C hère petite soeur, /ceci pour te donner/une idée de la mer/pendant la tempête/bonnes amitiés et à bientôt/Marie', zo stond er op de achterkant van de verdwaalde postkaart waarmee Marcel Broodthaers (1924-1976) een zwart-witfilmpje van 4 minuten vulde: Chère petite soeur (la tempête) uit 1972. De groeten van Marie ondertitelen een sequentie van beelden van een negentiende-eeuws zondagsschilderijtje waarop een schip in stormweer de haven nadert. Alsof de kunstenaar het uit zijn beeldentrommel had gehaald om ons te besmetten met zijn absurde ironie en zeker ook suggestieve nostalgie. Jacqueline Mesmaeker, geboren in 1929, had het jongere zusje van Broodthaers kunnen zijn.
...

C hère petite soeur, /ceci pour te donner/une idée de la mer/pendant la tempête/bonnes amitiés et à bientôt/Marie', zo stond er op de achterkant van de verdwaalde postkaart waarmee Marcel Broodthaers (1924-1976) een zwart-witfilmpje van 4 minuten vulde: Chère petite soeur (la tempête) uit 1972. De groeten van Marie ondertitelen een sequentie van beelden van een negentiende-eeuws zondagsschilderijtje waarop een schip in stormweer de haven nadert. Alsof de kunstenaar het uit zijn beeldentrommel had gehaald om ons te besmetten met zijn absurde ironie en zeker ook suggestieve nostalgie. Jacqueline Mesmaeker, geboren in 1929, had het jongere zusje van Broodthaers kunnen zijn. De onbekende Marie en de man die haar aan de vergetelheid ontrukte, moeten haar persoonlijk hebben aangesproken. En ze was niet de enige die in de ban kwam van de schijnbaar achteloze poëzie in Broodthaers' installaties, films, diareeksen, teksten, boeken en objecten. Ook de ouderwetse zorg die hij aan de presentatie van zijn conceptuele werk besteedde, bekoorden haar, ze was per slot een professionele styliste. Terwijl grote broer fijntjes de draak stak met het museum als instelling en daar als een verlosser werd binnengehaald, begon zij omstreeks 1975 in de schaduw eenzelfde weg op te gaan: kunst maken met gevonden beelden en ontleende woorden, voorwerpen ook, ontrukt aan hun context, voor elke tentoonstelling in een nieuw verband gebracht en vaak keurig ingelijst, bij voorkeur achter glas. De vrije associaties die zij op die manier tussen de dingen maakt, zullen best persoonlijk zijn. Maar iedereen die ernaar kijkt kan er zijn eigen verbeeldingswereld mee stofferen. Jacqueline Mesmaeker laat veel aan het toeval over in haar werk, maar niet de scheepjes op zee. Ze heeft er tenslotte 91 levensjaren op zitten, waarachtig een lange omvaart. De metafoor is universeel, het leven als een reis in nu eens kalme en dan weer woelige wateren. Het is een rode draad op haar grote tentoonstelling Ah, quelle aventure! in Bozar. Ze tekent boten op de wijze van kinderen of meer geabstraheerd en maakt er ook wonderlijk vertakte installaties mee. In Androgyne plaatst ze koerslijnbakens met oranje lichtjes voor oude reproducties van een dik wolkendek en van een woelige zee. Zo kan het ingebeelde vliegtuig veilig landen, het ingebeelde schip in nood toch nog de haven bereiken. En Melville (1891) bestaat uit een verweerd bootje uit gips en balsahout, vastgemaakt aan een zwart-witfoto van een bloemenzee, oplichtend in het donker. Zou dit geen beeld zijn van het eeuwige navigeren in een onmetelijke ruimte tussen licht en donker? Dromen en herinneringen haken in elkaar. Mesmaeker bouwde de installatie na die ze in 1977 optrok in de Brusselse Hospitaalstraat: een serre met panelen uit gerecupereerd glas, te smal om te betreden. Op een schermpje onderaan de installatie spelen Mickey Mouse-filmpjes. De stralen van een projector doen het glas flikkeren en tekenen met licht en schaduw de contouren van de serre tegen de zaalwand. De oorsprong van La serre de Charlotte et Maximilien ligt in de wandelingen die ze als kind met haar moeder maakte in de druivenstreek bij Overijse. Ze kwamen voorbij bouwvallige serres en het kasteel van Bouchout, waar de Belgische prinses Charlotte, waanzinnig geworden na haar mislukte avontuur als keizerin van Mexico, haar dagen sleet. Mesmaeker recupereerde de serreglazen voor haar installatie en ook voor het keurige inlijsten van Les Charlottes, een reeks groezelige fotokopieën van over elkaar heen geschoven beelden waaruit hier en daar de schim van de onfortuinlijke prinses opduikt. Zo ongrijpbaar en toch zo aanwezig als alles wat ons aan het verleden doet denken.