In het World Competitiveness Report van het World Economic Forum is ons land in 2007 een plaatsje gestegen naar rang 19. Helaas is de concurrentiepositie van buurlanden Frankrijk, Nederland en Duitsland in diezelfde rangschikking veel beter en zelfs sterker geworden. Bovendien weegt deze opsteker niet op tegen de aanzwellende stroom van herstructureringen en het grote banenverlies in onder meer de textielsector, de automobielindustrie en technologiebedrijven. De impact van de kredietcrisis op de reële economie wordt daarmee pijlsnel zichtbaar.
...

In het World Competitiveness Report van het World Economic Forum is ons land in 2007 een plaatsje gestegen naar rang 19. Helaas is de concurrentiepositie van buurlanden Frankrijk, Nederland en Duitsland in diezelfde rangschikking veel beter en zelfs sterker geworden. Bovendien weegt deze opsteker niet op tegen de aanzwellende stroom van herstructureringen en het grote banenverlies in onder meer de textielsector, de automobielindustrie en technologiebedrijven. De impact van de kredietcrisis op de reële economie wordt daarmee pijlsnel zichtbaar. Met de gevolgen van die crisis voor Fortis en Dexia, en met het op gang houden van het interbancaire geldverkeer had de regering-Leterme de voorbije weken de handen meer dan vol. Die dossiers slorpten zoveel tijd en energie op dat er menselijkerwijze nog nauwelijks momenten overbleven om ernstig met de overheidsbegroting van 2009 bezig te zijn. Pas naar het einde van vorige week toe kreeg dat budget opnieuw meer voorrang. De sfeer binnen de federale regering was op dat moment echter al behoorlijk verpest. Aanleiding was de oplossing die premier Yves Leterme (CD&V) in een derde en definitieve ingreep voor Fortis uitwerkte, namelijk de verkoop van 75 procent van de aandelen van Fortis Bank België aan het Franse BNP Paribas (zie blz. 16 e.v. ). En al mogen de vijf meerderheidspartijen van de federale regering inmiddels wel vertrouwd zijn met de eigen werkwijze van Leterme als eerste minister, zijn aanpak met veel bilaterale contacten met de vicepremiers van Open VLD, MR, CDH en PS is ook 16 maanden na de verkiezingen van 2007 niet van dien aard dat de ideologische en communautaire breuklijnen binnen de regering snel zullen verdwijnen. In het voorbije weekend leidde dat tot nieuwe en scherpe aanvaringen, vooral dan tussen enerzijds Open VLD (Patrick De-wael en Karel De Gucht) en anderzijds CDH (Joëlle Milquet) en PS (Laurette Onkelinx). De meer dan pittige ruzies gingen over de activering van werkzoekenden, de uitgavenbeheersing in de gezondheidszorg en het asiel- en migratiebeleid. Maar ook los daarvan heeft de opmaak van de begroting van 2009 een hoog virtueel gehalte. Ze stoelt op het economisch budget dat het Planbureau een maand geleden maakte en dat voor volgend jaar een economische groei van 1,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) voorspelde. Intussen heeft het Internationaal Monetair Fonds die voorspelling teruggeschroefd tot 0,2 procent en waagt geen enkele econoom zich aan groeiramingen die veel hoger liggen. Het effect voor de begroting is tweevoudig: de fiscale ontvangsten zullen dalen en de sociale uitgaven stijgen. Maar precieze bedragen kan niemand daar voorlopig op plakken. Budgettair fluit de federale overheid met andere woorden wel in het donker. Het maakt haar financiële ruimte bovendien nog kleiner. Uit een voorbereidende nota die de federale overheidsdienst Budget en Beheerscontrole op 1 oktober schreef en die nog vertrok van de jongste economische parameters van het Planbureau, bleek die ruimte al minimaal te zijn. De belastingontvangsten voor 2009 worden in de nota geschat op 98,3 miljard (een stijging van 2,7 procent). Van die inkomsten gaan grote sommen naar de Europese Unie (3,1 miljard), de gewesten en gemeenschappen (39,2 miljard) en de sociale zekerheid van de werknemers en de zelfstan-digen (11,3 miljard). Voor de federale overheid blijft er zodoende amper 44 miljard euro (of 45 procent van alle ontvangsten) over. Daarvan moeten ook de rentelasten voor de overheidsschuld worden betaald (na leningen voor de kapitaalsinbreng in Fortis en Dexia - goed voor een bruto rente van 550 miljoen - lopen die lasten in 2009 op tot 13,2 miljard euro). Niet-fiscale inkomsten en andere correcties maken het dan net mogelijk om de gewone werking van de federale administraties te financieren. De garanties die premier Leterme inmiddels heeft gegeven voor de solvabiliteit van Belgische banken en de deposito's van hun spaarders (tot 100.000 euro) krijgen in dit licht een wel erg vage betekenis. De financiële anorexia van de federale overheid wordt overigens niet alleen veroorzaakt door de economische terugval. Ze is ook het gevolg van een 'wettelijke erfenis' van Paars: de in 2001 gewijzigde financieringswet; de Generatiepactwet, die de alternatieve financiering van de sociale zekerheid optrekt en de welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen regelt; de reële groeinorm van 4,5 procent voor de uitgaven in de ziekteverzekering. In die prangende context werd in de loop van vorige week dan ook zonder veel omhaal afgestapt van de ambitie om in 2009 een overschot van 0,3 procent van het bbp te realiseren. Aan Franstalige zijde vond men zelfs 'een klein tekort' door de beugel kunnen, maar CD&V en Open VLD bleven vasthouden aan een begrotingsevenwicht. Daartoe moest 6,5 à 7 miljard euro gevonden worden. In die som was ook 300 à 500 miljoen begrepen voor nieuwe maatregelen om de koopkracht te versterken (vooral de welvaartsvastheid van de uitkeringen) en de lasten van de bedrijven te verlagen (vooral overuren en ploegenarbeid). Vakbonden en werkgevers weten zo ook meteen dat er voor de onderhandelingen over een nieuw centraal loonakkoord voor 2009-2010 financieel niet veel van de federale regering verwacht moet worden. Scorebordberichtgeving vanuit het kernkabinet deed het te besparen bedrag tijdens het voorbije weekend teruglopen tot 1,5 miljard. De primaire uitgaven van de federale overheid zouden in elk geval onder de 36 miljard euro worden gehouden door voor 1,25 miljard beoogde uitgaven te schrappen. Ook het plan van minister Inge Vervotte (CD&V) om de federale overheidsdiensten kostenefficiënter te maken, moet daarbij helpen. Door een selectieve vervanging van ambtenaren die met pensioen gaan, moet in 2010 en 2011 telkens 0,7 procent (of 42 miljoen) bespaard worden op de loonmassa. Die besparing stemt overeen met een vermindering van het aantal federale ambtenaren met 2000 per jaar. Daarnaast doken ook voor 1,5 à 1,8 miljard euro 'eenmalige maatregelen' op (reserves van de Nationale Bank, de Delcrederedienst en de NMBS; dividenden van Belgacom) en werd bij de gewesten en gemeenschappen nog steeds gesolliciteerd naar een bijdrage van 800 miljoen euro aan het begrotingsevenwicht, maar daarvoor wilde de Vlaamse regering niet zomaar over de brug komen (zie kader). Ook was er sprake van een 'financiële buffer' om het sputteren van de economie op te vangen, maar het was hoogst onduidelijk of die er komt. Daarom werd bij herhaling gezegd dat de uitvoering van de begroting van 2009 'snel en permanent' zal moeten worden gecontroleerd. Maar dat illustreert vooral dat die begroting nu al op losse schroeven staat en dat de regering-Leterme door politieke verdeeldheid harde ingrepen uitstelt. Voor de begroting van 2008, waarover nog nauwelijks gerept wordt, resulteert dat uitstelgedrag intussen zo goed als zeker in een tekort. Grootste oorzaak is de overschatting door minister van Financiën Didier Reynders (MR) van de fiscale ontvangsten met 1 miljard euro. Reynders is niet aan zijn proefstuk: in 2006 maakten zijn diensten een rekenfout van 880 miljoen en in 2007 zat hij er 900 miljoen naast voor de voorafbetalingen van de bedrijfsbelastingen. Begrotingsdeskundigen wijzen er daarom op dat Reynders in drie jaar een structureel tekort van bijna 3 miljard euro in de overheidsfinanciën nalaat. Met een begrotingstekort in 2008 en een moeizaam evenwicht in 2009 verlaat de regering-Leterme ten slotte haar budgettair meerjarenprogramma, dat in 2011 zou moeten uitmonden in een overschot van 1 procent van het bbp om de meerkosten van de vergrijzing te financieren. Die kosten verhogen al aanzienlijk tot 2013 (volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing tot 1,5 procent van het bbp, of 5,25 miljard). De noodzakelijke spaarinspanning van de regering-Leterme bedraagt echter minder dan de helft van wat de Hoge Raad voor Financiën zou willen. DOOR PATRICK MARTENS