De langharige koningen uit de Frankische dynastie, die van de vijfde tot de achtste eeuw over onze gewesten regeerde, zullen wel blijvend in de schaduw staan van de Romeinse keizers die hen voorafgingen, en van de Karolingers die hen opvolgden. De militaire en politieke verdiensten van Clovis (ca 466-511), die een groot deel van Gallië onder zijn gezag bracht, mogen onbetwist zijn, noch hij noch zijn erfgenamen lijken in cultureel opzicht veel te hebben nagelaten dat de eeuwigheid zal trotseren. De bepaling uit hun veelbesproken Salische Wet daarentegen, die in een louter mannelijke troonopvolging voorzag, hield in België alvast stand tot 1991.
...

De langharige koningen uit de Frankische dynastie, die van de vijfde tot de achtste eeuw over onze gewesten regeerde, zullen wel blijvend in de schaduw staan van de Romeinse keizers die hen voorafgingen, en van de Karolingers die hen opvolgden. De militaire en politieke verdiensten van Clovis (ca 466-511), die een groot deel van Gallië onder zijn gezag bracht, mogen onbetwist zijn, noch hij noch zijn erfgenamen lijken in cultureel opzicht veel te hebben nagelaten dat de eeuwigheid zal trotseren. De bepaling uit hun veelbesproken Salische Wet daarentegen, die in een louter mannelijke troonopvolging voorzag, hield in België alvast stand tot 1991. De Merovingische Tijd leek wel stil te staan. Niettemin oefent hij tot vandaag een grote fascinatie uit op zeer diverse geesten. De fantast Pierre Plantard liet de halve wereld geloven dat hij afstamde van de Merovingische koning Dagobert II. Bestsellerauteurs trokken de bloedlijn door tot Jezus Christus ( Heilig Bloed, Heilige Graal en De Da Vinci Code). Maar er zijn ook historici, verzamelaars en archeologen die echte ontdekkingen blijven doen en een stukje glans verlenen aan wat sommigen nog bekijken als een schoolvoorbeeld van de duistere middeleeuwen. Met name uit de Henegouwse grond is niet alleen steenkool bovengehaald, en dan is het geen toeval dat het Koninklijk Museum van Mariemont in Morlanwelz opmerkelijke tentoonstellingen als De wereld van Clovis/Merovingische reiswegen in de wereld kan zetten. Wat ze niet tonen, zijn sculpturen of schilderijen, want die kwamen blijkbaar niet voor, en zelfs architectuur van enige importantie ontbreekt: kennelijk bouwden de Merovingische koningen geen paleizen en stelde de aristocratische elite zich tevreden met het oplappen van de villa's en het wegennet uit de Romeinse tijd. De gewone Salische Franken, die uit het Rijngebied werden verdreven en zich in onze streken mengden onder de autochtone Gallo-Romeinse bevolking, waren vooral boeren die eenvoudige houten huizen optrokken, bedekt met klei. Hun schatten, bovengehaald uit begraafplaatsen in de buurt van grote villa's, laten zien waarin zij echte meesters waren: de edelsmeedkunst. Hals- en armbanden, ringen en riemgespen, oorbellen en vooral de sluitspelden ( fibulae) waarmee de vrouwen hun kleren dichtknoopten, zijn strak van lijn, vaak geometrisch abstract, soms voorzien van gestileerde dier- en plantenmotieven. Er werd goud en zilver voor gebruikt, koper, ijzer en glas, maar de mooiste fibulae zijn bezet met donkerrode granaten. Ze werden uit de rotsen gehakt in India, reisden door naar Tunis, waar ze werden geslepen, en belandden uiteindelijk in de ateliers van de Frankische edellieden. Merovingische reiswegen waren niet in de laatste plaats uitgestrekte handelsnetwerken. De religieuze artefacten herinneren aan een speler die in de Merovingische tijd aanzienlijk aan belang won. Was het niet Remigius van Reims, aartsbisschop en wonderdoener, die koning Clovis doopte en daarmee diens hele volk bekeerde tot het christelijke geloof? Een zilveren doosje met een kruismotief uit de zevende eeuw, als amulet rond de hals gedragen ( bulla), heeft niet alleen zijn schoonheid maar ook zijn geheim bewaard. Tegen welk onheil moest het ronde ding een mens beschermen? Misschien tegen de dood, een kapittel dat in de expo aan bod komt aan de hand van skeletten en twee mooie graffragmenten uit kalksteen - het ene met een lijntjesmotief, het andere met een slang - en een kopie van het kalkstenen deksel van de sarcofaag van abdijstichteres Sint-Chrodoara, even strak gestileerd als de sieraden van de Frankische meesters in de edelsmeedkunst.