Hij zette al langer spontane overwegingen, schilderijtjes en foto's op het net, maar de post die Atelier Broucke op 23 maart 2016 verstuurde, had een toon van urgentie die nooit meer helemaal zou verdwijnen. 'Gisteren kon ik niet schilderen.' De kunstenaar was in shock door de dodelijke terreuraanslagen in Brussel. De uitvoering van De Kruisweg van Franz Liszt op het Klarafestival was afgelast en hij luisterde nu op de radio naar de soloversie door pianist Jan Michiels. Daarna ging Koen Broucke aan zijn eigen piano zitten en speelde het werk helemaal na. Hij dacht terug aan de reeks doornenkronen die hij had geschilderd en geprojecteerd tijdens een Via crucis-tournee met Michiels in 2009. 'Vandaag wordt nog duidelijker hoe krachtig deze meta...

Hij zette al langer spontane overwegingen, schilderijtjes en foto's op het net, maar de post die Atelier Broucke op 23 maart 2016 verstuurde, had een toon van urgentie die nooit meer helemaal zou verdwijnen. 'Gisteren kon ik niet schilderen.' De kunstenaar was in shock door de dodelijke terreuraanslagen in Brussel. De uitvoering van De Kruisweg van Franz Liszt op het Klarafestival was afgelast en hij luisterde nu op de radio naar de soloversie door pianist Jan Michiels. Daarna ging Koen Broucke aan zijn eigen piano zitten en speelde het werk helemaal na. Hij dacht terug aan de reeks doornenkronen die hij had geschilderd en geprojecteerd tijdens een Via crucis-tournee met Michiels in 2009. 'Vandaag wordt nog duidelijker hoe krachtig deze metafoor is', zo sloot hij zijn post van die dag af. Wat heet vandaag? Op 18 maart jongstleden postte hij: 'Een kunstwerk kan geen virus tegenhouden. Maar een kunstwerk kan ons verplaatsen. Onze aandacht verplaatsen en weghalen van vicieuze cirkelende gedachten, angsten en pijnlijke gevoelens.' Hij kwam onder de indruk van het dagelijkse minipianoconcert door Daan Vandewalle tijdens de culturele lockdown in een leeg Concertgebouw van Brugge. Het leidmotief sprak Broucke bijzonder aan: ' Hands must no longer shake hands/Hands must no longer touch faces/But hands may still touch the piano' . Broucke zocht in zijn archief naar de handen van Vandewalle, die hij ooit had geschilderd toen de pianist op zijn tentoonstelling in Breda (2005) Liszt kwam spelen. Vervolgens vond hij het vel rijstpapier waarop hij datzelfde jaar met hevig geveegde nachtkleuren zijn vader aan de piano had geschilderd. Broucke was niet altijd even zachtaardig omgegaan met piano's. Tijdens performances kon hij ze lelijk mismeesteren: pedalen blokkeren, een vleugel losschroeven, het instrument van de grond tillen en 'onder oorverdovend geruis' laten vallen in een poging om de 'razernij' van Liszt te imiteren. Maar hij ontdekte ook dat hij de dynamiek van de performance kon overzetten naar het schilderen: 'De beweging is kleiner, maar preciezer en intenser geworden. Het is en blijft een omzetten van energie.' Hij had gelezen over de pianiste Maria Yudina, aan wie na een concert tijdens de Tweede Wereldoorlog gevraagd werd waarom ze een prelude van Bach zo hard had gespeeld. 'Wel, het is toch oorlog, nee?' was haar antwoord. In oktober 2018, tijdens een verblijf in de Academia Belgica in Rome, stelde hij bij het nakijken van het serienummer van de vleugelpiano tot zijn verbazing vast dat Steinway tijdens de oorlog 5000 piano's per jaar bouwde, op het einde van de oorlog nog maar 2000. Kleine en grote historische slagvelden, van Tielenheide tot Waterloo, liggen in het hart van zijn eigen oeuvre. Al wandelend tast hij hun topografie af, vertrouwt op zijn intuïtie om haast onzichtbare sporen te tekenen en nadien te schilderen - een vreemde oneffenheid in het landschap kan wijzen op een massagraf. Broucke, die ook historicus is, behaalde in 2019 een doctoraat in de kunsten dat als boek verscheen onder de titel Onder de roze duisternis van het slagveld. Voor de kunstenaar zijn slagvelden 'een metafoor voor het ondraaglijke, het onverklaarbare en het onaanvaardbare in ons menselijk tekort'. In volle coronacrisis postte hij: 'Vandaag hoor ik in de media veel oorlogstaal gebruiken. Ik wandel ergens ver in de periferie van dit wereldwijde slagveld, op de zo goed als verlaten autoweg langs de Maas. Door het wandelen vertraagt mijn observatie en ontwaar ik in de berm een dode wasbeer en iets verderop een dode ree. In andere omstandigheden was ik hieraan voorbijgereden'.