In Vlaanderen komt zorg voor dementerenden nog al te vaak neer op lichamelijke verzorging, terwijl maar weinig aandacht naar de communicatie uitgaat. "Hier zitten lacunes en daar moet Vlaanderen iets aan doen", vindt klinisch gerontopsycholoog Luc Van de Ven. "Het probleem begint al tijdens de scholing, waar aan de omgang met dementerenden - de empathie, het lichamelijke contact, het reminisceren - onvoldoende aandacht wordt geschonken. Het argument dat door de hoge werkdruk in de instellingen geen tijd overblijft voor communicatie met dementerenden, gaat niet op, want...

In Vlaanderen komt zorg voor dementerenden nog al te vaak neer op lichamelijke verzorging, terwijl maar weinig aandacht naar de communicatie uitgaat. "Hier zitten lacunes en daar moet Vlaanderen iets aan doen", vindt klinisch gerontopsycholoog Luc Van de Ven. "Het probleem begint al tijdens de scholing, waar aan de omgang met dementerenden - de empathie, het lichamelijke contact, het reminisceren - onvoldoende aandacht wordt geschonken. Het argument dat door de hoge werkdruk in de instellingen geen tijd overblijft voor communicatie met dementerenden, gaat niet op, want ik zie hoe verantwoordelijken van tehuizen daar ondanks de beperkte bestraffing wel in slagen. Hier staat het beleid voor een uitdaging." Verder is er behoefte aan ondersteuning van de centrale zorgdrager. Luc Van de Ven: "Het overgrote deel van de ongeveer honderdduizend hoogbejaarde dementerenden (een schatting van de Vlaamse Alzheimer Liga, precieze cijfers zijn niet voorhanden, nvdr) verblijft immers thuis. Die centrale zorgdragers - of beter: zorgdraagsters, want het zijn meestal vrouwen - moeten praktische informatie en persoonlijke emotionele begeleiding krijgen. Ze begeleiden de aftakeling van een geliefd persoon en moeten dat op hun beurt verwerken." Van de Ven noemt deze moderne assepoesters ook wel "de verborgen patiënt". De druk op deze vrouwen is groot. "Iedereen vindt het normaal dat zij die opvang realiseren. Maar zo'n zorg is zeer zwaar om dragen. Dat hebben de federale, Vlaamse en lokale overheden nog niet goed begrepen. Ze stellen nog altijd te weinig middelen ter beschikking om zo'n grote inzet, tegen een voor de samenleving zeer goedkope prijs, te ondersteunen." "De centrale hulpverlener raakt geleidelijk aan geïsoleerd", vertelt Bie Van Waeyenberghe van de Vlaamse Alzheimer Liga. "Niemand vraagt haar nog uit eten, niemand komt nog graag op bezoek. Zulke mensen worden uiteindelijk ook letterlijk doodmoe. Als een vrouw haar dementerende partner tot het einde heeft verzorgd, zien we dat zij hem, als hij uiteindelijk sterft, dikwijls niet lang overleeft. Ze is haar 'moeilijk kind' kwijt, moet opnieuw het gewone leven leren leven en dat is erg moeilijk. Tegenover zo'n inzet zou de overheid inderdaad een tegemoetkoming moeten stellen, ook financieel, maar dat gebeurt niet. De thuisverzorger staat alleen. Als hij er eventjes tussenuit wil, bestaat er inderdaad kortopvang. Maar daarvoor moet de volle pot betaald worden. Hetzelfde geldt voor de oppasdiensten. Wij pleiten ervoor dat zulke tussenoplossingen goedkoper zouden worden." Brochure "Oppasdiensten in Vlaanderen, een poging tot inventarisatie", Werkgroep Thuisverzorgers vzw, 400 frank, tel. + fax: 016/22.73.37. "De weg kwijt" (boek over thuiszorg en dementie), Werkgroep thuisverzorgers vzw, 016/22.73.37. "Voortdurend mis ik schakels. De begeleiding van demente bejaarden en hun familie", Luc Van de Ven, Acco. * Vlaamse Alzheimer Liga, Stationstraat 60-62, 2300 Turnhout, tel. 014/43.50.60, fax 016/43.76.54.Marleen Teugels