Noem het een canon van de schilderkunst in de Nederlanden van de 15e tot het voorlaatste kwart van de 16e eeuw, al is het aantal van 23 geportretteerde schilders, vanaf de gebroeders Van Eyck tot Frans Floris, nogal klein. Toch ontbreken grote namen als Hans Memling, Petrus Christus en Lanceloot Blondeel, domweg omdat er geen portretten van hen bekend waren. Dat Gerard David niet in de selectie zat, is minder begrijpelijk. Iedereen wist dat hij zichzelf had afgebeeld op het schilderij Maagd tussen Maagden, bewaard in het Musée des Beaux-Arts van Rouen. Voor de rest had uitgever Hieronymus Cock, initiatiefnemer van deze Pictorum aliquot celebrium Germaniae Inferioris effigies, zijn stinkende best gedaan om de portretten van de eminente ...

Noem het een canon van de schilderkunst in de Nederlanden van de 15e tot het voorlaatste kwart van de 16e eeuw, al is het aantal van 23 geportretteerde schilders, vanaf de gebroeders Van Eyck tot Frans Floris, nogal klein. Toch ontbreken grote namen als Hans Memling, Petrus Christus en Lanceloot Blondeel, domweg omdat er geen portretten van hen bekend waren. Dat Gerard David niet in de selectie zat, is minder begrijpelijk. Iedereen wist dat hij zichzelf had afgebeeld op het schilderij Maagd tussen Maagden, bewaard in het Musée des Beaux-Arts van Rouen. Voor de rest had uitgever Hieronymus Cock, initiatiefnemer van deze Pictorum aliquot celebrium Germaniae Inferioris effigies, zijn stinkende best gedaan om de portretten van de eminente dode schilders gegraveerd te krijgen door de beste vaklui en te voorzien van een poëtisch commentaartje in het Latijn door de Brugse humanist Dominicus Lampsonius. De canon blijft geldig en de oude meesters uit de Lage Landen zijn niet vergeten. Bernard van Orley in Brussel, Pieter Bruegel in Wenen en Jan van Eyck in Gent kregen onlangs tentoonstellingen van internationaal niveau. De bundel uit 1572 met de eregalerij waarin zij en hun bekende collega's poseren, brengt ons in herinnering dat er wel meer vernieuwers in het pak zaten. Hun beeltenissen konden gewoon worden herdrukt, maar de gedichtjes van Lampsonius werden door classicus Paul Claes in puntig Nederlands vertaald, en kunsthistorica Leen Huet gaf elke schilder een bladzijde met de samenvatting van zijn leven en verdiensten. Portretten van bekende schilders uit de Lage Landen is een simpel schot in de roos. Er valt ook pret te beleven aan het boekje. De meeste schilders zijn uitgedost alsof ze tot de aristocratische klasse behoorden, en het is waar dat ze er alles aan deden om te laten blijken dat ze niet zomaar een ambacht bedreven maar een edele kunstvorm. Een minderheid draagt geen opzichtig hoofddeksel of ornaat. Bij die uitzonderingen hoort Rogier van der Weyden. Blootshoofds, met een zachte blik en een reikende hand, straalt hij vooral zielenadel uit. Hij was niet voor niets de schilder van de grote emoties, en Huet stipt aan dat hij stichtingen naliet voor de armen in enkele Brusselse parochies. Dat de afbeelding van Dirk Bouts verwisseld werd met die van Bernard van Orley was een onschuldige vergissing. Maar de keuze om de beeltenissen van de broers Van Eyck te baseren op die van twee rechtvaardige rechters uit het gelijknamige paneel van Het Lam Gods was een dubieuze kunstgreep om de vaders van de Vlaams Primitieven niet uit de boot te laten vallen. De graveurs Cornelis Cort en Jan Wierix beschikten vooral voor de 15e eeuw over weinig betrouwbare voorbeelden. Het portret van Joachim Patinir is niet toevallig zo levensecht omdat Cort getrouw een tekening van Albrecht Dürer nabootste. Nu Claes de tekstjes van Lampsonius gevoelig verhelderde, komen de eigenaardigheden van de Brugse humanist pas goed naar voren. Hij grossierde in gemeenplaatsen, toonde zich bij wijlen erg subjectief en zelfs venijnig, terwijl hij af en toe blijk gaf van een gevoel voor humor en anekdote. De kernachtige omschrijving van de kwaliteiten van de diverse meesters mag vooral Leen Huet op haar naam schrijven. 'Het licht schittert' bij Jan van Eyck, die 'zijn schilderijen opbouwde in lagen, die elk op een bepaalde manier het licht doorlieten. Het eindresultaat is een juweelachtige gloed van kleuren.' Jheronimus Bosch was dan weer 'een Dante met het penseel'. Of ook: 'In Van der Weydens meesterwerk De graflegging van Christus vloeien tranen en bezwijmen mensen van verdriet.'