Een bericht uit Jakarta
...

Een bericht uit JakartaBernard Kent Sondakh staat bekend als een integere man. De bevelhebber van de Indonesische marine zou onkreukbaar zijn. Dat is op zichzelf al opmerkelijk in een land dat berucht is om een allesoverheersende corruptie. De aanhouding op 25 en 26 juli 2002 van zeven buitenlandse baggerschepen, waaronder drie Belgische, was zijn initiatief. 'De smokkel van zand was mij al jaren een doorn in het oog', zegt hij in een gesprek met Knack op het hoofdkwartier van de marine in Jakarta. Nog geen twee dagen nadat de marine de baggeraars heeft vastgenomen, ontvangt Sondakh de eerste smeergeldaanbiedingen. 'Ik werd door verschillende mensen gebeld. Eentje bood me 40 miljard Indonesische roepia (4 miljoen dollar) in ruil voor de vrijlating van de schepen', vertelt hij. 'Het waren Indonesiërs, maar wie precies, weet ik niet', aldus Sondakh. 'Ik heb de gesprekken altijd afgekapt met de boodschap dat de verantwoordelijkheid bij het regeringsteam lag. Ik heb ze nooit ontmoet. Behalve eentje, de eerste, een zekere Adriaan, die ook hier wel eens als agent opduikt wanneer de marine grote aankopen doet. Maar ook hem heb ik de deur gewezen.'Sondakh wordt op 24 april 2002 benoemd tot bevelhebber van de Indonesische marine. 'Na mijn inauguratie vroeg de president mij om een einde te maken aan de verscheping van illegaal gekapt hout, illegale visserij en illegale zandwinning', vertelt hij enthousiast. Hij laat er geen gras over groeien. Drie maanden later geeft Sondakh zijn vloot de opdracht zoveel mogelijk baggerschepen aan te houden tussen de eilanden van Riau, de Sumatraanse provincie vlakbij de stadstaat Singapore. Zeven schepen worden gepakt waarvan drie Belgische: de Vasco da Gama en de Alexander von Humboldt van het bedrijf Jan De Nul en de Lange Wapper van Dredging International (DEME). De andere schepen zijn eigendom van Japanse, Koreaanse en Russische maatschappijen. 'We hadden voor die tijd al inlichtingen verzameld. Lokale vissers informeerden ons over schepen die te dicht bij de kust baggerden en milieuorganisaties lichtten ons in over de gevolgen voor de visstand en de erosie van eilanden. Bovendien had ik zes 'Seariders' met kikvorsmannen ingezet om de bewegingen van baggerschepen te monitoren', legt Sondakh uit. 'Die zagen dat sommige schepen in een dag vier, vijf of zelfs zes keer op en neer naar Singapore gingen, terwijl slechts één trip bij de douane werd opgegeven.''In 1995 zag ik al dat het helemaal uit de hand liep', herinnert de bevelhebber zich. 'We hadden geen enkele controle op de zandwinning. Maar de politieke situatie was toen anders. Ik stond alleen.' Sondakh was toentertijd bevelhebber van de westelijke vloot. President Haji Mohamed Suharto zat nog stevig in het zadel en de zoon van diens protégé en latere opvolger Bucharuddin Habibie was een grote concessiehouder waar de baggeraars hun zand ophaalden. Al sinds de jaren tachtig winnen buitenlandse baggerbedrijven zeezand op concessies rond de eilanden Batam, Bintan en Karimun (Riau). De grondstof is bestemd voor de lucratieve landaanwinningsprojecten van Singapore. De ironie wil dat de drie vastgenomen schepen van Jan De Nul en Dredging pas sinds midden juni tussen Riau en Singapore varen. Daarvoor haalden zij hun zand in Maleisië, totdat Kuala Lumpur een verbod op de export instelde. Andere schepen van de Belgen samen met die van Nederlandse baggermaatschappijen zoals Ballast HAM, Boskalis en Van Oord, zijn wel al jarenlang betrokken bij de zandwinning in Indonesië. Goed geïnformeerde bronnen vertellen over schimmige praktijken in Riau. Volgens een baggerconsultant die anoniem wenst te blijven, is er aan de aanbodzijde lange tijd sprake geweest van een kartel. Dit zogenaamde consortium van grote Indonesische concessiehouders onderhield nauwe banden met de familie Suharto. Achter de concessiehoudende maatschappijen zoals Malendra, Equator en Indoguna gaan de in Indonesië beruchte namen schuil van Ricardo Gelael, Dicky Iskandar Di Nata, Jony Rosadi, Imam Sujadi en Jefry Baso. De buitenlandse baggeraars spraken op hun beurt af alleen zaken te doen met het consortium. Kleinere concessiehouders kregen geen voet aan de grond. Om hun concessie te gelde te maken, moesten ze hun zand tegen een afbraakprijs aanbieden bij het gehate kartel. Nadat president Habibie in oktober 1999 aftrad, begon het te rommelen in Riau. De beschermheren waren weg en het consortium viel uiteen. Met de inmiddels doorgevoerde decentralisatie kregen ook lokale autoriteiten de macht om concessies te verkopen. 'Het werd een chaos', vertelt Busran Kadri, directeur generaal van het ministerie van Maritieme Zaken. 'Dezelfde concessie werd meerdere malen verkocht, uitgeputte concessies werden opnieuw toebedeeld en kwetsbare gebieden werden voor zandwinning opengesteld.''Toen wist iedereen al dat de concessiehouders slechts een klein deel van het gebaggerde zand aangaven bij de douane', zegt de consultant. 'De rest werd illegaal geëxporteerd. In samenwerking met de baggeraars. Die hebben kilo's boter op hun hoofd, maar het werd ze wel op een presenteerblaadje aangeboden. De concessiehouder kreeg van de baggeraar een relatief lage vergoeding die hem meer opleverde, omdat hij geen belasting afdroeg', aldus de consultant. Bij de aanhouding juli vorig jaar blijken de schepen alleen over faxkopieën te beschikken van de vereiste documenten. 'De originelen werden bijgehouden door de concessiehouders om hun aangifte in te vullen', verklaart Jan De Nul later in een reactie op eerdere berichtgeving in De Financieel-Economische Tijd. Op 9 oktober wordt het vonnis geveld door de rechter op het eiland Tanjung Pinang. Wegens het ontbreken van een geldige vaarvergunning worden de schepen veroordeeld tot een boete van ieder 30 miljoen roepia (ruim 3000 dollar). Na betaling zijn de schepen vrij om te gaan, aldus de uitspraak. Het regeringsteam TP4L dat speciaal voor de zandwinningskwestie is opgericht, negeert het vonnis. Onder leiding van het ministerie van Maritieme Zaken is er crisisberaad met de andere TP4L-leden, waaronder het ministerie van Justitie, dat van Handel en dat van Financiën, de minister van Buitenlandse Zaken, de minister voor Milieu, de bevelhebber van de strijdkrachten (TNI), en het hoofd van de politie. De schepen blijven vast. 'Op die uitspraak was op zichzelf niets aan te merken', erkent Chandra Motik, landsadvocate en juridisch adviseur van de marine. 'Maar de rechtszaak betrof slechts een van de vele overtredingen', zegt zij. Motik somt de belangrijkste beschuldigingen op: de baggeraars zouden verantwoordelijk zijn voor milieuschade, het breken van de douanewet en immigratiewet en grootschalige diefstal van een grondstof. 'De buitenlandse baggeraars hebben jarenlang enorme hoeveelheden zand gestolen. Daarom kon Indonesië de aangehouden schepen niet laten gaan.'De verdenkingen worden bevestigd door de gegevens die de Singaporese havenautoriteit (MPA) verstrekt over de periode 23 mei tot 26 juli op het verzoek van het regeringsteam TP4L. Uit vertrouwelijke documenten blijkt een groot verschil tussen het aantal tochten dat is opgegeven bij de Indonesische douane en de trips die Singapore heeft geregistreerd. De schepen zijn in werkelijkheid vele malen vaker op en neer geweest dan het aantal waar officieel aangifte van is gedaan. Ervan uitgaande dat de baggerschepen met volle ladingen Singapore binnenvaren, zouden Jan De Nul en Dredging International in het uitgelichte tijdvak res-pectievelijk 2,1 miljoen en 1,3 miljoen m3 zand illegaal van Indonesië naar Singapore hebben vervoerd. Met een gemiddelde prijs van 0,70 euro voor 1 m3 zand zouden de Belgische baggeraars 2,4 miljoen euro aan zand hebben weggesmokkeld waardoor de Indonesische staat 360.450 euro aan belasting (15 %) is misgelopen. 'En dat alleen binnen een periode van twee maanden', zegt Motik. De baggeraars ontkennen zand te hebben gesmokkeld. 'Indien er valse aangiftes zijn gemaakt of onvoldoende taksen zijn betaald, dan kan dat niet verweten worden aan de baggeraars maar enkel aan de concessiehouders', aldus Jan De Nul. Het zijn inderdaad de lokale concessiehouders van zandwinningsgebieden die bij wet verantwoordelijk zijn voor de aangifte en de afdracht van belastingen en royalty's, moet landsadvocate Chandra Motik erkennen. Vreemd genoeg is tot op heden niet één concessiehouder vervolgd. 'Misschien zal dat in de toekomst gebeuren. Dat laten we over aan de procureur-generaal en het ministerie van Justitie', zegt Busran Kadri van het ministerie van Maritieme Zaken. Maar goed ingelichte bronnen betwijfelen dat het er ooit van komt. De concessiehouders genieten nog altijd bescherming in Indonesië, zo is de inschatting. De regering vindt vervolging niet de moeite waard. Het zou politiek te veel risico's meebrengen. Met de schepen lag dat anders. 'Daarmee hadden ze de kip met de gouden eieren in handen', aldus de baggerconsultant. De onschuld van de baggeraars zou ondersteund worden door vertrouwelijke correspondentie van het ministerie van Justitie en de procureur-generaal aan de minister van Maritieme Zaken. In een brief, gedateerd 7 november, geeft Justitie een inschatting van de uitspraak van de rechter op 11 oktober. Aangezien er geen beroep is aangetekend tegen de uitspraak en evenmin uitstel van executie is aangevraagd, dient het vonnis te worden uitgevoerd. 'De schepen moeten worden geretourneerd aan de eigenaren', zo schrijft directeur wetsregulering Abdul Gani Abdullah. Op 20 januari laat de procureur-generaal per brief weten dat hij nieuwe juridische problemen verwacht als de schepen nog langer worden vastgehouden. 'Door het directoraat van de douane is ons mondeling meegedeeld dat het tot op heden geen smokkelovertredingen heeft gevonden', aldus procureur-generaal Rachman. Sondakh moet lachen wanneer hij de brieven onder ogen krijgt. Hij kent de inhoud. Kopieën werden destijds ook hem toegezonden. 'Het is net een grap', zegt de bevelhebber. 'We kennen de feiten. Ik weet niet waarom Rachman zo'n brief schrijft. Het is niet mijn verantwoordelijkheid om zijn motieven te onderzoeken.'TP4L ontkent dat de brieven de onschuld van de baggeraars aantonen. 'De eerste brief slaat alleen op de rechtszaak over het ontbreken van een geldig vaarbewijs', verklaart Soesilo Indroyono, van het ministerie van Maritieme Zaken en tevens secretaris en woordvoerder van TP4L. 'Dat de rechtbank van Tanjung Pi-nang absolute zeggenschap had, gold alleen voor die specifieke zaak. Het onderzoek naar de andere overtredingen liep toen nog', aldus de woordvoerder van TP4L. 'Bovendien was het de opinie van een directeur van het ministerie van Justitie. Het was niet de ultieme conclusie van de regering. Wij hadden voldoende indicaties om het ergste te vermoeden', zegt hij. 'Voor de brief van Rachman geldt hetzelfde', beweert Indroyono. 'Het was een advies dat als input diende voor een vergadering van het regeringsteam op 23 januari. Maar de informatie van de douane was slechts één kant van het verhaal. Ondertussen was het onderzoeksteam bezig de informatie van de havenautoriteiten van Singapore te bestuderen. Daaruit bleek het verschil met de gegevens van de douane.'Waarom worden juist de baggeraars daarop aangesproken? 'Sinds de aanhouding tot op heden hebben de schepen geweigerd hun logboeken te overhandigen', vertelt Indroyono. 'Elk schip, wereldwijd, groot of klein, moet een logboek bijhouden, maar deze baggeraars konden geen logboek laten zien. Dat is een doodzonde in de scheepvaart', zegt hij. Sondakh bevestigt het ontbreken van de logboeken. 'Als er geen logboek is, dan weet je dat er iets niet klopt', oordeelt hij. 'Het logboek is altijd het eerste waar je naar vraagt bij een controle, maar zij weigerden dat te laten zien. Dat betekent dat ze iets te verbergen hadden.'Volgens verschillende bronnen, zowel in Indonesië als in Singapore, hebben de baggeraars hun laatste hoop gevestigd op Tommy Winata, een man die in Indonesië bekend staat als een bijzonder machtig en gevreesd zakenman en gokbaas die nauwe banden heeft met de top van het leger. Hij zou de vrijlating voor de schepen bewerkstelligen in ruil voor een exclusieve afspraak met de baggeraars. 'Op een avond kreeg ik bezoek aan huis', vertelt Sondakh. 'Een man introduceerde zich en zei namens Tommy Winata te komen. Hij drong erop aan dat ik de schepen liet gaan. Dat zou ertoe leiden dat de baggeraars alleen zaken deden met de concessiehouders onder controle van Winata', herinnert Sondakh zich. Wat werd hem in ruil aangeboden? 'Niets', zegt hij. 'Behalve dat Winata de zaak wel eventjes zou opruimen. Ik heb hem uitgelegd dat hij bij mij aan het verkeerde adres was en heb hem doorverwezen naar TP4L. Misschien dachten ze dat ik geïntimideerd zou zijn.''De baggeraars kwamen tot het inzicht dat er geen andere uitweg meer was dan betalen', aldus een betrokkene die niet met naam genoemd wil worden. Elke dag stapelden de verliezen zich verder op. Jan De Nul en Dredging willen geen exacte cijfers geven, maar goed geïnformeerde bronnen spreken van een derving van inkomsten van miljoenen dollars. Eind vorig jaar komen de baggeraars en TP4L overeen de zaak te schikken. De scheepseigenaren zullen een 'contributie betalen voor de ontwikkeling van Indonesië', zo legt Indroyono uit. 'We hadden in augustus al twee opties geformuleerd: juridische vervolging of het eisen van een contributie', aldus de secretaris van het regeringsteam. Landsadvocate Chandra Motik legt uit waarom een schikking de voorkeur genoot. 'Wij hadden wel naar de rechter kunnen blijven gaan, maar dat had vreselijk lang geduurd. Misschien wel tien jaar. Elke overtreding had afzonderlijk behandeld moeten worden. En al die tijd hadden we de schepen moeten vasthouden. Daar had niemand belang bij gehad.'Al voor de uitspraak van de rechter in Tanjung Pinang, vraagt TP4L het Singaporese accountantskantoor Deloitte& Touche en het advocatenkantoor Harry Elias & Partnership een zogenaamde contributie te berekenen en namens het regeringsteam met de scheepseigenaren te onderhandelen. Binnen TP4L lopen de schikkingseisen uiteen van 10 tot 50 procent van de waarde van de schepen. Op basis van de schattingen van Deloitte& Touche zouden de eigenaren in totaal tussen 30 en 105 miljoen dollar moeten betalen. Betrof het hier geen losgeld? 'Zie het als een soort herstelbe-taling', zegt Motik. 'Het is niets vergeleken met de hoeveelheid zand die over de jaren van Indonesië gestolen is.'Deloitte&Touche en HE&P stellen voor 15 procent van de waarde van de schepen te eisen. In een faxbericht aan het ministerie van Maritieme Zaken gedateerd 10 oktober 2002 schrijft het advocatenkantoor dat 'er geen precieze manier is om de som te berekenen die gepast zou zijn voor een schikking'. Verschillende factoren zijn meegewogen, aldus HE&P, waaronder de staat van de schepen, de waarde van de schepen, de geschatte waarde van het gesmokkelde zand, kosten voor de Indonesische regering, financiële toestand van de scheepseigenaar en het land van registratie. Een hogere eis wordt afgeraden omdat 'de Indonesische regering dan een levensvatbare en winstgevende bron van inkomsten zou verliezen', aldus HE&P in de fax. 'Dit (15 %) zet de baggeraars ertoe aan gebruik te blijven maken van Indonesische wateren als bron voor zeezand.'De baggeraars zijn woedend op Deloitte&Touche. Ze zouden aanwijzingen hebben dat het accountantskantoor in Singapore een percentage van het schikkingsgeld ontvangt. In een bijlage van een brief van TP4L aan de minister van Justitie op 10 oktober staat een opsomming van de verliezen die de regering heeft geleden door de zandsmokkel en een schatting van de kosten die het maakt sinds de vasthouding van de schepen. 'Kosten voor de administratie, verzekering en onderhoud alsmede de kosten voor de onafhankelijke internationale auditor ter hoogte van 10 procent van het bedrag dat geëist wordt', zo wordt gesteld. 'Hoe konden ze weten dat die kosten zouden oplopen tot 10 procent van het geëiste bedrag als het geëiste bedrag op dat moment van schrijven nog niet eens was vastgesteld', zegt de betrokkene die niet met naam genoemd wil worden. Tam Chee Cheong van Deloitte& Touche in Singapore ontkent ten stelligste dat het kantoor een percentage van de eissom krijgt. 'We hanteren gewoon het gebruikelijke uurtarief', zo laat de verantwoordelijke medewerker over de telefoon weten. 'We zijn nog niet helemaal klaar met de opdracht, maar ik schat dat ons kantoor voor het advieswerk dat tot nu toe is verricht zo'n 500.000 dollar in rekening zal brengen', aldus Tam Chee Cheong. President Megawati Sukarnoputri geeft TP4L op 8 november het groene licht om buiten de rechter om de contributie van 15 procent te eisen. Twee weken later betaalt PentaOcean, de eigenaar van de twee Japanse duwbakken, in totaal zo'n 675.000 dollar. Binnen enkele dagen worden ze vrijgelaten. De andere scheepseigenaren voelen zich verraden. Hun onderhandelingspositie is ernstig verzwakt. 'Nu de Japanners het geëiste geld hebben betaald, kan Indonesië geen uitzonderingen maken voor de Belgen', zegt Pierre-Etienne Vaernewijck, al bijna dertig jaar handelsattaché bij de Belgische ambassade in Jakarta. Voor de kerst lijkt ook een akkoord met Jan De Nul en Dredging binnen handbereik. De scheepseigenaren zijn bereid ruim 20 miljoen dollar te betalen, maar dan wel in termijnen. Binnen TP4L zijn de meningen verdeeld. Sommigen willen het hele bedrag ineens. Pas op 23 januari bespreekt het regeringsteam het aanbod van de Belgen, zo vertelt Indroyono naderhand. De partijen gaan akkoord. Eerst komt een aanbetaling van 15 miljoen dollar in een escrow-account. De rest volgt in termijnen tot het eind van 2003. 'De Belgische baggeraars, alhoewel ze recht in hun schoenen stonden, konden niets anders dan het geëiste geld betalen, anders zouden de schepen gewoon blijven rotten zijn in Indonesië', zo liet Jan De Nul naderhand aan De Financieel-Economische Tijd weten. 'We hebben afgesproken dat we geen woord meer vuilmaken aan de hele affaire', vertelt In-droyono. 'In ruil voor de betaling zijn de baggeraars gevrijwaard van vervolging. We sluiten het boek over hun praktijken in de periode 23 mei tot 26 juli', aldus de woordvoerder van TP4L. 'Maar als ze opnieuw in de fout gaan, zullen we niet schromen ze opnieuw te vangen.' Jan De Nul en Dredging International maken het geld over. De autoriteiten hebben een week nodig om na te gaan of het afgesproken bedrag inderdaad op de rekening van de Indonesische regering staat. Nog een week later stuurt de minister van Maritieme Zaken een brief voor vrijlating naar de marine. Op donderdag 6 februari varen de Vasco da Gama, de Alexander von Humboldt en de Lange Wapper het veilige water van Singapore binnen. Alexander WeissinkDe concessiehouders genieten nog altijd bescherming in Indonesië, zo is de inschatting.