Nadat de Belgica, die vijftien maanden in het zuidpoolijs had vastgezeten, op zondag 5 november 1899 in Antwerpen was teruggekeerd, genoot commandant Adrien de Gerlache de Gomery van de honneurs waar mensen van zijn stand op gesteld zijn. Prins Albert was te gast op de plechtige zitting van de Société Royale Belge de Géographie - die nochtans voor meer hinder dan hulp had gezorgd. En koning Leopold II, die avonturiers als de Gerlache eigenlijk liever Congo zag exploreren, stemde op 4 december toch in met de oprichting van de Commission de la Belgica. Die zou de gegevens en de monsters bestuderen die tijdens de tocht van de Belgica verzameld waren. De oogst was niet gering, maar de verwerking verliep zo traag en discreet dat buitenlandse wetenschappers hun Belgische collega's meer dan eens de loef afstaken. Zo is het oesterachtige schelpdier dat de Roemeense bioloog Emile Racovitza tijdens de Belgica-expeditie ontdekte, de adamussium Colbecki, vernoemd naar William Colbeck: die trok ná Racovitza naar het zuidpoolcontinent, maar publiceerde zijn vondsten wel sneller.
...

Nadat de Belgica, die vijftien maanden in het zuidpoolijs had vastgezeten, op zondag 5 november 1899 in Antwerpen was teruggekeerd, genoot commandant Adrien de Gerlache de Gomery van de honneurs waar mensen van zijn stand op gesteld zijn. Prins Albert was te gast op de plechtige zitting van de Société Royale Belge de Géographie - die nochtans voor meer hinder dan hulp had gezorgd. En koning Leopold II, die avonturiers als de Gerlache eigenlijk liever Congo zag exploreren, stemde op 4 december toch in met de oprichting van de Commission de la Belgica. Die zou de gegevens en de monsters bestuderen die tijdens de tocht van de Belgica verzameld waren. De oogst was niet gering, maar de verwerking verliep zo traag en discreet dat buitenlandse wetenschappers hun Belgische collega's meer dan eens de loef afstaken. Zo is het oesterachtige schelpdier dat de Roemeense bioloog Emile Racovitza tijdens de Belgica-expeditie ontdekte, de adamussium Colbecki, vernoemd naar William Colbeck: die trok ná Racovitza naar het zuidpoolcontinent, maar publiceerde zijn vondsten wel sneller. Vandaag, 100 jaar later, is dat nog steeds een van de zwakke punten van het Belgische zuidpoolonderzoek. Zo blijkt uit de doorlichting van de Belgische zuidpoolprogramma's (1985-2002) door een groep buitenlandse experts in opdracht van het Departement voor Wetenschappen, Technische en Culturele Aangelegenheden (zie kader). Vandaar overigens een van de suggesties van Alain Hubert in zijn betoog op vrijdag 15 november tijdens de viering van de dynastie in het parlement. Hubert en zijn ex-reisgezel Dixie Dansercoer hebben niet mis te verstane kritiek op het Belgische beleid inzake poolonderzoek. In 1994 waren Alain Hubert en Didier Goetghebeur de eerste Belgen die zonder externe bevoorrading, de noordpool bereikten: te voet en op ski's. Tijdens de zomer aan de zuidpool trokken Alain Hubert en Dixie Dansercoer in 1997-'98 van de vroegere Koning Boudewijnbasis naar de zuidpool: 3924 kilometer in 99 dagen, dankzij het gebruik van tractiezeilen ( power kites) waarmee zij gemiddeld 88 kilometer per dag op ski's en met een slee achter zich over het ijs surften. Op hun beste dag haalden zij zelfs 271 kilometer. Hun sindsdien bekende Compaq-zeilen, vernoemd naar het computermerk dat hen sponsort, gaven het kite surfen op zee zelfs een elan. En vorige lente waagde het tweetal zich aan de langste overtocht (2400 kilometer) van de dichtgevroren oceaan aan de noordpool. Hubert en Dansercoer moesten hun tocht evenwel onderbreken wegens de Chaos op het ijs - zoals de titel van hun boek luidt. Precies die slechte toestand van het noordpoolijs gaf hun tocht een nieuwe dimensie. Gedurende hun 68 dagen durende tocht kregen zij nooit ijs te zien dat dikker was dan anderhalve meter. Terwijl de Fram, het speciaal voor ijszeeën gebouwde schip van de Noor Fridjof Nansen (nog steeds het idool van alle moderne poolreizigers), tijdens zijn overwintering in 1893 met ijsdikten te kampen had van tien meter en meer. Wordt het ijs op de zuidpool al eens het geheugen van de mensheid genoemd, dan is het ijs aan de noordpool een even grote waardemeter voor de evolutie van het klimaat op aarde. Het zijn de poolgebieden, zo drukte Alain Hubert de parlementsleden vorige week vrijdag nog eens op het hart, die ons een mogelijke verklaring geven voor de opwarming van ons klimaat en de gevolgen daarvan voor de hele wereld. Ons land heeft dus enige traditie op het gebied van poolexploratie. Dat belette de Belgische regering onder leiding van Paul Vanden Boeynants in 1966 niet om de Koning Boudewijnbasis (op zo'n 2300 kilometer van de zuidpool) te sluiten. Daarna zou het tot 1985 duren vooraleer minister van Begroting en Wetenschapsbeleid Philippe Maystadt met het Nationaal Programma voor Antarctisch Onderzoek de draad weer zou opnemen. Dat is sindsdien aan zijn vijfde fase toe. Sinds de vierde fase (1997-2001) en de VN-Conferentie in Rio de Janeiro, die het begrip 'duurzame ontwikkeling' propageerde, is het echter opgenomen in een gelijknamig Belgisch programma, vandaag onder de bevoegdheid van de federaal minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek Charles Picqué (PS) en zijn regeringscommissaris Yvan Ylieff (PS). Met alle gevolgen van dien voor het poolonderzoek. Het is bijgevolg logisch dat Alain Hubert, uni sono met experts die het zuidpoolonderzoek doorlichtten, pleit voor een opnieuw zelfstandig programma, dat bovendien niet uitsluitend het zuidpoolonderzoek maar alle poolonderzoek zou groeperen. Er wordt de beleidsverantwoordelijken ook gevraagd een strategie voor het poolonderzoek uit te werken dat de betrokken wetenschappelijke instellingen de nodige middelen en continuïteit garandeert. Zo zou België mee moeten betalen voor het beheer van de stations en schepen waar onze poolvorsers gebruik van maken. Aangezien dat nu níét het geval is, hebben zij ook weinig in de pap te brokkelen. Alain Hubert verwijst ook naar een andere conclusie van het team van experts: de organen die over de prioriteiten en de middelen van het Belgische poolonderzoek beslissen, moeten de wetenschappers nauwer bij de besluitvorming betrekken. En die moeten zowel onderling als met de buitenwereld beter leren communiceren over hun onderzoeksdomeinen. Alain Hubert ijvert alvast voor de oprichting van een International Polar Foundation in Brussel. Deze stichting moet de resultaten van het wetenschappelijk poolonderzoek in educatieve projecten vertalen en aldus de werkzaamheden groeperen die Alain Hubert en de zijnen nu reeds her en der ontplooien (zie: www.antarctica.org, www.educapoles.org en www.internationalpolarfoundation.org). In een vleugel van de vroegere universitaire afdeling voor dierkunde in Cureghem (Anderlecht) wil Hubert permanente kantoren, tentoonstellingen en studiedagen houden. Deze architecturaal indrukwekkende site wordt vanaf volgend jaar - onder impuls van Art et Immobilier (Artim) - gerenoveerd tot een nieuwe wijk (60.000 m2) van kantoren en woningen waarin ecologie centraal zal staan. Zoals Alain Hubert zegt: 'Tijdens al mijn tochten heb ik geleerd dat technologie in dienst van de mens kan staan, maar dat die mens zijn relatie tot zijn natuurlijke omgeving moet bevragen. Steeds meer mensen beginnen eindelijk te beseffen dat de planeet aarde rond en dus eindig is. En dat wij weldra minstens drie planeten zullen nodig hebben, als wij verder leven zoals de Noord-Amerikanen nu leven. Hun footprint, zeg maar de ruimte die zij al bij al met hun huidige levensstijl innemen, bedraagt 4,5 hectare. Aan dat ritme gaan finaal zelfs de polen smelten.'Frank De Moor'Steeds meer mensen beginnen te beseffen dat de planeet aarde rond en dus eindig is.'