Onlangs te zien in Bonn, straks in Winterthur: Das Phantom der Malerei, of het spook van de schilderkunst. Nu in Den Haag heet de expo Schildersgeest, wat niet per se hetzelfde betekent. Het maakt niet uit. Dubbelzinnigheid, woordspeling en vrije associatie zijn Walter Swennen (75) op het lijf geschreven. De selectie van 65 schilderijen vanaf de jaren 1980 had een chronologisch overzicht kunnen opleveren. Het is niet zo. De werken zijn losjes gegroepeerd volgens verwantschap in motieven, kleuren en stijlen.
...

Onlangs te zien in Bonn, straks in Winterthur: Das Phantom der Malerei, of het spook van de schilderkunst. Nu in Den Haag heet de expo Schildersgeest, wat niet per se hetzelfde betekent. Het maakt niet uit. Dubbelzinnigheid, woordspeling en vrije associatie zijn Walter Swennen (75) op het lijf geschreven. De selectie van 65 schilderijen vanaf de jaren 1980 had een chronologisch overzicht kunnen opleveren. Het is niet zo. De werken zijn losjes gegroepeerd volgens verwantschap in motieven, kleuren en stijlen. Zijn oudere vriend Marcel Broodthaers (1924-1976) profileerde zich op z'n veertigste niet langer als dichter van de beatgeneration maar als beeldend kunstenaar. Swennen was 34 toen hij in 1980 eenzelfde succesvolle carrièreswitch maakte. En net als bij zijn geestgenoot (met wie hij in 1968 het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel had bezet), bleef een poëtische omgang met taal zijn beeldend werk kleuren. Tekenen was kinderspel, maar hij moest eerst studies in de filosofie en de psychologie ondernemen, zwerftochten maken en depressies doorstaan vooraleer hij in 1982 in de galerie van Isy Brachot zijn eigen pinksterwonder mocht beleven: in een goddelijke vlaag van actionpainting bekladde hij doeken met woorden in verschillende talen. Iedereen die de letterlijke betekenis even liet voor wat ze was en zich openstelde voor de universele taal van picturale tekens, kon ze vatten. Swennen blijft er zich tot vandaag in verdiepen. Op het schilderij Trop mots (2016) dansen kleurrijke kapitalen als in een lettertrommel, drijvend in een rood sopje. Wie dat wil, kan erin vissen en met de letters naar believen eigen woorden samenstellen, net als in Demasiadas palabras (2017). Behalve in het alfabet vindt de kunstenaar graag zijn motieven in stripfiguren, sigaretten, pijpen, rechthoeken, lichten, wolken, kluwens, trechters, doodshoofden of spookverschijningen. Zo lichtvoetig en een beetje dwaas als hij daarmee omgaat, zo bloedernstig gaat hij te werk bij het schilderen zelf. Trefzekere composities, gevarieerd en rijk kleurgebruik, een gelaagde opbouw, een vaak bewust slobberige verfopbreng, uitgekiende lichtcontrasten. Een grote beheersing van het metier stelt hem in staat om vernuftige spelletjes te spelen. Swennen rust niet vooraleer hij een beeld zo glad als een bananenschil in elkaar gezet heeft. Een onschuldig oog ziet in het schilderij Veronica (2007) een vrouw die handdoeken en onderbroeken te drogen hangt. Maar de was heeft zich losgemaakt van de lijn om een feestelijke parade van monochrome vlakken te vormen. Het witte vlak met blauwe boord in de handen van de vrouw kan dan ook nog eens het doek zijn waarop de heilige Veronica het bebloede gelaat van Jezus afdrukte. Zijn feilloze gevoel voor inslaande beelden verraadt soms verrassende trekjes. Tegen de voorstelling van een nachtelijke busrit door een sprookjesstad met ongeïdentificeerde tuigen boven de horizon, heeft hij een dikke klad groene verf gekwakt (Last Trip). En wie de zwarte poes bij nacht op de boekenplank naar de maan zag staren (Josette), of in drie fel oplichtende lampenkappen een rood, geel en blauw raffiarokje uit het duister meende te zien verschijnen (Lights of Moke), zou zweren dat Swennen ook een romanticus is. Wat, tot slot, met de veelbesproken spoken in de geest van deze schilder? Ze zijn onveranderlijk verbonden met de dood. We kunnen er ons voor opsmukken met een rood vlinderdasje (Noeud papillon) of met een idiote trechter op onze kop (Tête de mort, entonnoir). Alles wordt dan zo wit als bij James Ensor, wanneer diens maskers de dood tegemoet moeten treden.