelf al op voorhand schadeloos wil stellen. Mortier heeft als geen andere schrijver een apart zintuig voor die dubbele moraal van de burger. Waar die vandaag als hypocriet zou worden neergesabeld, demonstreert Mortier overtuigend hoe levensvatbaar en zelfs levensnoodzakelijk een dergelijk dubbelleven kan zijn. Dat de moeder van Helena de dochter kil afwijst, is inherent aan de burgerlijke omgangsvormen en als het ware de andere kant van de medaille: nu eens snoert het burgerdom zich in en dan weer leeft het zichzelf uit. Dat uitgerekend Helena iedereen overleeft en eenzaam achterblijft, heeft ook een reden. De loskoppeling van de wereld, waartoe zelfdiscipline uiteindelijk leidt, is in de burgerlijke logica immers de essentiële voorwaarde voor een verlossend happy end. Eindelijk weet Helena al schrijvend vanaf haar bijna-doodsbed zichzelf te redden door de dubbelzinnige schoonheid van haar oorlogsliefde met vanzelfsprekende woorden weer aan te raken. Mortier laat haar verschillende keren verzuchten dat ze met haar handen wil kijken. Dat is het wat de auteur hier voortdurend doet. Of het nu gaat om de vluchtende wolken boven de loopgraven, het kanonnengebulder in de verte of het hitsige lichaam van haar minnaar, Mortier laat met zijn meanderende zinnen de geëvoceerde werkelijkheid in al haar gruwelijke schoonheid tastbaar dichtbij komen. Je zou het kunnen vergelijken met de high definition quality van de nieuwste media: zo pixelscherp presenteert Mortier met zijn traditionele, uitgekiende stijl het volle leven. Godenslaap is gemaakt van de beste Brugse of Brusselse kant. Mortier heeft met Godenslaap het ambachtelijke schrijverschap - volgens sommigen nochtans hopeloos gedateerd en anachronistisch - in al zijn fijnmazige glorie weer doen herleven. ERWIN MORTIER, GODENSLAAP, DE BEZIGE BIJ, AMSTERDAM/ANTWERPEN, 407 BLZ., 19,90 EURODOOR frank hellemans