In principe komen in deze rubriek uitsluitend soorten aan bod die behoren tot de Vlaamse fauna. De stengelslankmier is nog nooit in Vlaanderen gezien, maar mierenexpert Wouter Dekoninck van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen gaat ervan uit dat ze wel degelijk bij ons voorkomt. Ze is al aangetroffen in kalkgraslanden in de Ardennen en de Nederlandse provincie Zuid-Limburg, in kalkrijke duinen in Nederland en op de kalkkliffen van Dover in Engeland.
...

In principe komen in deze rubriek uitsluitend soorten aan bod die behoren tot de Vlaamse fauna. De stengelslankmier is nog nooit in Vlaanderen gezien, maar mierenexpert Wouter Dekoninck van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen gaat ervan uit dat ze wel degelijk bij ons voorkomt. Ze is al aangetroffen in kalkgraslanden in de Ardennen en de Nederlandse provincie Zuid-Limburg, in kalkrijke duinen in Nederland en op de kalkkliffen van Dover in Engeland. Het diertje houdt dus van kalk, waardoor onder meer de Sint-Pietersberg in de Voerstreek een geschikt leefgebied zou zijn. Maar omdat de soort in piepkleine nesten leeft, is ze moeilijk te vinden. Ze kan zelfs in op de grond gevallen eikels een nestje maken. Het lijkt een kwestie van wat harder zoeken op de juiste plekken om de stengelslankmier officieel in het Vlaamse soortenregister te kunnen inschrijven. Zelfs als de miertjes in een knus huisje wonen, blijven ze naar een beter onderkomen zoeken. Ze zijn constant op huizenjacht. Kleine nesten in gevallen eikels of dode takjes zijn fragiel, waardoor ze maar beter op het ergste voorbereid kunnen zijn. In kolonies van stengelslankmieren zijn er altijd verkenners op zoek naar betere woongelegenheden. Als ze iets beters vinden, verhuist de hele gemeenschap naar de nieuwe locatie. Maar voor zo'n verhuizing tot stand komt, moet de gemeenschap overtuigd worden van het nut van de inspanning. Het vakblad Proceedings of the Royal Society B publiceerde resultaten van prachtige experimenten over dat proces. Hoewel de stengelslankmieren in een kolonie allemaal sterk aan elkaar verwant zijn, zoals de regel is bij mieren, kunnen de individuele diertjes erg van elkaar verschillen qua 'persoonlijkheid'. Sommige diertjes zijn gemakkelijk tevreden met een nieuwe woning, andere zijn uitermate kieskeurig. Sommige zijn snel bereid het oude verblijf te verlaten, andere talmen. Er zijn zelfs exemplaren die aarzelen om te verhuizen naar wat wij een chic herenhuis zouden noemen. Daarenboven zijn er diertjes die nooit tevreden zijn met wat ze hebben, hoe goed hun nest ook is. Ze blijven uitkijken naar nieuwe mogelijkheden. Ze lijken ervan uit te gaan dat je nooit op je lauweren mag rusten, dat je altijd een plan B moet hebben. Een kolonie kan voordeel halen uit de aanwezigheid van zulke ongedurige individuen, hoewel de meerderheid van haar leden een rustiger aanpak genegen is. Net als in onze mensenwereld zijn er in de mierenwereld een klein aantal rusteloze ondernemers en een groot aantal volgers (en diertjes die ogenschijnlijk als luieriken door het leven gaan). Het is vooralsnog onduidelijk hoe de verschillen in persoonlijkheid worden bepaald. Misschien spelen ervaringen op jeugdige leeftijd een rol. Een recente studie in The Journal of Experimental Biology illustreerde dat oudere stengelslankmieren geregeld jongere nestgenoten op sleeptouw nemen, waarbij ze als een soort tandem in elkaar haken en dezelfde weg afleggen. Als je als jongeling met een doordrijver te maken krijgt, ga je later misschien gemakkelijker dezelfde weg op, omdat je dat geleerd hebt. Ook in onze wereld kunnen goede leraars een verschil maken in hoe mensen later in het leven staan. Door Dirk DraulansEr zijn zelfs exemplaren die aarzelen om te verhuizen naar wat wij een chic herenhuis zouden noemen.