Geen beving van 6,2 op de schaal van Richter zoals in de vroege ochtend vorige week dinsdag werd becijferd, wel een schok van 7,4. Niet honderden gewonden en één dode - een man die in paniek in Bursa uit een venster sprong - zoals de media diezelfde ochtend lieten weten, wellicht zijn er dat als de verschrikkelijke rekening is opgemaakt zo'n 35 tot 40.000. Wanneer de ministeriële en andere ramptoeristen - ook onze regering meldde zich in het epicentrum van de beving en van de media - uit de regio weg zijn, gaat de Turkse aardschok de boeken in als de meest vernietigende van de voorbije twintig jaar. In 1985 moest Mexico meer dan 10.000 doden begraven. Tien jaar later werden er dat in het Japanse Kobe meer dan 5000.
...

Geen beving van 6,2 op de schaal van Richter zoals in de vroege ochtend vorige week dinsdag werd becijferd, wel een schok van 7,4. Niet honderden gewonden en één dode - een man die in paniek in Bursa uit een venster sprong - zoals de media diezelfde ochtend lieten weten, wellicht zijn er dat als de verschrikkelijke rekening is opgemaakt zo'n 35 tot 40.000. Wanneer de ministeriële en andere ramptoeristen - ook onze regering meldde zich in het epicentrum van de beving en van de media - uit de regio weg zijn, gaat de Turkse aardschok de boeken in als de meest vernietigende van de voorbije twintig jaar. In 1985 moest Mexico meer dan 10.000 doden begraven. Tien jaar later werden er dat in het Japanse Kobe meer dan 5000.De ravage in de meest productieve en dichtstbewoonde regio van Turkije was niet te overzien en evenmin om aan te zien. In tegenstelling tot gelijksoortige rampen elders bleef de schade hier niet beperkt tot min of meer één agglomeratie boven het hart van de schok. Honderd kilometer in een straal rond de industriestad Izmit gingen wijken en gehuchten van steden en dorpen plat. Dat vergemakkelijkte geenszins de hulpverlening, die in sommige gevallen - zoals de eerste dagen na de catastrofe in Gölcuk - gewoon onbestaande bleek. Maar tegen dit soort geografisch gespreid natuurgeweld vermag geen enkele overheid iets. Verschrikkelijke beelden gingen de wereld rond. Mannen en kinderen met blote handen gravend naar mogelijke overlevenden. Hoopjes menselijke ellende doelloos zwalpend in oceanen van puin en brokstukken. Indien een ramp van soortgelijke omvang zich in, zeg maar, het zuiden van de Verenigde Staten zou voordoen, kreeg de kijker net dezelfde beelden van schrijnende wanhoop en absolute hulpeloosheid in de woonkamer binnen. Alleen zouden er geen hoofddoeken en blote voeten te zien zijn, wel getailleerde T-shirts en modieuze instapschoenen. Ook de verwijten over de falende overheid, de klachten over de lamentabele hulpverlening, over de chaos en het gebrek aan coördinatie - "een krankzinnige situatie", wist de uitgezonden VRT-verslaggever te melden - zouden waar ook ter wereld dezelfde blijven. Ze klonken hier oprecht en deels zelfs terecht. Na de eerste ontreddering kwam de woede en ten slotte - perfect voorspelbaar in dit soort processen - het zoeken naar zondebokken. Die waren na het onheil snel gevonden. De bekende bouwondernemer Veli Göcer dook meteen na het nieuws onder. Zijn bedrijf had enkele jaren geleden in het onbeduidende Çinarcik een vakantiecomplex met zestien woonblokken neergepoot. Daarvan bleven er dinsdagochtend welgeteld drie overeind. Woonhuizen in de onmiddellijke buurt doorstonden de schok wel. Göcer bouwde in Yalova ook een woonwijk. Die buildings kantelden compleet, braken toen ze de grond raakten uit elkaar en bedolven honderden mensen onder het puin. In Yalova gingen negen op de tien van Göcers bouwsels plat. Niet dat Göcer de enige malafide projectontwikkelaar was. In het centrum van Izmit was na de ramp één wijk vanaf een hoge stoel te overzien. Onder de flatgebouwen zaten nauwelijks funderingen. Commentaar van een van de overlevenden geconfronteerd met deze onthulling: "Wij wisten dat niet." En van een inderhaast voor de camera's gesleepte ambtenaar: "Wij dachten dat de ondergrond, harde rotsbodem, sterk genoeg was om een gebouw te dragen." HET VERSCHIL TUSSEN EEN ROTJE EN EEN HANDGRANAATMet tal van panden moet wel degelijk veel mis zijn; hier slechte beton of achterwege gelaten funderingen, daar geen zelfdragende constructies of foute plannen. Het is echter iets te makkelijk om vol onbegrip en afgrijzen naar de afschuwwekkende beelden te zitten kijken met in het achterhoofd bouwtradities of voorzieningen zoals in Japan of Californië. In een tot op het randje van het maniakale georganiseerd land als Japan weet een overheid exact hoeveel mensen in een stad, een wijk, een straat of zelfs flatgebouw wonen. Turken moeten zich niet eens laten inschrijven als ze zich ergens vestigen. Met als gevolg dat de overheid enkele jaren geleden via een primitieve volkstelling probeerde uit te vissen hoeveel mensen waar verbleven. Evacuatie- en noodoefeningen - ook al kwam er geen evacuatie in het scenario van deze beving te pas - behoren tot de tradities van de volgzame Japanners. Turken laten ze mondjesmaat alleen uitvoeren in internationale hotels. Dikwijls tot hilariteit van het personeel, zodat de directie er na één of twee slapsticks meteen de brui aan geeft. In Tokio of Los Angeles zitten orkaanbestendige gebouwen met immense tegengewichten in de grond verankerd. Elke bout, elke dwarsverbinding, elk gewelf is met het oog op een mogelijke schok ontworpen en in elkaar gevezen. Maar Japan en de Verenigde Staten zijn rijke landen met rijke burgers. Turkije blijft voorlopig een arm land met een beetje rijke en heel veel arme burgers. Het is de zinloze vergelijking tussen hoogontwikkelde verzorgingsstaten en een land dat balanceert tussen de ondergrens van de industriële en de bovengrens van de derde wereld. Maar goed, neem Italië. Op 26 september 1997 donderde in de voormiddag de koepel van de basiliek van Assisi naar beneden. De aardschok in Umbrië had toen een kracht van "amper" 4,8 op de schaal van Richter. Om het niet erg wetenschappelijk uit te drukken: slechts zestig procent van de kracht van die in Turkije. Dat is het verschil tussen een rotje en een lichte handgranaat. In het Italiaanse binnenland vielen slechts een handvol doden, maar indien de natuur er met dezelfde kracht had uitgehaald als in Izmit en omgeving, was het menselijke lijden ook immens geweest. Dat dus in een land dat deel uitmaakt van de G7 of een regio die tot de meest welvarende van Europa behoort. Beneden Napels of in de zuidelijke hiel van Italië zou zelfs 4,8 op Richter volstaan om enkele ijspistes vol doden te leggen. De nieuwbouwwoningen in de seismisch gevoelige regio van Umbrië moeten net zoals in Turkije voldoen aan bepaalde voorschriften om bij aardbevingen overeind te blijven. Maar in veel gevallen is met die reglementering een loopje genomen. Tot voor kort bestonden er voor de oudere panden - de meerderheid in de centri storici van feeërieke stadjes als Spello, Todi of Spoleto - nauwelijks verplichte, preventieve maatregelen. De wetten kwamen er pas na de schok van 1997. Als huiseigenaars aan de vetpotten van een ijlings gespekt rampenfonds wilden zitten, moesten zij in ruil hun woning op eigen kosten aanpassen aan die nieuwe bouwvoorschriften. De koppeling van geld uit het fonds voor restauratie en eigen centen voor preventie, was niet ingegeven door een staat die bezorgd is om de fysieke integriteit van haar burgers. Wel door een overheid die haar pappenheimers kent. Als de overheid vandaag betaalt voor een weggezakte muur of een ingestort dak, is ze niet bereid bij de eerstvolgende beving weer de portemonnee boven te halen voor net dezelfde muur of dezelfde pannen. Tenzij dus de eigenaar geld op tafel legde om eventuele latere schade te beperken. En: hoe logisch deze regeling ook lijkt, in Umbrië werd de koppeling héél slecht ontvangen door huiseigenaars die liefst de gevolgen van alle onheil op de overheid afwentelen. EEN MAAND LOON, EEN MAAND HUURDe Turkse bouwmaffia - de nu dodelijke alliantie tussen aannemers en corrupte ambtenaren of politici - zal ongetwijfeld mensenlevens geëist hebben. De werkelijke oorzaken van de omvang van deze catastrofe zitten veel dieper. De westkust van Turkije zuigt sinds halfweg de jaren tachtig miljoenen Turken uit het midden en het oosten van het land aan. Een stad als Izmir zag tussen 1990 en 1995 haar inwonersaantal verdubbelen tot 3 miljoen man. Istanbul spreidt zich als een vlek uit rond de monding van de Bosforus; 12, misschien wel 13 miljoen mensen, waarvan er 7 tot 8 miljoen niet in de economische hoofdstad zijn geboren. Turken die uit de dorre, troosteloze hinterlanden naar agglomeraties als Izmit trekken, behoren niet tot de meest begoede, integendeel. Geen werk, nauwelijks geld voor eten, zeker niet voor fatsoenlijke behuizing. Ze slaan een bivak op in zogenaamde geçekondu's en beroepen zich daar op een eeuwenoud recht uit de Arabische wereld: wie in één nacht een huis kan optrekken, zou daarmee verblijfsrecht verwerven. De evolutie van de ontzaglijke geçekondu's of van golfplaten en losse stenen opgetrokken sloppenwijken verloopt in heel Turkije volgens een geijkt stramien. Eerst komt de politie om proces-verbaal op te stellen wgens bouwovertredingen en dan... gebeurt er niks meer. Tot één jaar voor de volgende verkiezingen. Om de bewoners van de nieuwe wijken gunstig te stemmen, leggen stads- en gemeentebesturen halsoverkop wegen, riolering en zelfs elektriciteitsvoorzieningen aan. Even later duiken de eerste betonnen gebouwen op, twee, drie hoog. Sommige gefinancierd door de lokale overheid, andere privé. De panden trillen wellicht als een espenblad bij de minste beving. Dat is de zorg niet van de overheden, noch van de projectontwikkelaars, maar evenmin van de bewoners. Hun budget reikt absoluut niet verder dan een benepen, kaal en bij aardschokken levensgevaarlijk flatje. De prijs voor een crashbestendig appartement van dezelfde omvang, gebouwd met degelijke materialen, kost immers tot het vierdubbele. In Menemen, een stadje ten noorden van Izmir dat door de onvoorstelbare toevloed van migranten met de metropool is versmolten, zette het lokale bestuur begin jaren negentig zo'n project op. Goedkope woningen, voorzien van alle basisinfrastructuur, behoorlijk gebouwd, ontworpen om serieuze verschuivingen van welke aardplaat dan ook op te vangen. Toen de sociale appartementen te huur werden aangeboden, ontstaken de bewoners van de geçekondu's in woede. Een maand huur - die was nochtans scherp berekend zonder één lira winst - kwam neer op anderhalve maand loon van een doorsnee arbeider. De affaire leidde tot betogingen en relletjes. Het stadsbestuur deed niks voor de armen, alleen voor de rijken. De blokken bleef leegstaan, gingen uiteindelijk als kantoorruimte naar bedrijven en bij de volgende verkiezing stuurden misnoegde migranten de burgemeester naar huis.IN ZELFVERTROUWEN WACHTEN OP DE BIG ONETurken hebben zo hun eigen bouwgewoonten en de overheid een eigen beleid om de bouwwoede in de hand te houden. Tot diep in de jaren tachtig bestonden er overigens nauwelijks bouwvoorschriften. Tenzij lokale decreten die constructies boven de twee, drie of vier verdiepingen verboden. Wat wilden en willen nu de geplogenheden van middenstanders en andere beoefenaars van vrije beroepen die over een kapitaaltje beschikken? Gezien de mammoetinflatie van de afgelopen decennia brengt geld op de bank niks op. Dat zit beter in beton en stenen. Dus dienen die bouwheren plannen in voor kleine flatgebouwen, drie, vier hoog. De plannen blijken bewust veel groter dan de financiële draagkracht van de toekomstige huiseigenaars. Ze trekken eerst een benedenverdieping op. Dan is het geld op. Een, twee jaar of zelfs veel later, als er weer centen zijn, komt daar los bovenop de eerste verdieping. Zo gaat het in schuifjes, met telkens bijna losstaande verdiepingen, tot boven. Een dergelijk systeem biedt de eigenaars drie immense voordelen. Ze hebben geen dure leningen nodig. Twee: met familie en vrienden kunnen zij in veel gevallen zelf zo'n verdieping tegen een schijntje van de prijs van een aannemer in mekaar knutselen. Drie: zolang het pand niet volgens het plan volledig is afgewerkt, betalen zij er geen belasting op. Vandaar dat in Turkije - net als in de Arabische wereld - zoveel blokken staan, waar duidelijk nog "iets" bovenop moet. De werkwijze heeft echter één nadeel: de gebruikte materialen zijn vaak inferieur, net als de uitvoering van de werken. De verdiepingen hangen onderling aan mekaar met enkele centimers, vingerdik ijzer en schuiven gewoon van elkaar bij de minste bodembeweging. En controle op die bouwsels? Ja zeg, als de bouwheer de oorspronkelijk plannen, die soms tien, vijftien jaar oud zijn, nageleefd heeft, zal dat wel volstaan zeker? Dit is dus een andere wereld dan die van het keurige centrum van Los Angeles, waar men in zeker zelfvertrouwen al jaren op de Big One zit te wachten. Er staan in Turkije nog veel meer "gevaarlijke" gebouwen op afwerking te wachten. Toeristen die verder als Kusadaçe of Bodrum komen en al eens buiten het hek van hun vakantiedorp gaan, komen aan de west- en zuidkust honderden, zoniet duizenden betonnen ruïnes tegen. Grote, verlaten bouwterreinen van complete vakantiedorpen of hotelcomplexen. In negen gevallen op de tien draait het om een coöperatie die optrad als bouwheer. Ofwel ging die op de fles, ofwel zijn de werken bij gebrek aan vergunningen stilgelegd. Door de bank genomen blijven de ruïnes er enkele jaren troosteloos bij liggen. Tot een nieuwe coöperatie de winkel overneemt en voortbouwt. De bouwvoorschriften verdwijnen in de onderste la, de aannemers werken met messcherpe prijzen en trekken de gebouwen zo snel mogelijk op. Maar ook al vinden bouwinspecteurs het soms al te gortig, de overheid zelf knijpt geregeld meer dan één oog dicht. De Turkse coöperaties, dat zijn massa's spaarders en beleggers, kleine luiden die hun centen ofwel in een tweede verblijf stopten ofwel in een soort timesharing-plan. Zij willen niks anders dan vooral goedkope bouwsels. En tegen die verzuchting, tegen de kracht van hun getal zijn maar weinig politici opgewassen. DE PRESIDENT SPREEKTDe woede van de rechtstreeks betrokken families, de verbijstering van de rest van de Turkse bevolking en de schimppartijen in de media namen na de ramp ongeziene proporties aan. Voor de meerderheid van de Turken was de staat heilig. Niet voor niks spreken zij elke president onveranderlijk aan met Baba, zeg maar papa. Maar premier Bülent Ecevit, wellicht een van de weinige Turkse politici met propere handen, kreeg de scherpste verwijten te horen bij zijn bezoek aan de getroffen gebieden. Bange en razende onderdanen belegerden de kantoren van president Süleyman Demirel in Istanbul. Nooit sinds de stichting van het moderne Turkije door Atatürk, de Vader van de Turken, lagen de staat en zijn apparatisjiks zo erg onder vuur. Politiek kwam de ramp - zoals de meeste catastrofes - op het meest ongunstige ogenblik. Turkije kroop langzaam weer uit een economisch dal. De inflatie van 140 % van eind 1994 begin 1995 was teruggedrongen tot een goede 60 procent. Eindelijk was er een akkoord over hervormingen die het imprimatur kregen van het Internationaal Monetair Fonds. Daar kwamen dus de broodnodige buitenlandse leningen. De regering staat nu echter voor een dalende productie omdat de industrie in het rampgebied in het allerbeste geval pas over enkele maanden weer op volle toeren zal draaien. Volgens de Financial Times is er naar schatting minstens 280 miljard frank nodig om de ergste schade aan bedrijven alleen te herstellen. Weg is het uitzicht op een hoopvolle economische groei voor dit jaar. Weg wellicht ook het aanvaardbare inflatieniveau van 10 procent tegen einde 2001. Weg tenslotte het imago van de bijna mythische Ecevit. Twee onvergetelijke "overwinningen" schraagden dat beeld van de wijze, sterke man. Het Turkse leger viel onder zijn bevel in 1975 Cyprus binnen en begin dit jaar kon hij de arrestatie van PKK-leider Abdullah Öcalan aankondigen. De aangeslagen Ecevit gaf de dagen na de ramp niet echt de indruk van een leider die het allemaal onder controle heeft. President Demirel gaf zelfs de indruk het niet allemaal op een rijtje te hebben. Toen een verslaggever van CNN hem over de woede van miljoenen Turken interpelleerde, repliceerde de staatschef geheel in zijn eigen stijl dat die vanzelf zou wegebben. Zo'n beetje koelen zonder blazen. Niet meteen een fijnzinnige reactie van een staatsleider geconfronteerd met een van de grootste tragedies van zijn land ooit. Toch zit er misschien iets in de onbehouwen woorden van Demirel. Enkele jaren geleden kondigden de media het nakend ontslag aan van de Egyptische regering. Bij een aardbeving waren in elkaar geflanste flatgebouwen er als zandkastelen in elkaar gezakt. De regering bleef. Eén minister stapte uiteindelijk op, enkele ambtenaren kregen een riante oprotpremie en verdwenen uit beeld, twee bouwpromotoren gingen enkele jaren de cel in. Dat was het dan. Wellicht probeert Turkije de politieke gevolgen van deze ramp op dezelfde manier af te kopen. Een in de media breed uitgesmeerd politiek ontslag, spectaculaire processen in het vooruitzicht en dan is het weer business as usual. Ook omdat het in veel gevallen niet anders kan. Met als enige hoop dat Turkse bouwheren in de toekomst een meter staaldraad meer en wat betere cement gaan gebruiken. Jos Grobben