Het is donker in de zalen. In een glazen kooi zitten, oplichtend als sterren aan de nachtelijke hemel, twee zwarte figuurtjes uit gebakken klei. Ze stammen uit de steentijd en werden in 1956 samen opgegraven in Roemenië. Het koppel is in diep gepeins verzonken. Het is ook de houding van de gevleugelde figuur op de Melancholie-gravure van Albrecht Dürer (1514). Met behulp van geometrische instrumenten probeert hij de wetten van de kosmos te achterhalen. Het valt hem zwaar, maar zijn denkkracht brengt hem een stap verder op de zoektocht naar zijn plaats in het heelal.
...

Het is donker in de zalen. In een glazen kooi zitten, oplichtend als sterren aan de nachtelijke hemel, twee zwarte figuurtjes uit gebakken klei. Ze stammen uit de steentijd en werden in 1956 samen opgegraven in Roemenië. Het koppel is in diep gepeins verzonken. Het is ook de houding van de gevleugelde figuur op de Melancholie-gravure van Albrecht Dürer (1514). Met behulp van geometrische instrumenten probeert hij de wetten van de kosmos te achterhalen. Het valt hem zwaar, maar zijn denkkracht brengt hem een stap verder op de zoektocht naar zijn plaats in het heelal. Jan Van der Stock en het Illuminare-team van de KU Leuven maakten Verbeelding van het universum met de gave van de verwondering als lopend vuur. Ze brachten unieke artefacten samen, verluchte handschriften, kostbare boeken, prenten, schilderijen, sculpturen, wandtapijten, sier- en gebruiksvoorwerpen. Ook wetenschappelijke instrumenten ontbreken niet. Het laatste in de rij is de telescooplens van Christiaan Huygens (1655), een historische uitnodiging om het universum scherper te bekijken. Dertig jaar later dwong Isaac Newton iedereen om voortaan rekening te houden met de wetten van de zwaartekracht. Zijn Principia (1687) is het laatste, niet meteen het mooiste maar misschien wel het belangrijkste boek op de expo. Om de betrekkelijkheid ervan aan te tonen was het wachten op Albert Einstein en zijn algemene relativiteitstheorie. Maar dat is het begin van een andere expo, Voorbij de Oerknal, in de Leuvense universiteitsbibliotheek. Ze vloeien samen in het prachtboek Big Bang.Sinds de oudheid stoffeerden sommigen de raadselen van de kosmos met hun bevindingen uit de logica, de wiskunde en de waarneming van de natuur. Anderen deden het met religieuze en mythologische verhalen. Daarbij gebruikten ze allemaal hun eigen verbeelding, niet te verwarren met 'erop los fantaseren', eerder te begrijpen als 'in beeld brengen', zegt Van der Stock. Grote sterrenkundigen bepaalden sowieso het kader voor de beeldvorming van de wereld. De eerste was de Griek Claudius Ptolemaeus, die in 150 n.Chr. berekende dat de aarde het centrum vormde van het heelal. Het christendom stapte mee in die theorie, die pas in 1543 weerlegd werd door de Pool Nicolaas Copernicus. Het middelpunt van het heelal is de zon, waar de aarde en de andere planeten in cirkelbanen omheen draaien. Maar altijd bleef er genoeg speelruimte om de verbeelding aan het werk te zetten. In een Mesopotamische rolzegel (900-609 v.Chr), een cilinder van bergkristal, zijn goden en mensen gesneden. Ze zijn omringd door de gevleugelde zon, de maan en de sterren. Ze maken rituele gebaren, kennelijk in het geloof dat de stand van de hemellichamen het gedrag van de mensen beïnvloedt. Een Bouwsteen uit de ziggoerat van Nimrud (858-824 v.Chr.) hoorde bij een grote sterrenwacht waar de link tussen de wereld van de goden en van de mensen werd geobserveerd. De IS had geen boodschap aan verbeelding en vernietigde het bouwwerk in 2015. Een Hollandse visboer uit de zestiende eeuw verluchtte zijn eigen manuscript met tekeningen van vallende sterren, kometen en andere zeldzame hemelverschijnselen. Op een monumentaal Brussels wandtapijt torst Hercules het hemelgewelf, voorzien van de dierenriem, sterrenbeelden en de Melkweg. Rubens volgde de antieke mythologie toen hij het ontstaan van de Melkweg verbeeldde als de straal melk, onverhoeds gelekt uit de tepel van de zogende godin Juno. Misschien werd er af en toe toch flink op los gefantaseerd? Sebastian Brant had het al in de gaten in zijn satirische allegorie Het narrenschip (1494): astrologen opgepast, er valt niets zinnigs te voorspellen uit de stand van de planeten.