Het feest van de Vlaamse gemeenschap op 11 juli is ieder jaar goed voor boude Vlaamse uitspraken. Dit keer steekt Brusselaar en Vlaams parlementslid Steven Vanackere (CD&V) zijn nek uit.
...

Het feest van de Vlaamse gemeenschap op 11 juli is ieder jaar goed voor boude Vlaamse uitspraken. Dit keer steekt Brusselaar en Vlaams parlementslid Steven Vanackere (CD&V) zijn nek uit. 'Op het vlak van onderwijs, cultuur en zorgverlening in Brussel richten de Vlaamse en de Franse gemeenschap zich nu tot instellingen: een school, een concertzaal of een rusthuis. De grondwet wil dat zo. Maar in een volgende staatshervorming worden ongetwijfeld stukken van de sociale zekerheid gesplitst. Zeker op dat moment is het beter dat de gemeenschappen in Brussel ook bevoegd worden voor personen, en laat de één miljoen inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dan een gemeenschapskeuze maken', aldus Vanackere. Met die boodschap wil hij absoluut niet doorgaan voor Vlaamse stokebrand of communautaire extremist. 'Werknemers en zelfstandigen hebben toch ook aparte socialezekerheidsstelsels en mensen zijn aangesloten bij verschillende ziekenfondsen om hun kosten van de gezondheidszorg terugbetaald te krijgen. Een keuze voor de Vlaamse of de Franse gemeenschap door de Brusselaars kun je daarmee perfect vergelijken', meent Vanackere. 'Op die manier kan voor hen veel meer worden gedaan in concrete zaken zoals een zorgverzekering, arbeidsbemiddeling voor werkzoekenden of beschutte tewerkstelling van mensen met een handicap. Tegelijk zou dit een einde maken aan storende discriminaties.'STEVEN VANACKERE: Door mensen angst aan te jagen met het doembeeld van separatisme wordt elk ernstig debat vermeden. Dat is niet correct. In Brussel leven mensen van 150 verschillende nationaliteiten. In die interculturele en kosmopolitische smeltkroes zijn Belgen met niet-Belgen getrouwd, moeten mensen vaak meer dan de eigen taal kennen op hun werk, gaan ze met anderstalige vrienden op café of nemen ze deel aan een culturele activiteit in een instelling van een andere gemeenschap. Een gemeenschapskeuze doet gelukkig geen afbreuk aan die rijke realiteit. Ze heeft niets te maken met gemeenschappen die op zichzelf terugplooien of met een soort van apartheidsregime waarbij mensen nog alleen toegang hebben tot scholen, verenigingen en instellingen van de eigen gemeenschap. Vlaamse welzijnsvoorzieningen vangen momenteel ook mensen met een andere nationaliteit op. Waarom zouden ze dat dan niet doen voor Franstalige Brusselaars? VANACKERE: Naast het feit dat in Brussel ook het Frans steeds meer concurrentie van andere talen krijgt, weet men al lang hoeveel Vlamingen en Franstaligen er grosso modo in Brussel wonen. Daar zijn genoeg studies over gemaakt en ook de verkiezingen leren veel. In 2004 bijvoorbeeld stemden 60.000 mensen in Brussel op Vlaamse lijsten. Het argument van de talentelling is achterhaald. Het belang van Brussel voor Vlaanderen - en omgekeerd - heeft niets met demografie te maken, maar alles met de ambitie om Brussel blijvend te zien als hoofdstad van de Vlaamse gemeenschap. VANACKERE: De Vlaamse regering oefent zowel grondgebonden gewestbevoegdheden als persoonsgebonden gemeenschapsbevoegdheden uit. Voor mensen in Kortrijk of Hasselt heeft het verschil tussen die twee bevoegdheden geen invloed, maar in Brussel is dat heel anders. Als de Vlaamse regering iets onderneemt om energiearmoede te bestrijden, werkzoekenden opleidingscheques te geven of senioren gratis met de bus te laten rijden, dan hebben die maatregelen duidelijk een persoonsgebonden trek. Maar omdat ze via gewestbevoegdheden tot stand komen, reiken ze niet verder dan de grenzen van het Vlaams Gewest. De Brusselse Vlamingen hebben er niets aan. Op andere momenten vergt de vermenging van gemeenschaps- en gewestbevoegdheden overleg met en medewerking van het Brussels Gewest en de Brusselse gemeenten, maar ook dat loopt niet altijd van een leien dak. De Vlaamse gemeenschapsbevoegdheden slaan dan weer alleen op instellingen. Hierdoor is er onmiskenbaar een sterk Vlaams cultuur- en onderwijsaanbod in Brussel tot stand gebracht en ook in de welzijnszorg is een inhaalbeweging bezig. Maar het ontbreken van een gemeenschapskeuze door de Brusselaars hypothekeert enorm veel. VANACKERE: Vooral de Vlaamse zorgverzekering gaat hieronder gebukt. Wie in het Vlaams Gewest woont, is verplicht aangesloten. Brusselaars zijn vrij om aan te sluiten en een bijdrage te betalen. Maar zo ontstaat een risico dat alleen mensen zich verzekeren die denken dat ze een grotere zorgbehoefte zullen hebben. In Brussel is dat scenario trouwens reëel: 42 procent van de verzekerden is ouder dan 65 jaar tegenover 27 procent in het Vlaams Gewest; van alle verzekerden in Brussel krijgt 6,2 procent een bijdrage van de Vlaamse zorgverzekering tegenover 3,4 procent in het Vlaams Gewest. Om dit af te remmen, discrimineert de Vlaamse overheid enigszins. Wie bijvoorbeeld in Brussel een uitkering voor de mantelzorg van een familielid of een kennis wil ontvangen, moet elke maand ook een beroep doen op een professionele zorginstelling die erkend is door de Vlaamse overheid. Dat leidt tot veel problemen. Zo ken ik een oudere Vlaamse dame uit Neder-over-Heembeek die altijd bijdragen aan de Vlaamse zorgverzekering betaald heeft, maar geen uitkering zal krijgen omdat ze wil verblijven in een OCMW-rusthuis van de stad, en dat wil zich helaas niet laten erkennen door de Vlaamse overheid. Haar Franstalige schoonbroer uit Kraainem daarentegen is automatisch aangesloten bij de Vlaamse zorgverzekering en zal wel financiële hulp krijgen, zelfs indien hij zijn oude dag zou slijten in een rusthuis in het Spaanse Marbella, want ook de Europese regelgeving helpt hem dan. Voor die mevrouw uit Neder-over-Heembeek - en zij is zeker geen alleenstaand geval - biedt mijn voorstel van een gemeenschapskeuze een uitweg. VANACKERE: Ja. Die ervaringen met de zorgverzekering zijn maar een voorbode van de problemen die de kop zullen opsteken als delen van de sociale zekerheid gesplitst worden. Tegelijk merk ik dat sommigen er niet langer aan denken om de gezondheidszorg en de kinderbijslag aan de gemeenschappen toe te vertrouwen. Hun voorkeur gaat naar de gewesten. Ook aan Franstalige zijde wint deze stelling veld. Zo meent UCL-professor Philippe Van Parys dat delen van de sociale zekerheid het best geregionaliseerd en niet gecommunautariseerd worden, omdat anders een groot deel van de Franstalige Brusselaars voor een genereuzere sociale bescherming van Vlaanderen zal kiezen. VANACKERE: Volgens mij verliezen Vlaanderen én Wallonië in dat scenario na verloop van tijd hun interesse voor Brussel. Een regionalisering van de sociale zekerheid zou bovendien een financiële ramp voor Brussel zijn. Door het lage arbeidsinkomen van de Brusselaars zal het sociaal systeem in het Brussels Gewest veel te weinig ontvangsten hebben. Ten slotte twijfel ik er ook aan dat de belangen van de Brusselse Vlamingen als relatief kleine bevolkingsgroep dan nog correct verdedigd zullen worden als Vlaanderen Brussel loslaat. VANACKERE: Mijn motto is: ban de ezel van Buridan. In een bekend middeleeuws verhaal sterft die ezel immers van honger omdat hij niet kan kiezen tussen twee gelijke hooibalen in zijn buurt. In een dergelijke situatie mogen de Brusselaars niet verzeilen. Maar dan zal de politiek ook moeten beslissen. Ofwel wordt alles bij het oude gelaten, met alle nadelen van dien. Ofwel zet men voor Brussel communautaire stappen vooruit. Niet vanuit een bekrompen visie op gemeenschappen die zich voor elkaar afsluiten, maar om voor alle Brusselaars een beter bestuur mogelijk te maken. Patrick Martens