Een urinoir hadden we al gehad, en een banaan, maar een gouden tand? Lydia Ourahmane had er een nodig, en kocht er een tweede bij om tentoon te stellen. Het goud had ze van een man die haar de halsketting van zijn moeder zonder haar medeweten verpatste om de illegale overtocht per boot naar Europa te kunnen betalen. Tenminste, zo stelde Ourahmane zich dat voor. Ze dacht aan haar Algerijnse grootvader die door de Franse kolonisator opgeroepen was om als soldaat in de Tweede Wereldoorlog te vechten. Om daaraan te ontsnappen had hij al zijn tanden laten uittrekken. Elke ontworteling is pijnlijk. Een tand, een tekst, een röntgenscan van haar gebit, ziedaar In the Absence of Our Mothers, de bijdrage van Lydia Our...

Een urinoir hadden we al gehad, en een banaan, maar een gouden tand? Lydia Ourahmane had er een nodig, en kocht er een tweede bij om tentoon te stellen. Het goud had ze van een man die haar de halsketting van zijn moeder zonder haar medeweten verpatste om de illegale overtocht per boot naar Europa te kunnen betalen. Tenminste, zo stelde Ourahmane zich dat voor. Ze dacht aan haar Algerijnse grootvader die door de Franse kolonisator opgeroepen was om als soldaat in de Tweede Wereldoorlog te vechten. Om daaraan te ontsnappen had hij al zijn tanden laten uittrekken. Elke ontworteling is pijnlijk. Een tand, een tekst, een röntgenscan van haar gebit, ziedaar In the Absence of Our Mothers, de bijdrage van Lydia Ourahmane aan de expo. Ourahmane en nog enkele deelnemende kunstenaars zijn van Algerijnse, Marokkaanse of Frans-Guyaanse afkomst. Hun grootouders zagen hun leven dooreengeschud door de Franse koloniale macht. De kunst van de kleinkinderen draagt daar de sporen van. Anderen, geboren in Egypte, Libanon, Turkije, Canada of Mali, brengen eenzelfde gevoel van ontheemding over. Allen getuigen in hun werk dat de gevolgen van het tijdperk van kolonisatie en slavernij zowat overal, niet in de laatste plaats in Europa, concreet gebleven zijn: grootschalige migraties, zwalkende diasporagemeenschappen, uitsluiting en vijandigheid. De wereldwijde ontworteling wordt staalhard in kaart gebracht, of suggestief verteld en verbeeld. Curator Silvia Franceschini verankert de expo in haar selectie uit de zwart-witfoto's waarmee de Franse socioloog Pierre Bourdieu zich tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962) documenteerde voor de wetenschappelijke studie Le Déracinement: de hergroepering van hele delen van de plattelandsbevolking in gesloten centra, gecontroleerd door het Franse leger, in een poging om de rurale voedingsbodem van het Algerijnse Bevrijdingsfront uit te drogen. Verslagenheid, verlamming, uitzichtloosheid, de onopgesmukte foto's geven een grondstemming aan die is blijven doorzeuren als een rotte kies. Het is zaak om door die verlammende sfeer heen te breken. Kunstenaar Mohamed Bourouissa trok naar het psychiatrisch ziekenhuis in Blida, Algerije. Hij ontmoette er Bourlem Mohamed, die er al tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog opgenomen was in de afdeling voor moslimmannen. Hij laat hem in de video The Whispering of Ghosts getuigen over de folteringen die hij onderging, maar ook over de succesvolle aanpak van dokter Frantz Fanon, die tuinieren propageerde als onderdeel van zijn therapie. Dat was voor Fanon zich aansloot bij het verzet en tuinscharen als wapens ging gebruiken, bij wijze van spreken. Fanon werd een icoon van de wereldwijde antikoloniale revolutie met zijn boek Les damnés de la terre. Bourouissa brengt hem hulde met de installatie van een bloeiende paradijsvogelplant, de nationale bloem van Zuid-Afrika, waarvan hij ook de geluidsfrequenties laat horen. Om hun 'diasporische verbeeldingen' gestalte te geven grijpen nog andere kunstenaars terug naar de diaspora van planten, bloemen en zaden: een luchtige, poëtische wind in een zwaar met documenten beladen expo. Kipwani Kananga herinnert met een delicate sculptuur uit keramiek ( Semence) aan de geschiedenis van de slavinnen uit West-Afrika die zaden van rode rijst naar Amerika meesmokkelden in hun haren. En Fatma Bucak smokkelde honderden bedreigde damascusrozen uit Syrië, entte ze op rozenbottelplanten, plantte ze in berg vruchtbare aarde en exposeert ze, in de hoop dat ze bloeien.