Tien jaar geleden konden mariene biologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen hun geluk niet op: rond enkele zandbanken voor onze kust ontdekten ze grindbedden met een fauna waarvan ze dachten dat die in ons deel van de Noordzee al lang was uitgestorven. Het wemelde er van de speciale krabben en schelpen. Het was eveneens een hotspot voor de zeldzame dodemansduim: de enige koraalsoort die in onze wateren voorkomt. Af en toe spoelt er een dode duim op een van onze stranden aan.
...

Tien jaar geleden konden mariene biologen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen hun geluk niet op: rond enkele zandbanken voor onze kust ontdekten ze grindbedden met een fauna waarvan ze dachten dat die in ons deel van de Noordzee al lang was uitgestorven. Het wemelde er van de speciale krabben en schelpen. Het was eveneens een hotspot voor de zeldzame dodemansduim: de enige koraalsoort die in onze wateren voorkomt. Af en toe spoelt er een dode duim op een van onze stranden aan. Begin dit jaar kwam er ook uit Nederland goed nieuws: sportduikers vonden in de Oosterschelde kolonies van de dodemansduim. Sinds de jaren 1990 was het bestand van de soort er steil achteruitgegaan, en in 2011 werd zelfs aangenomen dat ze uit de Scheldemonding verdwenen was. Maar blijkbaar kon het diertje zich herstellen. Het huist er op de grote stenen blokken die in het water gedumpt zijn om de dijken te beschermen tegen de sterke getijdenstromingen. Als koraal heeft de dodemansduim een substraat nodig om zich aan vast te hechten. In de grindbedden vestigt de soort zich op stenen op de bodem - ze kan tot 50 meter diep leven. Haar teloorgang in onze wateren had te maken met het vernielen van de zeebodem door sleepnetten én het ophalen van grindvoorraden voor industrieel gebruik. De dodemansduim dankt zijn macabere naam aan de dikkevingervorm van de kolonies die de koraaldiertjes vormen. Het skelet van de kolonies is niet zo hard als dat van klassieke koralen in tropisch water, maar het biedt voldoende bescherming. Een kolonie wordt maximaal een twintigtal centimeter groot. Als ze groeit, vertakken de duimen zich. In het skelet leven honderden poliepachtige diertjes in aparte kokertjes. Als ze collectief naar buiten piepen om met hun tentakels voedingsdeeltjes uit het water te filteren, heeft een kolonie een wit tot geelwitachtig voorkomen. Als de beestjes zich in hun hulsje teruggetrokken hebben, ziet het geheel er oranje tot roodbruin uit. Zoals het een koraal betaamt, plant de dodemansduim zich vooral ongeslachtelijk voort, door eenvoudige deling. De diertjes in een kolonie zijn allemaal biologisch identieke kopieën (klonen) van elkaar. Ze bouwen elk een hulsje boven of naast dat van de vorige generatie. De ene kolonie bestaat uit mannetjes, de andere uit vrouwtjes. Omdat geslachtelijke voortplanting om velerlei redenen interessanter is dan ongeslachtelijke, heeft de dodemansduim, net als andere koralen, jaarlijks één sessie seks. Dat gebeurt bij ons in de wintermaanden. Alle diertjes van de kolonies in elkaars buurt lossen min of meer synchroon hun eitjes of zaadcellen. Die moeten elkaar in het water vinden voor een bevruchting, waaruit eerst een embryo en vervolgens een larfje ontstaat. De larfjes zijn vrij zwemmend en kunnen in een stroming 10 kilometer afleggen voor ze zich vestigen, meestal na ongeveer een week. Ze moeten dan wel de juiste leefomstandigheden vinden, en die zijn schaars geworden. Het voordeel van de wintervoortplantingsstrategie is dat de piepjonge kolonies in de lente meer te eten hebben voor hun eerste groeiperiode. Een dodemansduimkolonie wordt in het beste geval meer dan twintig jaar oud. De vrees bestaat dat de klimaatopwarming nefast zal zijn voor de soort. Voor tropische koraalsoorten is ze al een ramp: de kolonies zijn niet goed bestand tegen warmer zeewater. Door Dirk DraulansNet als andere koralen heeft de dodemansduim jaarlijks één sessie seks.