Het Chinese paviljoen, de Japanse toren en het Museum voor Japanse kunst op het koninklijk domein van Laken blijven gesloten. Om veiligheidsredenen, meldt de Regie der Gebouwen. Op die manier kan de grootste en best bewaarde collectie Japanse prenten in Europa niet langer in de sprookjesachtige sfeer van het Verre Oosten worden getoond. Ze zitten opgeborgen in de depots van het Jubelparkmuseum, dat de verzameling bezit. Ook dat heeft te maken met veiligheid, want hoe minder ze worden geëxposeerd, hoe beter hun staat van bewaring. Zulke delicate houtsneden verdragen weinig blootstelling aan het licht.
...

Het Chinese paviljoen, de Japanse toren en het Museum voor Japanse kunst op het koninklijk domein van Laken blijven gesloten. Om veiligheidsredenen, meldt de Regie der Gebouwen. Op die manier kan de grootste en best bewaarde collectie Japanse prenten in Europa niet langer in de sprookjesachtige sfeer van het Verre Oosten worden getoond. Ze zitten opgeborgen in de depots van het Jubelparkmuseum, dat de verzameling bezit. Ook dat heeft te maken met veiligheid, want hoe minder ze worden geëxposeerd, hoe beter hun staat van bewaring. Zulke delicate houtsneden verdragen weinig blootstelling aan het licht. De meeste zaten al in de collectie sinds 1905, maar werden pas in de jaren 1970 herontdekt. Decennialang in het donker blijven, deed de kwaliteit van hun kleuren geen kwaad. Die is uitzonderlijk goed voor prenten die tot drie eeuwen oud zijn. De conservatoren in het Jubelpark horen bij de waakzaamste van het land, en laten hun schatten dus zelden zien. 150 jaar vriendschap tussen Japan en België is zo'n moment waarop het publiek ermee kennis kan maken, eerst met tweehonderd stuks, vanaf december met tweehonderd andere. Wereldspecialisten bestempelen een aantal van de 7500 prenten als uniek, of rekenen ze tot de allermooiste. Men noemt ze Ukiyo-e, beelden van het vlietende leven, waarbij je niet alleen kortstondige bloei maar ook ziekte en verval zou verwachten. Toch niet. De kunstenaars die onder de heerschappij van de shoguns in het Edo-tijdperk (1603-1868) werkten, idealiseerden het vrouwelijk schoon en de liefde (betaald of niet), de helden van het kabuki-theater en de parels in het landschap. Ze illustreerden dichtbundels en grote verhalen. Aftakeling is niet aan de orde, doodgaan wel, maar dan heldhaftig in de strijd. De shoguns hielden de grenzen van het rijk dicht. Zo bewaarden tekenaars, houtbloksnijders en prentdrukkers die samen de ukiyo-e realiseerden, hun keukengeheimen voor Japan, niet het minst het geheim van hun klare lijn. 'Gratie en vakmanschap', hoorde ik iemand uit de entourage van het Jubelparkmuseum de spijker op de kop slaan. Pas toen de Meji-keizers het roer overnamen en de grenzen van Japan wijd openzetten, kwam het tot een internationale uitwisseling van technieken, stijlen en thema's. De pure ukiyo-e verwaterden, mede door overproductie, al bleven ze nog een tijd bestaan, zoals op de expo is te zien. Het is moeilijk kiezen tussen al die schitterende sterren. De ster van Utamaro dan maar, met zijn dramatische acteursportretten of tronies, zijn mooie vrouwen met hun prachtige kapsels en kimono's, volmaakte gezichten met piepkleine lippen. Of de ster van Hokusai, die de mooiste halteplaatsen op de Hokkaido-reisweg en 36 gezichten op de Fuji-berg voorzag van haarscherpe, lichtende tekeningen. Hiroshige niet te vergeten, iets losser van pols in zijn weergave van het landschap, maar zo gevoelig voor sfeer en de inwerking van regen, wind en sneeuw. En bovenal toch dé schat uit de Jubelparkcollectie: Harunobu. Een ingewijde schrijft over zijn prenten dat Harunobu 'het dagelijkse leven verplaatst naar een droomwereld'. Bedachtzame jonge vrouwen zijn verwikkeld in gesprekken en banale of symbolische handelingen. Ze voeren ze uit als poëtische rituelen in strakke, adembenemend mooie interieurs, aan de stille waterkant, of gewoon in een besneeuwde tuin, waar ze verbaasd toekijken hoe een geknield kind rode oogjes schildert op een sneeuwpop.?Tot 12/02 in het Jubelparkmuseum, Brussel. Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel Aftakeling is niet aan de orde, doodgaan wel, maar dan heldhaftig in de strijd.