Wie in dit land schildert roekelozer dan hij? Hij is in zijn mid career jaren beland zonder ooit te hebben willen behagen, en dat in een tijd waarin oogstrelende schilderkunst weer in de gunst gekomen was. In plaats van met zijn talent gemakkelijke beelden te maken voor de markt, pikte Vincent Geyskens (°1971) een draad op die door de modemakers totaal versleten werd geacht: schilderen als een gevecht met de materie, een fysieke ervaring zowel voor de maker als voor de kijker. Steunend op een doordacht geraamte brengt hij kleuren, vegen en vormen op een intuïtieve manier in beweging. Als het goed is, groeit er een spannend beeldgebeuren uit, onafgedaan en zonder verhaal.
...

Wie in dit land schildert roekelozer dan hij? Hij is in zijn mid career jaren beland zonder ooit te hebben willen behagen, en dat in een tijd waarin oogstrelende schilderkunst weer in de gunst gekomen was. In plaats van met zijn talent gemakkelijke beelden te maken voor de markt, pikte Vincent Geyskens (°1971) een draad op die door de modemakers totaal versleten werd geacht: schilderen als een gevecht met de materie, een fysieke ervaring zowel voor de maker als voor de kijker. Steunend op een doordacht geraamte brengt hij kleuren, vegen en vormen op een intuïtieve manier in beweging. Als het goed is, groeit er een spannend beeldgebeuren uit, onafgedaan en zonder verhaal. Nu verdient Geyskens een grote solotentoonstelling die zijn productie van de laatste tien jaar overschouwt. Krachtige abstracte schilderijen en reeksen aaneengeschakelde schilderingen binnen en boven op een variabel aantal wissellijsten (gebruikt in de reclamewereld) vormen er de harde kern van. Daarnaast zijn er collages, waarin de kunstenaar volgens een vast stramien van scheuren, knippen en plakken een register bespeelt dat zowaar een venstertje op de realiteit opent. Een kleine annex bestaat uit schetsen met ritmische lijnen die hun oorsprong vinden in waarnemingen, opgedaan in de natuur. Het kan een tijd duren eer je in de ban raakt van de picturale stromen die aanhoudend aanrollen zonder duidelijk herkenbare bestemming. Maar op de witte wanden in enkele grote ruimten van het Museum M ontwikkelen ze zo'n splijtende vaart dat je je ten slotte gewonnen moet geven. Gewonnen voor de impact van de verschillende kleuren die om beurten de dominantie opeisen, voor de striemende kracht van brede verfvegen die zich nu eens in regelmatige banen, dan weer in heftige botsingen en overlappingen manifesteren. En waar ze verstrakken om in concentrische cirkelsegmenten het hele beeldvlak in een machinale beweging te betrekken, is het duidelijk dat weinigen zoiets hebben voorgedaan. In dit land niemand, internationaal misschien de Amerikaanse Lee Lozano in de Wave Paintings (1967-1970), maar niet zo brutaal als Geyskens. Waar al dat georkestreerde geweld vandaan komt, is moeilijk te peilen. Het is zelfs niet zeker of het een getormenteerd temperament verraadt of voortkomt uit een voorbedacht plan om een losgeslagen industrieel proces te imiteren. Feit is dat deze schilderkunst onbekende terreinen aanboort, een soort maanlandschap creëert waar de materie onderworpen wordt aan wisselende aggregatietoestanden: vloeibaar of gestold. Veel vettigheid, uitstulpingen, naast dunne, doorzichtige zones die een afgrond openen. Maar altijd beweging. Dat is een groot verschil met de collages, die eerder een wil tot zorgvuldige, deels geometrische constructie tonen. Bovendien laten die door middel van magazineknipsels min of meer herkenbare beelden zien. De boosaardige inlassing van heel wat versneden pornofragmenten (met sporadische uitlopers naar de politiek) doet vermoeden dat Geyskens de oorsprong van het geweld ook simpelweg in de harde realiteit situeert. Een recente wending in het oeuvre lijkt een terugkoppeling naar een traditioneel schilderkunstig genre in te luiden. Een ensemble 'stillevens' knoopt aan bij Giorgio Morandi en diens eindeloos geduldige representatie van altijd dezelfde nevengeschikte voorwerpen in een variërende opstelling en bij wisselend licht. Geyskens nam er echter alle rust en klaarheid uit weg om er een smoezelige opstelling van lelijke dingen van te maken - schedels, varkenskoppen, wie zal het zeggen. Geen schilderkunst om te behagen, zoveel is zeker.