Geometrische abstractie is sinds Mondriaan niet meer weg te denken uit de kunst. Rudi Fuchs noemde hem ooit 'als voorbeeld voor een bepaalde houding: dat zoeken naar een stil evenwicht en heldere eenvoud in de formulering van het beeld.' In de jaren 1960 ontwikkelden Amerikaanse kunstenaars met het minimalisme een ruimtelijke variant. Ondertussen gebruiken we de term voor nagenoeg alle niet-representatieve kunst die zich beperkt tot de essentialia van lijn en kleur, vlak en materie, volume en gestalte, licht en ruimte. Een tentoonstelling als Figures on a ground, met zeventien kunstenaars, pioniers naast jonge turken, laat zien hoe vrouwen de mannenzaak van het minimalisme hebben omarmd, gecultiveerd en verrijkt.
...

Geometrische abstractie is sinds Mondriaan niet meer weg te denken uit de kunst. Rudi Fuchs noemde hem ooit 'als voorbeeld voor een bepaalde houding: dat zoeken naar een stil evenwicht en heldere eenvoud in de formulering van het beeld.' In de jaren 1960 ontwikkelden Amerikaanse kunstenaars met het minimalisme een ruimtelijke variant. Ondertussen gebruiken we de term voor nagenoeg alle niet-representatieve kunst die zich beperkt tot de essentialia van lijn en kleur, vlak en materie, volume en gestalte, licht en ruimte. Een tentoonstelling als Figures on a ground, met zeventien kunstenaars, pioniers naast jonge turken, laat zien hoe vrouwen de mannenzaak van het minimalisme hebben omarmd, gecultiveerd en verrijkt. Evelyn Simons en Eleonore de Sadeleer selecteerden werken op basis van hun 'precieze interne ordening en evenwichtige verhoudingen' en lieten zich leiden door een grondprincipe van de gestaltpsychologie: de perceptie van het geheel heeft meer te bieden dan de analyse van elk onderdeel apart. Minimal art wendt dat inzicht immers aan om de uitgepuurde onderdelen van een werk zo te schikken dat het geheel een maximale intensiteit uitstraalt. Ook Figures on a ground als geheel overstijgt de kracht van de zeventien werken afzonderlijk. Op elkaar afgestemd en geschikt in relatie tot de royale ruimte, het heldere daglicht en enkele lineaire architectuurelementen, vormen ze een totaalkunstwerk. Claudia Comtes brede zigzagstrepen in afnemende gradaties van grijs ritmeren de witte muren in de lengterichting. Ze harmoniëren met de zigzaglijnen in de gewelfribben tegen het gebogen plafond. Onderweg vormen ze verscheidene aanhechtingspunten: voor de oranje ruiten op zwart veld in een schilderij van Ann Edholm; voor twee tegen elkaar leunende monochrome panelen op de grond, door Marthe Wéry beschilderd in een ander grijs dan dat van Comte; voor een door Jessica Sanders met bijenwas bestreken doek dat de huid van een verkreukelde aardkorst krijgt, en tot slot voor vier van Comtes eigen modulaire driehoeken, babyblauw en zalmkleurig geschilderd en voor de gelegenheid samengebracht in de vorm van een ruit. Bij de schilders overwegen de lichte, naar het monochrome neigende tinten, aangebracht op platte, open vlakken. Afhankelijk van het licht en de beweging van de kijker laten retroreflecterende glasparels op het witte schilderij van Mary Corse een brede band van een ander wit verschijnen. Anne Truitt bracht eindeloos veel dunne lagen witte verf aan waaruit de figuur van een lumineus raster verschijnt, aangetast door een vreemde, rafelige grafietstreng. Agnes Martin trok met het liniaal horizontale grafietlijnen om de brede, gevoelig geschilderde zones van een waterig groen van elkaar te scheiden. Een scherp contrast toch met het klavergroene vlak op het zwarte veld bij Carmen Herrera, en zelfs met de zes vierkante paneeltjes in frisse kleurconfiguraties met temperaverf en bladgoud, ingegeven door de liefde van Mary Obering voor de Italiaanse renaissance. Zelfs herleid tot geometrisch abstracte vormen hebben het handvol sculpturen in Figures on a ground een zekere analogie met de menselijke gestalte met elkaar gemeen. Een verleidelijke, mateloos gepolijste figuur in warm koper bij Meg Webster. Julia Mangolds gesloten groep van drie strijdvaardige, zwarte steles, die in de reusachtige ruimte alleen het gezelschap dulden van een antropomorfe, modulaire kartonfiguur van Charlotte Posenenske en de onbeschaamd erectiele metaalstructuren die Sonja Kacem uit het zeildoek van haar twee tentjes laat puilen. Zeventienmaal minimaal, maar met verrassend veel bijwerkingen.Tot 14 december