Hadden de middeleeuwse alchemisten zich belachelijk gemaakt toen ze onedele metalen mengden om er met de verkregen Steen der Wijzen goud van te maken, ziekten uit te bannen en de levensgeesten op te wekken? En waarom verlieten ze zich op een natuurfilosofie uit de oudheid, al dan niet overgeleverd door Aristoteles, verklarend dat alles op aarde bestaat uit een van de vier elementen, die elk onder omstandigheden konden worden omgezet in een ander element?
...

Hadden de middeleeuwse alchemisten zich belachelijk gemaakt toen ze onedele metalen mengden om er met de verkregen Steen der Wijzen goud van te maken, ziekten uit te bannen en de levensgeesten op te wekken? En waarom verlieten ze zich op een natuurfilosofie uit de oudheid, al dan niet overgeleverd door Aristoteles, verklarend dat alles op aarde bestaat uit een van de vier elementen, die elk onder omstandigheden konden worden omgezet in een ander element? Hoewel ze achterhaald waren door de wetenschap, bleven allerlei inzichten van de antieken en de alchemisten over de natuur bewaard in de sfeer der onnutte dingen. Sinds hij in de Grieks-Romeinse afdeling van het Metropolitan Museum in New York de marmeren sculpturen zag schitteren in het ochtendlicht, zocht James Welling naar manieren om ze ook in zijn foto's te laten vibreren en zo mogelijk tot leven te laten komen. De Amerikaanse kunstenaar toog aan het werk en rustte niet vooraleer hij met elementen van de fotografie, de drukkunst en de schilderkunst, steunend ook op een aan Aristoteles toegeschreven kleurenfilosofie, zijn doel had bereikt. Een reeks van tachtig werken die hij onder de titel Cento in het MACS exposeert, is de vrucht van de experimenten van een volleerde alchemist: slechts gemakshalve hebben we het over foto's om werken te benoemen die bestaan uit sterk verzadigde kleurenbeelden, getemperd door het aanbrengen met de laserprinter van inkten op een lithografische plaat uit polyester, in bepaalde gevallen verrijkt met olieverf, wat voor 'krassen, kleurspatten en -druipers' zorgt. 'Het resultaat is een uniek beeld, evengoed een schilderij als een foto', aldus Welling. In Cento - een in onbruik geraakt dichterlijk genre dat uit louter citaten bestaat - krijgen gebeeldhouwde lichamen, portretten, sier- en gebruiksvoorwerpen, planten, dieren en zoveel meer archeologische artefacten een nieuw leven. Deels tentoongesteld onder een meterslange strook zenitaal licht, komen de omfloerste beelden tot hun volste recht in al hun nuances, opake en (half) doorschijnende oppervlakken.Voor zijn 'fotoschilderijen' van marmeren standbeelden verzaakte Welling aan de perfectie van de door de oud-Griekse beeldhouwers ten voeten uit afgebeelde en geïdealiseerde figuren om zich te concentreren op de adembenemende nabijheid van afzonderlijke lichaamsfragmenten. Zo bereikte hij een hoge graad van gevoeligheid in de vleeswording, onttrokken aan de steen. Bovenal gaf de Amerikaanse kunstenaar de antieke beelden hun kleuren terug - die ze definitief leken te zijn kwijtgeraakt onder de plak van het neoclassicistische schoonheidsideaal, dat onder de terugkeer naar de oudheid alleen onbeschilderde beelden in hun pure marmeren of bronzen staat begreep. Afwijkend van de wetenschappelijke reconstructies van de originele polychromie bij antieke sculpturen, vertrouwde Welling op zijn alchemistische toverkunst om met een eigen dramatisch coloriet de uitdrukkingskracht van de Centos te verhogen. Hoe Aristoteles en de zijnen hem daarbij een handje hielpen is niet helemaal duidelijk, maar dat hij de overgeleverde kleurenleer van de grote Griekse filosoof hoog aanslaat, mag ruimschoots blijken uit de meterslange kleurenstaalkaart die hij in de vorm van een muurschildering op de wand tegenover zijn Centos aanbracht ( Wall Painting for Aristotle and Vitruvius). Is het omdat de aristotelische visie elke kleur zag in samenhang met een natuurverschijnsel en met een overeenkomstige benaming bedacht? Op de muren van het MACS lijkt het omgekeerde het geval. De kleurvlakken van de muurschildering ogen als zelfstandige, abstracte entiteiten, terwijl de Centos fragiel, doorschijnend en uitwisbaar als ze zijn, innig met de vergankelijke natuur verbonden blijken.