Binnenkort zijn hier in Rome consulverkiezingen. Er tekenen zich duidelijk twee kampen af. Een vrij grote groep wil alles bij het oude laten, dat wil zeggen dat de senaat aan de macht blijft en er twee consuls komen die het rijk regeren. Het luidruchtigste kamp roept om een sterke man die orde op zaken stelt en een einde maakt aan de vele corruptieschandalen, overvallen en moorden. En die vooral ook iets doet aan de schrijnende armoede.
...

Binnenkort zijn hier in Rome consulverkiezingen. Er tekenen zich duidelijk twee kampen af. Een vrij grote groep wil alles bij het oude laten, dat wil zeggen dat de senaat aan de macht blijft en er twee consuls komen die het rijk regeren. Het luidruchtigste kamp roept om een sterke man die orde op zaken stelt en een einde maakt aan de vele corruptieschandalen, overvallen en moorden. En die vooral ook iets doet aan de schrijnende armoede. De meeste mensen in Rome zijn arm tot straatarm. Ze leven in krakkemikkige flatgebouwen die tegen alle wettelijke voorschriften in te hoog gebouwd zijn en dus geregeld instorten. Een hier heel beroemd redenaar, Cicero, heeft zelfs ooit gezegd dat Rome 'in de lucht lijkt te hangen' - zo hoog zijn de gebouwen in de volkswijken geworden. In die krottenwijken breekt ook regelmatig brand uit. Water is er niet, hoewel er elke dag meer dan een miljoen liter water de stad binnenstroomt via ingenieuze aquaducten. Dat water wordt gebruikt voor de fonteinen die drinkwater leveren, maar het is bijzonder moeilijk om toelating te krijgen in je huis waterleiding aan te leggen. Tenminste voor de volkswijken, want zodra er ergens een stuk waterleiding wordt aangelegd, worden er overal stiekem bijlijntjes gelegd. Ondanks alles is Rome een fascinerende stad met prachtige huizen op de heuvels en drukke straten in de volkswijken. De verschillende beroepsgroepen wonen bij elkaar. In de straten waar de metaalarbeiders wonen, is het lawaai oorverdovend. In de straten van de slagers is de stank niet te harden. Op de talloze markten van deze reuzenstad is het een gekrioel van mensen. Zelfs de marktpolitie kan niet verhinderen dat veel zakkenrollers hier hun slag slaan. Tel daarbij de honderden karren en muilezels die alle voorraden vervoeren en het beeld is compleet. De straten in de volkswijken zijn ook ontzettend smerig. Officieel is alles goed geregeld. In elke buurt zijn mesthopen waar je alle afval van groenten en fruit, maar ook alle excrementen kwijt kan. Die mesthopen worden door de boeren van buiten de stad met grote regelmaat opgehaald. Er zijn openbare toiletten, maar omdat je daar belasting - vectigal foricarum et urinae - voor moet betalen, worden die niet of nauwelijks gebruikt. Ook de tonnen van leerlooiers mogen worden gebruikt omdat die urine nodig hebben om de wol te reinigen. In veel flatgebouwen staat in of vlakbij de ingang een stinkende ton waar de huurders hun behoefte doen. Maar al evenveel mensen hebben een nachtemmer die ze - tegen alle verbod in - 's nachts gewoon vanuit het raam op straat kieperen. En dan te bedenken dat in die huurkazernes veel meer mensen wonen dan toegelaten is. Maar de huur is zo hoog dat veel mensen onderverhuren. Het is dan ook geen wonder dat veel mensen gewoon hun toevlucht zoeken tot bedelarij. Dat heeft hier de officiële naam van clientes. Die mensen staan heel vroeg 's ochtends aan het huis van hun patronus te wachten tot die eindelijk opstaat. Hij geeft hen dan elk wat geld en de rest van de dag hangen ze om hem heen. Dat is voor de rijken tegelijk een bescherming tegen andere opdringerige mensen. Er zijn enkele zeer rijke families in Rome. Officieel zijn het er zo'n 2000, maar sommigen zeggen dat het er maar 25 zijn - die families die telkens weer de consuls leveren. De scherpste critici beweren zelfs dat senator zijn erfelijk is geworden, niet alleen omdat je minstens een miljoen sestertiën moet bezitten om senator te mogen worden, maar ook omdat je zo veel invloed moet kopen dat enkel heel rijke mannen uit families met veel relaties het zover kunnen schoppen. Waar ze hun geld vandaan halen, is duidelijk. Het wordt geërfd, het komt uit hun boerderijen die ze steeds maar uitbreiden. Daarvoor hebben ze natuurlijk slaven nodig en die worden zeer slecht behandeld. Er is uitgerekend dat een slaaf in de mijnen, de steengroeven of op de akkers een levensduur heeft van twaalf jaar. Het is dan ook geen wonder dat er regelmatig slavenopstanden zijn, waartegen hele legers moeten worden ingezet. Een ander probleem van de uitbreiding van landerijen is dat de grond van kleine boeren wordt ingepikt. Veel van die boeren komen in de stad terecht waar ze op de een of andere manier proberen te overleven. Dat is niet makkelijk in een stad die al zo overbevolkt is dat een tweekamerappartement in een wankele huurkazerne van zeven verdiepingen evenveel kost als een behoorlijk huis buiten Rome. De rijke families weten ook welke postjes de meeste winst opleveren. Een gouverneur van een provincie haalt zo veel mogelijk geld binnen uit belastingen. Veldtochten leveren buit op. Julius Caesar, een bijzonder populaire generaal, stuurde al zo veel goud naar Rome dat de goudprijs kelderde. En ze leven van een dubbele moraal. Handel drijven mogen senatoren en hun families niet, want dat is sinds 218 verboden. Maar de verhuring van de krottige woonkazernes is dan weer wel toegelaten. De handel is vooral in handen van vrijgelaten slaven. Sommigen worden daardoor zeer rijk en willen dan zelf politieke macht. Die krijgen ze natuurlijk niet, want ze blijven cliënten van hun vroegere meester. Als die geld nodig heeft, weet hij hen wel wonen. Natuurlijk is er al verschillende keren geprobeerd de zaken rechtvaardiger te regelen, maar dat is nooit gelukt. Integendeel, het heeft de samenleving in twee partijen verdeeld. De populares willen dat iedereen mee kan beslissen via de al lang bestaande volksvergadering. De optimates willen dat enkel de meest vooraanstaanden het land besturen, waarmee ze uiteraard zichzelf bedoelen. In de praktijk wisselen de meesten hier gewoon van partij naar gelang het hen uitkomt of naar gelang de som die ze in de handen gestopt krijgen. Neem nu de huidige consul Pompeius. Officieel een plebejer, iemand uit het volk dus. Officieel staat die aan de kant van de populares. Hij heeft ook veel voor het volk gedaan. Hij voerde de graanbedelingen op en nu leven zowat een op de drie burgers in Rome van dat gratis graan. Hij heeft een theater gebouwd waar de zotste toneelstukken worden opgevoerd. Nogal vulgair, zeggen de theatercritici, en niet geschikt voor fatsoenlijke mensen, maar wel heel populair. Die Pompeius, zo wordt gefluisterd, heeft zich door de optimates laten overhalen met hen mee te doen en kreeg in ruil de titel van enige consul. Hij is, zeggen velen, een heel ijdel man die zoals zoveel gepensioneerde militairen enkel over zijn oorlogen kan vertellen en overal snoeft dat hij maar op de grond hoeft te stampen en de legioenen springen te voorschijn. Het gevolg is dat heel veel rijke jongelui nu tegen Pompeius zijn gekant. Zij beweren dat Pompeius (die zichzelf Magnus, de grote) noemt, de republiek verraden heeft. Maar kwatongen fluisteren dat ze door Caesar zijn omgekocht, en dat lijkt veel plausibeler. Want Caesar heeft een politiek programma dat hen niet kan aanstaan. Hij wil veel meer mensen het Romeinse burgerrecht geven, hij wil de verschrikkelijke schuldenlast die zoveel mensen voor de rest van hun leven meeslepen, afschaffen. Hij is zelf een huisjesmelker, maar zegt dat hij de ongezonde volkswijken wil saneren. Het is dus logisch dat arme mensen hem steunen, maar rijke jongeren? Maar de soldaten vormen de grootste troef van Caesar. Hij betaalt ze uit zijn eigen zak en laat ze ruimschoots delen in de buit die hij in Gallië heeft opgehaald. Die Caesar wil consul worden, maar Pompeius laat overal rondvertellen dat hij eigenlijk koning wil worden. Voor een man die zelf 'enige consul' is en dus alles te zeggen heeft, klinkt dat wat vreemd. Voor een man die een wet liet goedkeuren die Caesar zelfs als kandidaat uitsluit, is het helemaal raar. Ondertussen gaat de discussie verder. Blijft Rome een republiek, bestuurd door een senaat van zeshonderd man, of wordt het een koninkrijk? De beste analyse heb ik, vreemd genoeg, gehoord van een jongen van 14 jaar. Die Octavianus zei: 'Rome heeft zijn staatsvorm gekopieerd op die van Athene. Maar dat was een stad, Rome is een wereldrijk. Daarom moet de staatsvorm aangepast worden. Een koning of keizer die goed samenwerkt met de senaat en de volksvergadering, die rechtvaardige wetten laat stemmen, de overwonnen gebieden niet langer uitbuit, maar integreert en die van Rome echt een prachtige stad maakt, dat lijkt me de toekomst.'Door Misjoe Verleyen