Hoe groot is de imagoschade voor België door de zaak-Chovanec?
...

Hoe groot is de imagoschade voor België door de zaak-Chovanec? Peter Moors: We moeten daar niet flauw over doen: de imagoschade is aanzienlijk. Over de hele wereld hebben mensen die schokkende beelden gezien, en ze schrikken ervan dat zoiets in België kan gebeuren. De schade beperken wordt een moeilijke zaak. Jan Jambon (N-VA) kon zich de ontmoeting met de Slowaakse ambassadeur over een overleden persoon in een politiecel niet herinneren. Moors: Los van dit specifieke voorval is de kwestie symptomatisch voor het feit dat internationale thema's steeds minder aandacht krijgen. Nochtans dringt het buitenland almaar vaker en dieper door in onze samenleving. De granaatoorlog in Antwerpen staat rechtstreeks in verband met Latijns-Amerikaanse drugskartels, en de transmigranten in West-Vlaanderen zijn een direct gevolg van de instabiliteit aan de Europese buitengrenzen. Om het met een boutade te zeggen: naarmate het buitenland belangrijker wordt in de dorpsstraat, komt het minder aan bod in de Wetstraat. Welke rol speelt de politieke situatie in ons land daarbij? Moors: België is niet langer het stabiele land van weleer. Het is niet onlogisch dat we daarom wat vaker met onszelf bezig zijn, maar we moeten wel beseffen dat zoiets gevolgen heeft. Als een van de meest open economieën ter wereld zijn we enorm afhankelijk van wat zich rondom ons afspeelt. Als we dat uit het oog verliezen, dan zullen we het ook in onze portefeuille voelen. Op het departement merken we dat al langer. De afgelopen tien jaar is een kwart van onze buitenlandse diplomatieke posten gesloten, op onze hoofdzetel lopen 200 mensen minder rond en onze werkingsmiddelen zijn met 15 procent gekrompen. Ondervindt het departement de gevolgen van de politieke stilstand? Moors: Op sommige vlakken wel. Al in 2018 wilden we 11 miljoen euro uit ons werkingsbudget verschuiven om ons beter te wapenen tegen de dagelijkse cyberaanvallen. Maar omdat een regering in lopende zaken daarover geen beslissing kan nemen, is daar tot op de dag van vandaag niets van in huis gekomen. Bovendien zorgt onze staatsstructuur ervoor dat het steeds moeilijker wordt om het intern eens te worden over een Belgisch standpunt. Zo bestaat er nog altijd onenigheid over het klimaatbeleid. Daar betalen we een prijs voor: we kunnen niet op de inhoud van zulke dossiers wegen, worden minder uitgenodigd op verscheidene fora en komen daar ook minder aan bod. De wisselende kleurencodes voor corona zorgen voor de nodige frustratie bij reizigers. Hebt u daar begrip voor? Moors:Het is de Celeval, waarin Buitenlandse Zaken niet vertegenwoordigd is, die beslist over de kleurencodes. Moet uw departement een rol krijgen in de Celeval? Moors:Heeft deze crisis een internationale dimensie? Het antwoord is 'ja'. Is het daarvoor verantwoordelijke departement vertegenwoordigd in het adviesorgaan? Het antwoord is 'nee'. Oordeelt u zelf maar of u dat logisch vindt. 'Naarmate het buitenland belangrijker wordt in de dorpsstraat, komt het minder aan bod in de Wetstraat.'