Pas in 1877, ruim veertig jaar nadat de eerste reizigerstrein er vertrokken was, installeerde Claude Monet zich in de Gare Saint-Lazare in Parijs om er een reeks van twaalf schilderijen te maken. Hij was niettemin een van de eerste impressionisten die zich inliet met het spoorgebeuren, dat de industriële revolutie en de moderniteit op gang had gebracht. Ze waren dus een beetje laat. De Britse romanticus William Turner schilderde al in 1844 de kop van een rijdend gevaarte, frontaal opdoemend uit stortregens en een gouden mist in een apocalyptisch landschap. De vibrerende lichteffecten, wazige kleuren en vrije penseeltoetsen in Rain, Steam and Speed liepen vooruit op het impressionisme.
...

Pas in 1877, ruim veertig jaar nadat de eerste reizigerstrein er vertrokken was, installeerde Claude Monet zich in de Gare Saint-Lazare in Parijs om er een reeks van twaalf schilderijen te maken. Hij was niettemin een van de eerste impressionisten die zich inliet met het spoorgebeuren, dat de industriële revolutie en de moderniteit op gang had gebracht. Ze waren dus een beetje laat. De Britse romanticus William Turner schilderde al in 1844 de kop van een rijdend gevaarte, frontaal opdoemend uit stortregens en een gouden mist in een apocalyptisch landschap. De vibrerende lichteffecten, wazige kleuren en vrije penseeltoetsen in Rain, Steam and Speed liepen vooruit op het impressionisme. Turner zal de trein niet als een zegen voor de beschaving hebben gezien. Maar toch ook niet als een Satanswagen zoals de Belgische romanticus Gustaaf Wappers in 1837 had gedaan, geïnspireerd door een gedicht van geestgenoot Hendrik Conscience: een 'schrikbaer monsterdier' dat 'razend zwaeit' en 'braekt het solfervier'. Zo opent de expo Sporen van moderniteit in een klimaat van angst en ergernis, met Wappers' gloedvolle doek en een reeks spotprenten van Honoré Daumier over de vreselijke ongemakken waaraan de eerste reizigers werden blootgesteld - van oneindig lange haltes tot volledige bevriezing. Bij afwezigheid van Turner op de expo laat Monets La Gare Saint-Lazare, le train de Normandie het best de drastische veranderingen zien in de manier van kijken naar de wereld, teweeggebracht door de impressionisten. Het verwijt dat nevel en mist geen onderwerp voor een schilderij waren, pareerde Monet in het station Saint-Lazare. Aan Auguste Renoir legde hij uit dat de rookwolken uit de locomotieven bij het vertrek van de treinen er zo dicht waren, dat je nauwelijks een steek voor je ogen zag. Dat 'toverachtige' schouwspel liet hem toe om het spel van het zonlicht op de stoomwolken te schilderen. Zo wilde hij de trein naar Rouen een halfuur later dan gepland laten vertrekken omdat het licht dan beter was. Nogal wat schilders waren minder bezig met de trein als locomotief van de moderniteit dan wel met de fascinerende lichtsporen die zijn stoomwolken achterlieten in het landschap. De trein is al voorbij als Giuseppe de Nittis een gloeiende, dikke witte sliert trekt door een donkere akker, waar twee landarbeidsters geen interesse tonen. Ook de in zichzelf gekeerde vrouw in een verlaten landschap bij zonsondergang, geschilderd door Marianne Stokes, staart slechts in een witte, doorschijnende waas. Beide werken uit 1869 en 1893 heten nochtans De voorbijrijdende trein, een titel die beter past bij de schilderijen van Léon Spilliaert of Umberto Boccioni, hoewel ook zij de trein slechts als decoratief element in een sfeervol landschapsschilderij plaatsen. Pas in het begin van de twintigste eeuw bekijkt de avant-garde de trein als machtige machine van de moderniteit. De intrede van de eerste elektrische treinen is daar niet vreemd aan. De lofzang van Filippo Tommaso Marinetti op de 'locomotieven met brede borst die op de rails stampen als met buizen bespannen paarden' en 'de glijdende vlucht van de vliegtuigen' is het startschot voor futuristen, kubisten en puristen om een passende, abstracte esthetiek te verzinnen bij de nieuwe, blitse machines. Met uitmuntend werk van Fernand Léger, Victor Servranckx en Gino Severini zit de expo pas goed op de Sporen vande moderniteit. Een zonderling die het niet zo had begrepen: in de Verontrustende ochtend en de Melancholie van een middag van Giorgio de Chirico is de trein traagzaam onderweg naar de eeuwigheid.