Maar cijfers dus. De laagste inkomens krijgen tien procent belastingkorting, de veelverdieners niet eens de helft daarvan. Zo'n herverdeling van de welvaart lijkt rechtvaardig. Uitgedrukt in centen in plaats van in procenten, ontstaat evenwel een ander beeld. Wie 50.000 frank per maand verdient, betaalt zowat duizend frank minder belastingen, maar wie het vijfvoudige opstrijkt, geniet een fiscaal voordeel van goed vierduizend frank. De winst aan koopkracht is voor de hoge inkomens dus het viervoudige van wat de kleinverdieners extra krijgen. Gevolg: de kloof tussen rijk en arm neemt nog toe.
...

Maar cijfers dus. De laagste inkomens krijgen tien procent belastingkorting, de veelverdieners niet eens de helft daarvan. Zo'n herverdeling van de welvaart lijkt rechtvaardig. Uitgedrukt in centen in plaats van in procenten, ontstaat evenwel een ander beeld. Wie 50.000 frank per maand verdient, betaalt zowat duizend frank minder belastingen, maar wie het vijfvoudige opstrijkt, geniet een fiscaal voordeel van goed vierduizend frank. De winst aan koopkracht is voor de hoge inkomens dus het viervoudige van wat de kleinverdieners extra krijgen. Gevolg: de kloof tussen rijk en arm neemt nog toe.Met deze belastingvermindering bevestigen de liberalen hun klassieke imago als verdedigers van de betere burger. Het doordrukken van de eveneens beloofde verhoging van de sociale uitkeringen laten ze over aan de socialisten en de groenen. Dat beeld strookt niet met wat VLD-voorzitter Karel De Gucht zo slim en gloedvol voorhoudt in het vorige week verschenen boekje Het einde der pilaren dat hij samen met de ex-CVP'er Johan Van Hecke heeft geschreven. Beiden stellen dat de klassieke politieke breuklijnen zijn verdwenen en dat dus ook de partijen die op grond daarvan zijn gevormd geen reden van bestaan meer hebben. Zo verdedigen ze hun gemeenschappelijke project: de politieke herverkaveling waardoor de VLD moet uitgroeien tot een grote 'volkspartij', ten nadele van de ex-CVP. Toch tonen De Gucht en Van Hecke alleen maar aan, en terecht, dat de kloof tussen gelovigen en vrijzinnigen irrelevant is geworden. Of dat ook geldt voor de sociaal-economische of de communautaire breuklijnen, valt nog zeer te bezien. De belastingdiscussie wijst al op het tegendeel. En het aanhoudende gekift tussen Vlamingen en Franstaligen over financiële transfers, openbaar vervoer of een eigen justitie-, sociaal of werkgelegenheidsbeleid evenzeer.De Gucht en Van Hecke gaan er dus iets te snel van uit dat ook België het Einde van de Geschiedenis heeft bereikt. De Muur is niet helemaal gevallen. Maar het dient hen wel, net om te kunnen betogen dat het in Vlaanderen tijd is voor een herverkaveling rond de VLD. Want, zegt De Gucht, daar bestaat een politieke mainstream van 60, 70 procent van de bevolking, die niet langer katholiek, maar liberaal is. Hij ziet de VLD-plus wel zéér groot. Daarin verraadt zich het de voorbije jaren erg populaire consensus- en unanimiteitsdenken. Deze rond de Witte Mars gegroeide overtuiging wil dat het maar eens uit moet zijn met de klassieke partijpolitieke 'spelletjes' en dat alle politici van goede wil zich 'over de partijgrenzen heen' voor 'het algemeen belang' moeten inzetten. Het Octopusoverleg, de voorbode van de hervorming van gerecht en politie, is daar de meest zichtbare uiting van. Dat het met die hervorming niet zo best loopt, illustreert evenwel dat een democratische politiek dan toch niet zozeer een kwestie van unanimiteit is, maar wel van het tegendeel daarvan: meningsverschil, discussie en het maken van keuzen. En dat de idee van de grote, liberale volkspartij misschien toch meer te maken heeft met de wil om electorale macht te concentreren, dan met het moderniseren van het politieke landschap.Marc Reynebeau