Lange tijd leek het flamingantisme een beweging sui generis te zijn; de geschiedschrijving ervan bleef grotendeels een feitenrelaas. Pas sinds enkele jaren kreeg ze ook een theoretische dimensie. Ze wordt dan bekeken vanuit het perspectief van natievorming en nationalisme. De Leuvense historicus Lode Wils was daarin een van de eersten, al beperkte hij zich tot een vrij eng perspectief, de theorieën van de Praagse historicus Miroslav Hroch over nationale bewegingen in kleine staten.
...

Lange tijd leek het flamingantisme een beweging sui generis te zijn; de geschiedschrijving ervan bleef grotendeels een feitenrelaas. Pas sinds enkele jaren kreeg ze ook een theoretische dimensie. Ze wordt dan bekeken vanuit het perspectief van natievorming en nationalisme. De Leuvense historicus Lode Wils was daarin een van de eersten, al beperkte hij zich tot een vrij eng perspectief, de theorieën van de Praagse historicus Miroslav Hroch over nationale bewegingen in kleine staten. Sinds kort verschijnt echter een vloed van studies waarin (vaak door Angelsaksische literatuur beïnvloede) nationalismetheorieën een prominente plaats kregen. De tijdschriften Brood en Rozen, Bijdragen tot de Eigentijdse Geschiedenis en Res Publica wijdden er in 1997 zelfs themanummers aan. Ook het Vlaams Marxistisch Tijdschrift - dat welwillend tegen het Vlaams-nationalisme aankijkt - publiceert er geregeld over. Bepaald indrukwekkend was een strijdvaardig en even kritisch als goed onderbouwd artikel van Tom de Meester in het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, ook in 1997. Opvallend is dat Wetenschappelijke Tijdingen zich hier op de vlakte houdt, wellicht omwille van de controverses rond het thema. Veel van deze studies stellen in de historiografie een conceptuele vaagheid vast. Inderdaad worden cruciale begrippen als volk, natie, identiteit, cultuur, bewustwording of emancipatie onkritisch gehanteerd en veel te weinig geproblematiseerd. De theorievorming kent een veelheid van benaderingen, waarbij twee strekkingen te onderscheiden vallen. De recentste wordt omschreven als (de)constructivistisch. Ze ziet de natie als een constructie, contingent en dus tijd- en contextgebonden, maar daarom niet willekeurig want duidelijk politiek functioneel. Deze school laat zich inspireren door auteurs als de Tsjech Ernest Gellner en de Britten Benedict Anderson en Eric Hobsbawm en verwerpt de idee van een "eeuwige" volksidentiteit. Deze opvattingen worden in Vlaanderen vooral verdedigd door niet-historici als Jan Blommaert, Raymond Detrez, Albert Martens, Dieter Lesage en (toch in zijn recentste boek "Cultuur en macht") Rik Pinxten. Bij de historici zijn jongeren als De Meester of Marnix Beyen er vaker voor gewonnen dan gevestigde academici en zeker de Vlaams-nationalisten onder hen. Deze laatsten behoren meestal tot de zogeheten primordialisten of essentialisten, die menen dat, als een natie dan een constructie is, ze dan toch een kern ("essentie") van eeuwige, "primordiale" kenmerken zou bezitten. Deze optie sluit aan bij de conventionele idee van de "natuurlijke" Vlaamse volksaard, ook een basisprincipe van het Vlaams-nationalisme. De primordialisten vinden inspiratie bij de Britse socioloog Anthony Smith en, deels toch, bij de Amerikaanse Liah Greenfeld. In Vlaanderen is de Leuvense hoogleraar Louis Vos - een leerling van Wils - hun belangrijkste, want productiefste volgeling. Het meningsverschil tussen de twee strekkingen heeft ook een politieke dimensie. Constructivisten lopen niet hoog op met het volgens hen theoretisch onverdedigbare nationalisme, en worden in Vlaanderen - niet altijd terecht - daarom al snel als "belgicisten" beschouwd. Voor de primordialisten lijkt het nationalisme niet zelden een terugvalpositie na het falen van de grote ideologische "verhalen". Zo pleitte Louis Vos in De Standaard voor een versterking van het democratische nationalisme, waarvan ook de Vlaamse regering zelfs "een exponent" zou moeten zijn. Dit spoort wonderwel met een stelling van de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande (CVP), die eerder dit jaar in het Baskische Bilbao verklaarde: "Nationalisme en democratie liggen perfect in elkaars verlengde, wat enkele verlichte intellectuelen ook mogen denken." Van den Brande vergiste zich wel met die laatste zin, overduidelijk een sneer naar de constructivisten. Want hij lijkt er de inzet van een geloofskwestie van te maken, terwijl het eigenlijk het onderwerp van een serieus wetenschappelijk debat moet zijn. marc Reynebeau