Vanaf meer dan 6 miljard kilometer afstand zag de planeet aarde eruit als een bleekblauw stipje, een stofje opgehangen aan een zonnestraal in het onmetelijke heelal. Dat stond op de foto die de onbemande ruimtesonde Voyager 1 op 14 februari 1990 de wereld instuurde. Het initiatief kwam van de bevlogen astronoom Carl Sagan. Hij beschouwde de Pale Blue Dot als het beste bewijs dat de mensheid niet te hoog van de toren moet blazen, en dat ze maar beter haar stipje - het enige waar ooit leven is aangetroffen - in ere kan houden in plaats van het naar de verdommenis te helpen.
...

Vanaf meer dan 6 miljard kilometer afstand zag de planeet aarde eruit als een bleekblauw stipje, een stofje opgehangen aan een zonnestraal in het onmetelijke heelal. Dat stond op de foto die de onbemande ruimtesonde Voyager 1 op 14 februari 1990 de wereld instuurde. Het initiatief kwam van de bevlogen astronoom Carl Sagan. Hij beschouwde de Pale Blue Dot als het beste bewijs dat de mensheid niet te hoog van de toren moet blazen, en dat ze maar beter haar stipje - het enige waar ooit leven is aangetroffen - in ere kan houden in plaats van het naar de verdommenis te helpen. Voortbordurend op die gedachte opperde het fotografenkoppel Albarran Cabrera dat de blauwe planeet heus wel de vergiftiging van haar oceanen, bodem en lucht zal overleven, alleen de mensheid zal dat niet doen. Met een rotvaart verwijderen we ons van de natuur waaruit we voortkomen. Het duo uit Barcelona nam zich voor om een herstel van die verbinding te bepleiten. Aan de hand van het hen vertrouwde medium fotografie neemt het ons mee op een imaginaire trip naar de oorsprong van de aarde waaruit alle leven ontstond, meer bepaald naar de zeeën. Ook in de Japanse scheppingsverhalen speelt de zee een prominente rol, zo ontdekte het echtpaar, en het trok naar Japan om er zich in de sfeer van de archipel onder te dompelen. Het blauw van de planeet aarde, afkomstig van de zee en de atmosfeer, was ook de kleur van het stipje op de foto van de Voyager, en het werd de titel van hun foto-expo Pale Blue Dot. Het kaft van het gelijknamige boek is oranje, de complementaire kleur van blauw op de kleurencirkel. Oranje als de warme, diepe gloed die landschappen doorstraalt, veroorzaakt door het gebruikte pigment en wellicht vooral door een onderlaag in bladgoud van de op fijn Japans papier afgedrukte foto's. De vele blauwschakeringen van het water, de lucht en hier en daar zelfs van de bergen. De met cyaan doordrenkte foto's zijn volgens het aloude fotografische proces van de blauwdruk ontstaan en verwijzen discreet naar het werk van Anna Atkins, de eerste vrouwelijke fotograaf. Ook de klassieke zilvergelatine- en bladpalladiumdruk leveren rijke, zilverachtige effecten op, de vrucht van een grote ambachtelijkheid. Voor Albarran Cabrera zijn foto's in de eerste plaats handgemaakte objecten. Als volleerde alchemisten experimenteren ze constant met manieren om ze te vervaardigen: een ingrediënt als zwarte thee, drukken op glas en mica, kooldruk. Het meest vertrouwde aspect van dit werk is de beeldtaal, geput uit de klassieke West-Europese schilderkunst, de Oost-Aziatische prentkunst en de landschapsfotografie. Zo doen sommige majesteitelijke uitzichten in sfeer en compositie denken aan de romantische landschappen van Caspar David Friedrich, maar dan zonder de figuur van de beschouwer op de voorgrond. Een aantal marines met de in hun schuim bevroren golven herinneren aan de doeken die Gustave Courbet wijdde aan het motief van La vague. Het klare, grafische lijnenspel kan zo naast de prenten van Hiroshige of Kawase Hasui worden gelegd, en zeker ook naast schilderijen van Léon Spilliaert met hun geheimzinnige nachtatmosfeer. Albarran Cabrera brengt zijn originele beeldmateriaal onder in enkele grote themagroepen. Voor een nieuwe expo of een boek maakt het duo daaruit een keuze, en drukken dan pas de foto's af in oplages van 10 of 20 exemplaren. Voor Pale Blue Dot koos het uit de groepen Kairos (de god van de innerlijke tijdsbeleving), Nyx (godin van de nacht) en ten slotte The Mouth of Krishna, waarin hun credo in één zin zit samengevat: in elk deeltje van het universum zit het gehele universum.