In een tijd waarin ervaringen, emoties en menselijke interacties vaak slechts via virtuele voorstellingen worden gedeeld, lijkt ook de waarde van het onderscheid tussen een echt schilderij en zijn afbeelding in pixels geleidelijk te verminderen. Tegelijk groeien de mogelijkheden om het schilderij in zijn digitale verschijningsvorm te onderwerpen aan hoogtechnologisch onderzoek, gericht op een deconstructie van het oorspronkelijke kunstwerk.
...

In een tijd waarin ervaringen, emoties en menselijke interacties vaak slechts via virtuele voorstellingen worden gedeeld, lijkt ook de waarde van het onderscheid tussen een echt schilderij en zijn afbeelding in pixels geleidelijk te verminderen. Tegelijk groeien de mogelijkheden om het schilderij in zijn digitale verschijningsvorm te onderwerpen aan hoogtechnologisch onderzoek, gericht op een deconstructie van het oorspronkelijke kunstwerk. Zoiets overkwam het schilderij Secrets (1990) van Luc Tuymans in de Raadzaal van Bozar, weliswaar als middelpunt van een demonstratie over artificiële intelligentie (AI) en kunst. Het kleine werk (52 bij 37 centimeter) is een ingetogen portret van een onbekende man met gesloten ogen in een streng gezicht, geschilderd in monochrome tonen, lichtere en donkere. Een alarmsirene zorgt ervoor dat het alleen van grote afstand kan worden bekeken. Hoewel het zich door zijn uitstraling en kwetsbare stoffelijkheid blijft onderscheiden van de omringende virtuele beelden, komt het in zijn pure schilderkunstigheid niet langer uit de verf. Secrets werd ontdaan van zijn geheimen, onderworpen aan een programma van kunstmatige intelligentie dat de meeste achtergrondinformatie omzet in algoritmen en een web van alle mogelijke associaties die de betekenis van het werk als esthetisch en historisch document verveelvoudigen. AI-expert Luc Steels en zijn Studio Stelluti beschouwden Secrets als een dankbare testcase in hun poging om de allereerste AI-modellen te maken die tot een dieper begrip van hedendaagse schilderijen kunnen leiden. Het team stond rechtstreeks met de kunstenaar in contact bij de studie van de omzetting van zijn visuele en documentaire bronnen naar het uiteindelijke werk, bij het bepalen van de focusgebieden - de plaatsen op het schilderij waar de aandacht het eerst naartoe wordt getrokken - en ten slotte bij de manier waarop de hersenen van de schilder functioneren tijdens het creatieve proces: de patronen, de persoonlijke obsessies, herhalingen en fascinaties. De bekentenis van Steels dat hij zich nog goeddeels in terra incognita bevindt, doet geen afbreuk aan het baanbrekende karakter van een onderzoek dat minder begaan is met dataverwerking dan met het aanwenden van AI om 'systemen te maken die mentale processen emuleren'. Het is dit proces dat door het team van Bozar Lab wordt getoond aan de hand van video-interviews, digitale projecties en een enorme kennisgrafiek van de betekenisassociaties van het schilderij. Een deugdelijk AI-programma kan er in de toekomst bijvoorbeeld voor zorgen dat de ambigue tweedeling tussen de visuele en de conceptuele component in het werk van Tuymans accuraat wordt beschreven. Gewapend met die informatie zal de kijker Secrets alvast niet louter meer zien als 'het ingetogen portret van een onbekende man met gesloten ogen'. De wetenschap dat de figuur afgeleid is van een portretfoto met open ogen van Adolf Hitlers sterarchitect Albert Speer in vol ornaat, zal tot nadenken stemmen en voor onbehagen zorgen: waarom koos de schilder voor een vergiftigde bron? Heeft hij mij iets voorgelogen, en zo ja: waarom? De pretbederver is misschien gewoon een harde leermeester bij het ontmaskeren van de gespeelde onschuld in de zo vele fraaie beelden die ons dagelijks bestormen. Als AI daarbij een hulpmiddel kan zijn, vooruit dan maar.