Als bewaarder van het nietigste ter wereld maakte ze nu al meer dan twee decennia geleden haar opwachting in de internationale kunstscène. Het jaar was 1998 en Lissabon was het toneel van de Wereldtentoonstelling. In het Centro Cultural de Belem opende de dubbelexpo Fascinerende facetten van Vlaanderen, waar de tekeningen met tekst en de kleurfoto's van Anne Daems (°1966) een fris nieuw geluid lieten horen. Ze droegen geen titel, als vormden ze de bekrachtiging van een programma van onbeduidendheid dat de kunstenaar openbaar maakte. Op een wit blad met een onregelmatig patroon van sierlijke lijnen stond getypt: 'De schaatsers op het ijs maken tekeningen.' Op een kleurfoto van een aan de waterkant geparkeerde auto met half open portier...

Als bewaarder van het nietigste ter wereld maakte ze nu al meer dan twee decennia geleden haar opwachting in de internationale kunstscène. Het jaar was 1998 en Lissabon was het toneel van de Wereldtentoonstelling. In het Centro Cultural de Belem opende de dubbelexpo Fascinerende facetten van Vlaanderen, waar de tekeningen met tekst en de kleurfoto's van Anne Daems (°1966) een fris nieuw geluid lieten horen. Ze droegen geen titel, als vormden ze de bekrachtiging van een programma van onbeduidendheid dat de kunstenaar openbaar maakte. Op een wit blad met een onregelmatig patroon van sierlijke lijnen stond getypt: 'De schaatsers op het ijs maken tekeningen.' Op een kleurfoto van een aan de waterkant geparkeerde auto met half open portier zijn de twee inzittenden nauwelijks te herkennen. Puntgave composities, in de kunst doorgaans voorbehouden voor bijzondere dingen. Maar nee, hier was niets aan de hand. Het scheelde niet veel of Anne Daems was sindsdien zelf onder de radar gebleven. In 2020 overliep Anne-Marie Poels in het kunsttijdschrift HART haar parcours. Ze maakte gewag van een expo uit 2010 met 'composttekeningen': 'de kontjes van wortelen, schillen van uien, kroosjes van appels, vellen prei en dergelijke die zich in kommetjes op haar aanrecht ophoopten'. Tien jaar later bleek Daems die kommetjes in ongebakken klei te hebben nagemaakt en ook tentoongesteld op lage tafeltjes in galerie Micheline Szwajcer. Poels zag dat er nu 'een trosje zonder druiven, een stukje afgekloven maiskolf, het hart van een paprika of een dobbelsteentje pastinaak' in lagen. Onder het glas van elk tafelblad lag een aquarel met de afbeelding van bloemen uit Daems' eigen stadstuin. Aan de muur hingen twee reeksen tekeningen - van kleurrijke kledingstukken, gedrapeerd over een stoel van Gustave Serrurier-Bovy, en van bonte naaktslakken, onderweg naar iets plantaardigs om te eten ( The slug had a forget-me-not in its mouth). Van adepten van de slakkengang gaat vaak iets vreedzaams en doordachts uit. De compostkommetjes, de tafeltjes, de bloemaquarellen onder glas, de slakken en de onder lichte zomerkleren bedolven stoel met de hoge rug van art-nouveau-ontwerper Serrurier-Bovy: ze keren allemaal terug in Daems' solotentoonstelling in de Raadzaal van Bozar, voor de gelegenheid ingericht als een Tuinkamer. De kunstenaar deed geen speciale ingrepen in de zaal die, net als het hele Paleis voor Schone Kunsten, ontworpen werd door Victor Horta, tijd- en deels ook stijlgenoot van Serrurier-Bovy. Integendeel, ze geeft een idee van het oorspronkelijke uitzicht ervan door op de valse achterwand de fijne contourlijnen na te tekenen van de stijlvolle klapdeuren die alleen aan de voorzijde zichtbaar en in gebruik gebleven zijn. Met respect voor het gevoel voor verhoudingen, maat en schaal van de architect, richtte Anne Daems haar ideële tuinkamer in. Luchtig geschikt in de ruimte omheen haar tafeltjes staan zes kamerschermen die ze 'windmuren' noemt, hoewel er nog geen briesje te bespeuren valt. Ze bestaan in drie formaten van telkens twee (en eentje van drie) panelen, verbonden door gestreepte koordjes in diverse kleuren. De werkwijze heeft iets weg van het eeuwenoude boekbindersambacht. Aan de binnenkant zijn de schermen beschilderd met vrij over het witte blad uitgestrooide florale motieven die aan de randversieringen in middeleeuwse verluchte handschriften doen denken. De buitenkant van de windmuren is bezet met korte, kronkelende lijnen. Dat moeten dan de onvermijdelijke wormen zijn, druk bezig met het verwerken van compost. En zo maakt Anne Daems de cirkel van het leven rond.