De filantropische Phoebus Foundation uit Antwerpen rekent het verzamelen, conserveren, bestuderen en exposeren van laatmiddeleeuwse en vroegmoderne kunst uit de Zuidelijke Nederlanden tot zijn kerntaken. Met een zwik portretten uit die tijd is de stichting te gast in het door KBC gerunde museum Snijders&Rockoxhuis, ooit de aanpalende herenhuizen van de schilder Frans Snijders (1579-1657) en burgemeester Nicolaas Rockox (1560-1640) in de Antwerpse Keizerstraat.
...

De filantropische Phoebus Foundation uit Antwerpen rekent het verzamelen, conserveren, bestuderen en exposeren van laatmiddeleeuwse en vroegmoderne kunst uit de Zuidelijke Nederlanden tot zijn kerntaken. Met een zwik portretten uit die tijd is de stichting te gast in het door KBC gerunde museum Snijders&Rockoxhuis, ooit de aanpalende herenhuizen van de schilder Frans Snijders (1579-1657) en burgemeester Nicolaas Rockox (1560-1640) in de Antwerpse Keizerstraat. Met een zelden geziene exuberantie palmde Phoebus het halve museum in, nestelde zich tussen de vaste verzameling, gaf de scenografie in handen van Walter Van Beirendonck en zocht nog drie extra locaties op, die nu wegens corona alsnog gesloten blijven. Uitgesproken religieuze portretten belandden in de naburige Keizerskapel, een reeks geschilderde kinderportretjes en kostbare rammelaars uit de verrassende verzameling van baggerfamilie De Nul sieren de gaanderij van de Carolus Borromeuskerk, en zowaar enkele pronkstillevens van Frans Snijders kwamen terecht op de zolder van Museum Vleeshuis. Curator Katharina Van Cauteren vat het begrip portret immers ruim op: elke beeldvoorstelling is ook een portret, 'van de eigenaar en de kunstenaar, van een tijdsgewricht en een samenleving'. Over exuberantie gesproken. Blind Date, de titel van de expo met al dat fraais, is anders vrij accuraat gekozen voor de parade van portretten in het Snijders&Rockoxhuis. Een deel ervan is immers beladen met mysterie omdat de geportretteerde, de schilder of zelfs beiden onbekend gebleven zijn. Wat ook kan, is dat hun namen de meesten onder ons niet veel meer zeggen. Bij nader inzien geldt de Blind Date evengoed voor de velen die ons met naam en toenaam bekend zijn maar die we voor de duur van een paar ogenblikken als voor het eerst diep in de ogen kijken. We ontmoeten ze dan ook niet elke dag van zo dichtbij, zoals ze echt gemaakt zijn en tot leven komen, op doek of paneel. Dan is de date plots niet meer zo blind, de afstand van eeuwen niet meer zo groot. Dat ze ons allemaal nog persoonlijk aanspreken, zou schromelijk overdreven zijn. Hoge geestelijken, vorsten en edelen wilden vooral imponeren. De afstandelijke blikken, stijve houding en staatsiekleding van de aartshertogen Albrecht en Isabella, ettelijke malen geschilderd in het atelier van Rubens, liegen er niet om. Ook de opkomende burgerij trok de black dress aan om zich een air van gewichtigheid te geven, maar gaf onder het penseel van grote meesters toch wat vaker blijk van enige emotie. In het Dubbelportret van een echtpaar wist Frans Hals zowel de gestrengheid van hun protestantse gezindte als de oprechte menselijkheid van hun blik te vatten. Michiel Sweerts liet een zacht fluwelig licht glijden over het gezicht en de betraande ogen van een modieus geklede jongeman, ten prooi aan een onbekend verdriet ( Portret van een man, ca. 1640). Een mooi meisje met een vruchtenkorf kijkt zo schalks en onbevangen omdat ze het volste vertrouwen heeft in de schilder, haar vader Jacob Jordaens ( Portret van Elisabeth Jordaens). Zijn Antwerpse barokbroeder Antoon Van Dyck liet zich zelden op zoveel spontaneïteit betrappen. Vele van zijn eclatant elegante portretten kunnen zelfs een soort van geblaseerde gewenning bij de kijker opwekken. Op het eerste gezicht is dat ook het geval met het Portret van een edelvrouw met papegaai. Ik liep er met routineuze bewondering aan voorbij tot ik later het grote boek bij Blind Date opensloeg. Mevrouw keek me niet alleen aan, ze begreep mij ook. Ik durf niet meer tegenspreken als iemand Van Dyck weer eens 'de beste portrettist' ooit noemt.