Een kleine zeshonderd jaar later begint De aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck zijn laatste geheimen prijs te geven. Tenminste, wat de botanica betreft. Telde men in 2005 zo'n dertigtal plantensoorten, dan zijn het er intussen zesenzeventig, niet allemaal even duidelijk te determineren. Bioloog Paul Van den Brempt en apotheker Hilde Van Crombrugge, die in 2016 een cataloguslijst opstelden voor een expoboek, ontdekten nadien nog de kruidvlier, het waterdrieblad, de ijzerhard en de grote kaardenbol. Ze konden nu immers kijken naar het gereinigde middenpaneel, waar het leeuwendeel van de soorten op staat. Het Maasland is er flink vertegenwoordigd.
...

Een kleine zeshonderd jaar later begint De aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck zijn laatste geheimen prijs te geven. Tenminste, wat de botanica betreft. Telde men in 2005 zo'n dertigtal plantensoorten, dan zijn het er intussen zesenzeventig, niet allemaal even duidelijk te determineren. Bioloog Paul Van den Brempt en apotheker Hilde Van Crombrugge, die in 2016 een cataloguslijst opstelden voor een expoboek, ontdekten nadien nog de kruidvlier, het waterdrieblad, de ijzerhard en de grote kaardenbol. Ze konden nu immers kijken naar het gereinigde middenpaneel, waar het leeuwendeel van de soorten op staat. Het Maasland is er flink vertegenwoordigd. Nieuwe foto's van het opgefriste schilderij, nieuwe hoofdstukken over de middeleeuwse kruidenvisie, de tuinsymboliek en Van Eycks allesomvattende aanpak wettigden een nieuwe versie van het boek. De becommentarieerde plantenlijst is herwerkt. Geologen Roland Dreesen en Frank Gelaude laten hun licht schijnen op de gesteenten in het Lam Gods. En kunsthistoricus Matthias Depoorter observeert de vogels aan de hemel van dat cruciale paneel waarop de crème van de gelovige wereld haar opwachting maakt. Ze komt er kijken naar het bloedige offer van het lam dat de mensheid zal verlossen. Aan de vroegste middeleeuwse denkbeelden hadden de gebroeders geen boodschap meer, kan men denken. Hoewel, het uitspreken van heidense bezweringsformules bij het plukken van kruiden vanwege hun magische en genezende kracht leidde rechtstreeks naar een door de kerk geamendeerde botanica. Daarin kon zowat alles wat groeit en bloeit worden voorgeschreven door de ultieme topdokter, Jezus Christus. Neem nu de tuingoudsbloem, doorlevend tot op vandaag zoals de hele flora op het Lam Gods. Wie haar volgens een strikt ritueel plukte, zegende en als amulet ging dragen, kon zich indien nodig uit de boeien bevrijden. En anders gebruikte hij haar tegen wel tien verschillende kwalen. God en de Van Eycks maakten geen onderscheid. Paardenbloem, madeliefje, scherpe of kruipende boterbloem en ander 'onkruid', ze hebben evenveel bestaansrecht als de blauwe iris, de witte lelie of de apothekersroos in de tuin. Die is deels aangelegd volgens het concept van de 'groene lusttuin', bedacht door de heilige Albertus Magnus (1193-1280). De eminente kerkleraar schreef een ruime partij fijn en niet al te lang gras voor waarin sterk geurende, geneeskrachtige kruiden staan, lieflijke bloemen en bomen met welriekende bloesems. De opvallende aanwezigheid van mediterrane flora kan in verband worden gebracht met de lange dienstreis die Jan Van Eyck maakte naar het Iberische schiereiland, waarbij hij onder meer de knappe Moorse tuinen in het koninkrijk Granada bezocht. De religieuze symboliek van de tuin als hemels paradijs steunt op het laatste boek van de Bijbel, de Openbaring door de apostel Johannes. En op basis van kleur en vorm is nagenoeg elk onderdeel van de flora drager van een symbool dat verwijst naar Jezus, naar Maria of naar allebei. Niet alle planten van het Lam Gods bleken exact identificeerbaar. Ondanks hun grote aandacht voor details gingen de broers soms vrij schematisch te werk. Zo vergaten ze blaadjes te schilderen aan de boterbloemen. Het onderscheid tussen ereprijs en maarts viooltje is niet altijd duidelijk. Sommige bloemen, vooral de gele of oranje, hebben voor altijd hun kleur verloren: tuingoudsbloem, stinkende gauwe en speenkruid zien er wittig uit. In een tuin die nochtans niet aan de seizoenen onderhevig is, staan heel wat bloemen niet in bloei. Zou een te grote kleurenweelde de harmonie van het geheel hebben verstoord?