Als docent Grafiek & Tekenkunst aan de LUCA School of Arts in Gent, als tentoonstellingsmaker en kunstenaar maakte Peter Morrens (1965) een grote synthese-expo waarin hij de drie elementen van zijn praktijk tegelijk gebruikt. Hij treedt er op als een doorgeefluik van ideeën - de zijne, die van anderen of die gegroeid in een samenwerking met anderen. Dat is de betekenis van zijn Zelfportret als doorgang, een gordijn om doorheen te stappen. Op de lamellen is hij met kop en schouders afgebeeld. Uit de oogkassen puilen twee buizen. Ze dienen om indrukken, aandriften en waarnemingen op te nemen, te verwerken en uit te wisselen, zo stellen we ons voor. Het menselijke lichaam als een ' machine désirante', zoals Gilles Deleuze gezegd zou hebben.
...

Als docent Grafiek & Tekenkunst aan de LUCA School of Arts in Gent, als tentoonstellingsmaker en kunstenaar maakte Peter Morrens (1965) een grote synthese-expo waarin hij de drie elementen van zijn praktijk tegelijk gebruikt. Hij treedt er op als een doorgeefluik van ideeën - de zijne, die van anderen of die gegroeid in een samenwerking met anderen. Dat is de betekenis van zijn Zelfportret als doorgang, een gordijn om doorheen te stappen. Op de lamellen is hij met kop en schouders afgebeeld. Uit de oogkassen puilen twee buizen. Ze dienen om indrukken, aandriften en waarnemingen op te nemen, te verwerken en uit te wisselen, zo stellen we ons voor. Het menselijke lichaam als een ' machine désirante', zoals Gilles Deleuze gezegd zou hebben. Morrens plaatste zijn zelfportret ter hoogte van de doorgang tussen de antichambres en het tekenkabinet op een door hemzelf uitgetekend parcours. Er volgen nog twee kabinet-annexen, een passage, een grote zaal, een bureau, een achterkamer, een lang vertrek, een vitrine, een witte gang en een buitenplaats. Elke ruimte heeft een eigen klimaat, een eigen licht, in vele schakeringen. Niets is schijnbaar aan het toeval overgelaten. Elk voorwerp is zorgvuldig uitgemeten tussen de andere voorwerpen in een perfecte ordening, een montage als voor een film. Maar schijn bedriegt. Het strikt getrokken kader houdt een duizelingwekkende verscheidenheid van beelden samen onder de noemer van het Toeval en van de grootst mogelijke vrijheid. De vrijheid voor elk van de 42 kunstenaars om gewetensvol het onpeilbare op te meten. Zo registreren ze het menselijke tekort en plaatsen er een eigen teken bij, zoals de Fugue pour les survivants, een poging van Johan De Wilde om de ongrijpbaarheid van het getal pi uit te drukken door 10 cijfers voor en na de komma te distilleren uit de kleuren van de op- en ondergaande zon. Samen vormen ze de visuele en auditieve markeringen op een trip van Minstens 1 oe uur, en terug. Marguerite Duras vond zwarte en blauwe afdrukken van handen, 30.000 jaar geleden aangebracht in een prehistorische grot aan de Atlantische Oceaan. Ze huiverde bij het zien van dit zo aanwezige teken van leven dat de onmetelijkheid van de tijd overbrugt en hard zijn verlatenheid blijft uitschreeuwen. Het blauw en het zwart keren terug tijdens een langzame rit langs de boulevards bij dageraad in Parijs, terwijl de stem van Duras buiten beeld haar liefde voor Les mains négatives (video, 1979) bezingt. En Leen Voet klom 200 meter hoog op de kille Tour Montparnasse om er met potlood als een bezetene almaar weer de contouren te tekenen van de kooi die wanhopige mensen moet beletten om in de leegte te springen. James Welling keerde twee generaties op zijn stappen terug om de zwart-witfilmpjes te bekijken die zijn grootvader ooit maakte van de eeuwig beukende golven tegen de rotsen langs de Atlantische Oceaan en die hem inspireerden om er schilderijtjes van te maken. De kleinzoon haalde het filmmateriaal terug naar zijn eigen tijd door het digitaal in te kleuren en er de video Seascape van te maken. Zijn broer zorgde voor de slepende accordeontonen ter vervanging van het geluid van de woeste zee, wat haar echter niet tot bedaren brengt. En op een van zijn vele tekeningen is ook Peter Morrens plots verwikkeld in een strijd met het onpeilbare element water. Diving for toont twee verenigde baders met zwarte duikbrillen. Maar of ze zwemmen? Ze liggen roerloos in een aggregatietoestand tussen het vloeibare van water en de vastheid van grond. En ze kijken naar ons en wij naar hen. En we weten even niet meer hoe laat het is, noch waar we ons precies bevinden op het traject.