Pierre Goetsbloets (1765-1816) zat er warmpjes bij. Hij werd geboren in een familie van muntmeesters die tot de erfelijke adel waren toegelaten. Toen de Antwerpse Munt werd opgeheven, hoefde hij zelfs geen klap meer uit te voeren. In zijn herenhuis aan de Sint-Jacobsmarkt volgde hij, vooral via kranten, het wereldgebeuren op de voet, en toen dat met een geweldige dreun zijn eigen knusse wereldje dooreenschudde, greep hij naar pen en papier. Tijdens de Franse bezetting noteerde hij drie jaar lang de Tydgebeurtenissen, groot en klein, in tien lijvige boekdelen. Negen ervan bleven bewaard in de Koninklijke Bibliotheek. Historicus Brecht Deseure herkende ze als een uniek tijdsdocument. Om een modern publiek aan te spreke...

Pierre Goetsbloets (1765-1816) zat er warmpjes bij. Hij werd geboren in een familie van muntmeesters die tot de erfelijke adel waren toegelaten. Toen de Antwerpse Munt werd opgeheven, hoefde hij zelfs geen klap meer uit te voeren. In zijn herenhuis aan de Sint-Jacobsmarkt volgde hij, vooral via kranten, het wereldgebeuren op de voet, en toen dat met een geweldige dreun zijn eigen knusse wereldje dooreenschudde, greep hij naar pen en papier. Tijdens de Franse bezetting noteerde hij drie jaar lang de Tydgebeurtenissen, groot en klein, in tien lijvige boekdelen. Negen ervan bleven bewaard in de Koninklijke Bibliotheek. Historicus Brecht Deseure herkende ze als een uniek tijdsdocument. Om een modern publiek aan te spreken verwerkte hij de stof in een enkel boek. Met de ellenlange teksten maakte hij korte metten. Hij gebruikt ze gewoon als bron, voorzien van context en commentaar. Wel houdt hij tal van sappige citaten over: de edelman keek niet op een schimpscheut minder of meer, en schuwde volks taalgebruik niet. Met de grootste schat van de kroniek springt Deseure eerbiedig om: van de 280 eigenhandige aquarellen waarmee Goetsbloets zijn kroniek illustreerde, kiest hij er 130 uit en hergroepeert ze rond zes deelthema's die het chronologisch vertelde verhaal vervangen. Revolutie in Antwerpen begint bij het pestgedrag dat de van 'monsieur' tot 'citoyen' gedegradeerde aristocraat en zijn vrienden in 'Vieil Anvers' ondervinden vanwege de militaire bezetter. Dan volgen de grote allegorische aquarellen waarin Goetsbloets zijn diepe afkeer van de revolutionaire idealen oppompt tot mythische, om niet te zeggen hysterische proporties. Dat de man zich anders wel grondig documenteerde over de radicale hervormingen waarmee de Franse Revolutie in half Europa afrekende met het ancien régime, bewijst een derde lading tekeningen. Met groeiende venijnigheid worden in het aansluitende kapittel alle 'onrechtvaardige' maatregelen bespot die Goetsbloets en zijn klasse beroofden van hun privileges en een stuk van hun fortuin. Sympathie van een overtuigde katholiek met de frontaal door de Revolutie aangevallen Kerk doordrenkt het hele vijfde hoofdstuk. Het boek eindigt met wat een vrolijke noot zou kunnen zijn: de nieuwe feesten, ware het niet dat de adellijke chroniqueur er een belachelijke poging in zag om de afgeschafte processies en ommegangen een revolutionaire draai te geven. Deseure greep de gouden kans om de revolutie in Antwerpen op te hangen aan een reeks vermakelijke karikaturen, doordrongen van een aartsconservatieve geest maar daarom niet minder relevant: alle getekende voorvallen samen vormen een complete catalogus van de pijnpunten van de Franse bezetting in Antwerpen en ver daarbuiten. De gemiddeld begaafde illustrator Pierre Goetsbloets bedacht een originele manier om zijn personages te laten praten in fijne pennenlijntjes die zich sierlijk in de ruimte slingeren. En het zijn scherpe tongen die zich bedienen van het Frans, het Nederlands, het Antwerps of het Latijn om de frustraties van een gekleineerde adelborst te ventileren. Opgetekend uit de muil van de Brabantse Leeuw: 'Vergeeft ons, o keyzer der romeynen, wij zijn maar snullen en hanskullen'. Uit de mond van een failliete handelaar die aanpapte met de bezetter: 'Jae jongen, mijn banquerout is gered en nu ben ik vrij, rijk en republicaen.' Of ook nog, uitgesproken door Fransgezinde gemeenteraadsleden aan tafel: 'Suypt maar toe Citoyen', 'Schenkt verdomt', en, niet te vergeten: 'Ah ça ira ça ira, ça ira, les aristocrates à la lanterne...'