De Koninklijke Artsenvereniging van Antwerpen (KARVA) organiseert elk jaar zijn Geneeskundige Dagen. De bedoeling is Antwerpse artsen te informeren over nieuwe ontwikkelingen in een bepaalde discipline. De vorige edities behandelden traumatologie, gastro-enterologie en urgentiegeneeskunde, dit jaar stond psychiatrie centraal. Tijdens de voorbereidende vergaderingen schermde de vereniging met 'vier- tot vijfhonderd deelnemers', maar de academische openingszitting op 15 september lokte niet meer dan een zeventigtal mensen. Voor een plenair pane...

De Koninklijke Artsenvereniging van Antwerpen (KARVA) organiseert elk jaar zijn Geneeskundige Dagen. De bedoeling is Antwerpse artsen te informeren over nieuwe ontwikkelingen in een bepaalde discipline. De vorige edities behandelden traumatologie, gastro-enterologie en urgentiegeneeskunde, dit jaar stond psychiatrie centraal. Tijdens de voorbereidende vergaderingen schermde de vereniging met 'vier- tot vijfhonderd deelnemers', maar de academische openingszitting op 15 september lokte niet meer dan een zeventigtal mensen. Voor een plenair panelgesprek met onder anderen de bekende psychiater Dirk De Wachter daagden amper zeventien belangstellenden op, en sommige workshops moesten het met welgeteld één deelnemer stellen. Geestelijke gezondheidszorg staat blijkbaar niet hoog op de agenda van de doorsneearts, ondanks de sterke maatschappelijke belangstelling voor de discipline. Een van de thema's op de Geneeskundige Dagen van Antwerpen, een stad met een grote allochtone gemeenschap, was de invloed van migratie op de geestelijke gezondheid. Dat thema kwam onlangs ook aan bod in Nature. Het wetenschappelijke topvakblad bracht een omstandige analyse van het risico op psychiatrische problemen bij migranten en vluchtelingen. Die mensen hebben hun oorspronkelijke milieu moeten verlaten, en moeten om te beginnen daarvan de gevolgen dragen. Op hun bestemming, in wat ze dachten dat het land van melk en honing zou worden, moeten ze bovendien optornen tegen vooroordelen en discriminatie. Migranten van de eerste en tweede generatie, die gedefinieerd worden als mensen die zich om overwegend economische redenen verplaatsten, hebben een groter risico op (onder meer) schizofrenie dan niet-migranten, zeker als ze uit ontwikkelingslanden komen. Hoe groter het verschil tussen migranten en de bevolking waarin ze terechtkomen, hoe meer ze in de problemen komen. Dat geldt bij ons dus vooral voor mensen met een zwarte huidskleur. Voor vluchtelingen uit conflictgebieden zijn de cijfers dramatisch: hun kans op psychiatrische aandoeningen ligt twee derde hoger dan die van migranten, en liefst drie keer hoger dan die van de doorsnee-Belg. Zulke aandoeningen ontwikkelen zich in ijltempo, waardoor hulp dikwijls te laat komt. Zelfs autochtonen zetten moeilijk de stap naar psychiatrische hulp als ze die nodig hebben. Uiteindelijk blijkt de grote meerderheid van migranten en vluchtelingen toch in staat zich mentaal aan de nieuwe leefsituatie aan te passen: 'slechts' 2 tot 3 procent zou psychiatrische problemen krijgen. Maar dat zijn nog altijd veel mensen om op te vangen, zeker in een sector die stiefmoederlijk behandeld wordt. Een panelgesprek met psychiater Dirk De Wachter op een artsencongres lokte amper 17 belangstellenden.