Een gapende laaglandse politieke kloof werd vorige week zichtbaar op de Nederlandse televisie. Belgisch oud-premier Guy Verhofstadt kwam op 6 mei in het laatavondprogramma Pauw & Witteman vertellen hoe Europa de wereld uit de financiële crisis kan redden: méér Europa is nodig, niet minder. Een Obamaplan op Europese schaal, geleid door één Europese economische regering.
...

Een gapende laaglandse politieke kloof werd vorige week zichtbaar op de Nederlandse televisie. Belgisch oud-premier Guy Verhofstadt kwam op 6 mei in het laatavondprogramma Pauw & Witteman vertellen hoe Europa de wereld uit de financiële crisis kan redden: méér Europa is nodig, niet minder. Een Obamaplan op Europese schaal, geleid door één Europese economische regering. Zijn beide interviewers keken hem verbijsterd aan. Deze verbazing wordt door hen gewoonlijk beroepsmatig voorgewend, maar ditmaal hoefden Pauw & Witteman niet te spelen. Meer Europa, dat wilde de bevolking toch helemaal niet? Stemde die niet bij elke geboden gelegenheid tégen Europa? Een cascade aan beelden van nee-stemmende kiezers uit de Franse, Nederlandse en Ierse referenda van 2005 en 2008 werd ten bewijze opgevoerd. En bovendien: de nationale politieke leiders wilden toch evenmin meer Europa? Ook Nicolas Sarkozy en Angela Merkel schoten tijdens de crisis immers meteen in de nationalistische reflex. Als klap op de vuurpijl waren er videobeelden van de Nederlandse minister van Financiën Wouter Bos, die uitdagend in de camera zei: als wij in Nederland een impuls aan de economie willen geven, dan hebben we Brussel niet nodig; als wij in Nederland de vakbeweging bij de crisisoplossing willen betrekken, hebben we Brussel 'totaal niet nodig'. De oud-premier wist wel raad met deze tegenwerpingen: 'binnen enkele jaren' zou ook Wouter Bos tot de conclusie komen dat alleen Europa de oplossing kon bieden. Ook Sarkozy en Merkel zullen volgens Verhofstadt spoedig bijdraaien. Een kwestie van wachten, wachten tot de crisis nog meer pijn doet. Het is een bekend recept: wie nu alleen staat, beroept zich op de toekomst om zijn gelijk te halen. In België is vrijwel de gehele politieke klasse het eens over wat goed is voor de Europese Unie: volle kracht vooruit. Met name de Wetstraat 16 heeft een elektriserend effect op dit geloof. Een Europese belasting, een Europees leger, een Europese regering, het moet allemaal liefst morgen. (Dat dergelijke plannetjes in het nukkige Ierland de kiezers grote schrik aanjagen en er bij al te grote publiciteit toe kunnen leiden dat het door dezelfde Belgische politici zo felbegeerde nieuwe Europese verdrag in een tweede referendum later dit jaar opnieuw wordt afgewezen, mag de pret niet drukken.) Vanwege deze consensus tussen de gevestigde partijen gaan de Europese verkiezingen van 7 juni niet over de inhoud, maar over wie van beide oud-premiers Jean-Luc Dehaene en Verhofstadt als grootste Europeaan uit de stembus komt. In tegenstelling tot België is Nederland inmiddels van dit Europese geloof gevallen - met het referendum van 2005 als definitief kantelmoment. In Den Haag gaan de aanstaande verkiezingen erover hoeveel minder Europa er moet komen. De Nederlandse partijen doen er een wedstrijd in het wegbezuinigen van Brusselse ambtenaren, snoeien in EU-subsidies, minderen van regels. Zelfs twee buurlanden die jarenlang samen optrokken als voorvechters van meer macht voor 'Straatsburg' verstaan elkaars verkiezingsstrijd niet. Dit gegeven zou EU-ideologen nederig kunnen stemmen. Het Europese verkiezingsdebat is door en door nationaal. Pijnlijk intussen is dat het Belgische Europadenken hoe langer hoe minder spoort met de Europese machtsverhoudingen en ontwikkelingen van de afgelopen decennia. Het gidsland is zijn volgers kwijt. De nationale staten zijn niet verdwenen, maar staan in het centrum van de Europese besluitvorming. Het is niet de Commissie die is uitgegroeid tot Europese (proto-) regering, zoals verhoopt. In plaats daarvan zijn het de verzamelde regeringsleiders die het gezag uitoefenen, als Europese Raad. Vorig najaar, tijdens het begin van de kredietcrisis, liet de onderdanige houding van Commissievoorzitter José Manuel Barroso jegens Raadsvoorzitter Sarkozy aan duidelijkheid niet te wensen over. Toch blijft de Wetstraat in koor beweren dat de nationale staat ten dode is opgeschreven en dat alleen Europa ons kan redden. Wij weten het al, de rest komt er wel achter. Het eigen falen in het bijeenhouden van de Belgische staat wordt omgetoverd tot diepe wijsheid voor de Europese buren. Die buren hebben echter een andere ervaring. Zo is bij mijn weten Fortis verkocht aan een Franse bank. Niet aan een Europese. Luuk van Middelaar (35) is een Nederlands politiek filosoof in Brussel.door Luuk van Middelaar