Hoe afwijzend kunnen sculpturen zijn? Stelt u zich even een wijde, witte ruimte voor. Op de vloer liggen drie gesloten beelden, niet meer. Naakte formaties met een strenge geometrie. Ze snijden door de ruimte. Als schepen door de zee, al liggen ze stil. Azobéhout biedt niet alleen weerstand tegen de tanden van de termieten of het zout van de zee: ook de snelle blik van wie het bekijkt - kenner of niet - ketst erop af. Maar terwijl u wat radeloos toekijkt, begint u op het harde, donkere hout vlekken te onderscheiden die op een verblijf onder water wijzen.
...

Hoe afwijzend kunnen sculpturen zijn? Stelt u zich even een wijde, witte ruimte voor. Op de vloer liggen drie gesloten beelden, niet meer. Naakte formaties met een strenge geometrie. Ze snijden door de ruimte. Als schepen door de zee, al liggen ze stil. Azobéhout biedt niet alleen weerstand tegen de tanden van de termieten of het zout van de zee: ook de snelle blik van wie het bekijkt - kenner of niet - ketst erop af. Maar terwijl u wat radeloos toekijkt, begint u op het harde, donkere hout vlekken te onderscheiden die op een verblijf onder water wijzen. Het grillige patroon van de vlekken steekt af tegen ondiepe insnijdingen, die werden aangebracht nadat de balken op het droge waren gesleept. Kaarsrechte sneeën van een machine, en met een beitel door een mens ingekerfde letters. Die vormen woorden, maar geen zin. Voorzetsels vooral, hier en daar een zelfstandig naamwoord, in het Duits dan nog. VERSUCH (poging) of BEI, MIT, INDEM. Was dit theater, dan was het Samuel Beckett, die zijn gebeitelde woorden spaarzaam losliet in een absurde poging om tot communicatie te komen. Maar dit is geen theater. Dit is Bernd Lohaus (1940-1910), die twaalf was in het jaar van En attendant Godot (1952), achttien toen Krapp's Last Tape het licht zag. De stiltes, de leegte, de losgesneden woorden: er bestaan wel degelijk verwantschappen tussen Lohaus en Beckett. Een levensgevoel dat wortelt in het existentialisme. De personages van de theaterschrijver zouden zelfs kunnen doorgaan voor de houten blokken van de beeldhouwer, en omgekeerd. Maar de absurde wereld van de Ier strookt niet volledig met die van de Antwerpse Duitser. Diens universum vertoont zelfs idealistische trekjes, misschien meegekregen van zijn leermeester aan de academie van Düsseldorf tussen 1963 en 1966, Joseph Beuys. 'Wat gesloten is, moet opengaan', zei Beuys ooit. Een wat raadselachtig parool, maar het gaat zeker op voor de beelden van Lohaus: ze worden persoonlijker naarmate men dieper doordringt tot het hart van de grote, gevarieerde tentoonstelling in het MAC's in Hornu, gemaakt door directeur Laurent Busine. Stella (naar de naam van zijn dochter), bijvoorbeeld, een ranke, tegen de muur leunende plank met een piepklein ingekerfd insectje; het eveneens leunende Toi, voorzien van een snee als reuzenlippen of een vulva; de houten plaat op de vloer, een kleine tombe met de inscriptie bin b. Dag Bernd, rust in vrede. De beelden die er zo gesloten uitzagen, zijn opengegaan. Ze ontwijken elke monumentaliteit, richten zich nooit op in trotse autonomie: ze liggen, leunen, rusten op elkaar, op de vloer of op de wand. Ook wanneer Lohaus met zijn geloogde balken naar buiten, in het publieke domein trok, legde hij ze neer op de grond in de vorm van grote, nutteloze constructies, platforms waaronder de bodem weggeslagen is. Maar bij hun bouwkundige ordening lijkt niets aan het toeval overgelaten, ze getuigen van het vernuft van een verdronken beschaving, mijlen onder zee. Lohaus gaf deze platforms de namen van de steden waar ze ooit tentoongesteld lagen: Vivegnis, Eupen,Kassel,Villeneuve, Liège. Een zomer en een halve herfst lang liggen ze nu roerloos verspreid over het gras van het MAC's. Alleen Temse, in 1990 door de kunstenaar opgesteld op een onbebouwd stuk grond tussen twee huizen, uitkijkend over de Schelde naar het vissershuisje van zijn geliefde in Weert, is voorgoed verhuisd naar hier, de vroegere mijnsite van Le Grand-Hornu. Water en steenkool verdragen elkaar uitstekend. Al zijn ze hier beide verdwenen, ze worden werkelijkheid bij het zien van dit werk. Bernd Lohaus, tot 6 oktober in het MAC's, rue Sainte-Louise 82, Hornu. Elke dag behalve op maandag open van 10.00 tot 18.00 uur. DOOR JAN BRAET