Voor haar vehemente temperament was de exploratie van de vermaledijde wereld van Charles Baudelaire een geschenk uit de hemel. Aangezocht door Hafid Bouazza om zijn Nederlandse vertaling van Le Spleen de Paris (1863) te voorzien van beelden, liet Marlene Dumas (66) zich in recente schilderijen inspireren door de geëxalteerde beleving van de ideale schoonheid en het ontwaken in de ondraaglijke werkelijkheid: de centrale angel in de 50 prozagedichten van de beroemde poète maudit. Dat dubbele gevoel, vertolkt door een misogyne aanbidder van de goddelijke vrouw met diabolische trekken, zette zij om in een krachtige soevereiniteitsverklaring van de sterke vrouw - vorstin, moeder of kunstenares - onderhevig aan de onvermijdelijke aftakeling...

Voor haar vehemente temperament was de exploratie van de vermaledijde wereld van Charles Baudelaire een geschenk uit de hemel. Aangezocht door Hafid Bouazza om zijn Nederlandse vertaling van Le Spleen de Paris (1863) te voorzien van beelden, liet Marlene Dumas (66) zich in recente schilderijen inspireren door de geëxalteerde beleving van de ideale schoonheid en het ontwaken in de ondraaglijke werkelijkheid: de centrale angel in de 50 prozagedichten van de beroemde poète maudit. Dat dubbele gevoel, vertolkt door een misogyne aanbidder van de goddelijke vrouw met diabolische trekken, zette zij om in een krachtige soevereiniteitsverklaring van de sterke vrouw - vorstin, moeder of kunstenares - onderhevig aan de onvermijdelijke aftakeling door de Tijd. Dumas vergaf haar zielsgenoot de passages waarin een man in een oude verlepte vrouw nog altijd het edele raspaard herkent, of zich gevoelig toont voor de 'enerverende dwaasheid, de irritante middelmatigheid van de vrouwen'. En ze maakt integendeel met groot inlevingsvermogen enkele van Baudelaires grondmotieven tot de hare. Ze meet zich met oeroude, statueske iconen van vrouwelijke macht en zet die naar haar hand. Van de buste van de Egyptische koningin Nefertiti behield ze in haar schilderij het strakke, beeldschone gezicht, het betoverende rechteroog, de lege linkeroogkas en het verfrommelde rechteroor, maar gaf haar ook een bloederige mond en een baudelairiaans breed voorhoofd, bedekt met schilfers als van een mummie. Het hoofd van de Lady of Uruk, de Sumerische godin van de liefde en de oorlog, 3100 jaar geleden gesculpteerd, vertoont twee grote holten op de plaats van de ogen. Dumas gaf haar een blik die diep en donker is, overdekte haar gezicht met wilde vegen die een getormenteerde persoonlijkheid suggereren en tekende lichte blauwe contouren die de hemel binnenlaten in haar hoofd. De oud-Griekse priesteres Io werd door Zeus in de gedaante van een grijze wolk verleid en veranderd in een koe om haar tegen de banbliksems van zijn vrouw te beschermen. Al in 2008 schilderde Dumas het profiel van haar machtige kop in een staat van extase en pijn. De wolk die in haar gezicht blaast, gaf ze weer met een breed geveegde vlaag van dunne grijze verf, doorspekt met lange zwarte strepen, als voren in een akker. Zeus (Jupiter bij de Romeinen) maakt Io's voorhoofd en neus open - op het schilderij een lichtende, witte zone vol hemelsblauwe spatten, te associëren met de magnetische velden en de vulkanische activiteit op Io, de planeet die het dichtst bij Jupiter staat. Het is betekenisvol dat Dumas de kop van Io als een zelfportret schilderde. Van dat soort vrouwen is de bundel Le Spleen de Paris vergeven. In het prozagedicht La chambre double hebben ze 'ogen waarvan de vlam door de schemer heen dringt; die subtiele en verschrikkelijke kijkers die ik herken aan hun vreesaanjagende boosaardigheid! Ze verlokken, ze onderwerpen, ze verslinden de blik van de onverlaat die hen gadeslaat. Ik heb ze vaak bestudeerd, deze zwarte sterren die nieuwsgierigheid en bewondering afdwingen.' In Le désir de peindre heet het: 'Haar ogen zijn twee holen waar vaagweg het mysterie glinstert, en haar blik licht op als de bliksem: een explosie in de duisternis.' De bijzondere magie van de ogen treft ook in de portretten van Marlene Dumas, niet alleen van vrouwen. Bij de actrice Romana Vrede als Performer staan ze wijd open, starend en droef, bij Baudelaire vlammend en bitter, zoals zijn hele gezicht. Bij Hafid Bouazza kijken ze dromerig, doorgloeid van een heilig licht zoals als bij de apostel Paulus, geschilderd door El Greco.