Met het onlinebieden op kunstwerken kunnen veilinghuizen proberen het coronavirus te omzeilen, zo ook Neumeister in München, waar eerstdaags een schilderij met een bewogen geschiedenis onder de hamer zou moeten gaan. Fiat Justitia! is een mild satirisch pareltje uit 1857 van de laatromanticus Carl Spitzweg (1808-1885), Duitslands meest geliefde schilder. Het werd definitief erkend als naziroofkunst en pas vorig jaar gerestitueerd nadat het zo'n zeven decennia lang de residentie van de Duitse bondspresidenten had opgefleurd.
...

Met het onlinebieden op kunstwerken kunnen veilinghuizen proberen het coronavirus te omzeilen, zo ook Neumeister in München, waar eerstdaags een schilderij met een bewogen geschiedenis onder de hamer zou moeten gaan. Fiat Justitia! is een mild satirisch pareltje uit 1857 van de laatromanticus Carl Spitzweg (1808-1885), Duitslands meest geliefde schilder. Het werd definitief erkend als naziroofkunst en pas vorig jaar gerestitueerd nadat het zo'n zeven decennia lang de residentie van de Duitse bondspresidenten had opgefleurd. Wellicht is daarmee nu gerechtigheid geschied, maar het aardige is dat het schilderij in kwestie elke eigenaar noopt tot een klein gewetensonderzoek. Geposteerd op een hoge sokkel bij de hoek van een publiek gebouw blaakt de Romeinse godin Justitia van gezondheid. De witte steen van het standbeeld gloeit onder het milde zonlicht. Op het eerste gezicht: een dankbetoon van de burgers van een kleine stad in het koninkrijk Beieren voor de weldaden van een gerechtige staat. Na een tweede, een derde en een vierde blik blijft er van de idylle niets over. Justitia mist een van haar twee weegschalen, haar blinddoek is over haar voorhoofd geschoven, een diepe scheur in de steen wijst erop dat ze al eens in twee stukken brak die haastig opnieuw op elkaar zijn gezet. Het onbehagen groeit wanneer we ten slotte in de schaduw om de hoek de vieze blik van een agent van de burgerwacht op ons gericht zien. Betrapt! Onder het mom van burgerlijke gemoedelijkheid bracht Carl Spitzweg discreet de trekjes aan van een politiestaat, zoals Beieren anno 1857 er ongetwijfeld één was. Wat komen zou, was onvergelijkelijk veel erger. Leo Bendel, een Poolse handelaar van Joodse origine die in Berlijn voor een grote tabaksfirma werkte, verloor zijn job na de machtsovername door de nazi's en deed uit noodzaak het grootste deel van zijn bezittingen en kunstcollectie van de hand. De Joodse galerie Heinemann in München kocht van hem in 1937 het schilderij Fiat Justitia! en verkocht het in 1938 aan Marie Almas Dietrich, die kunstwerken verzamelde voor het Führer- museum dat Hitler in zijn geboortestad Linz plande. Korte tijd later werd galerie Heinemann zelf onteigend en 'geariseerd'. In Wenen, waar hij zijn toevlucht had gezocht, bekeerde Leo Bendel zich tot het katholicisme en verzaakte aan zijn Poolse nationaliteit. Tevergeefs, Oostenrijk, inmiddels deel van het Derde Rijk, arresteerde hem als 'staatloze' Jood en stuurde hem naar het concentratiekamp van Buchenwald, waar hij in 1940 stierf. De weduwe ontving zijn gebreid vestje, een beugel, een bril, een broeksriem, 3,20 Reichsmark en een urne met zijn as. Het schilderij Fiat Justitia!, waarvan hij node afstand had gedaan, belandde in de zoutmijnen van Altaussee, het centrale depot waar de nazi's hun (roof)kunst in veiligheid hadden gebracht. Na het einde van de oorlog brachten de Amerikaanse geallieerden het werk onder in het Central Collection Point of Allied Forces in München. Omdat de herkomst ervan niet kon worden getraceerd, werd het overhandigd aan de Beierse minister-president Hans Ehard, voorzitter van het hooggerechtshof in München onder het naziregime. In 1961 werd het toegevoegd aan de verzameling van de Duitse Bondsrepubliek. In de overtuiging dat het schilderij Fiat Justitia! hun rechtmatig toekwam, ijverden de erfgenamen van Leo Bendel voor een restitutie. Enige sentimentele band met het schilderij zullen ze wellicht niet hebben, want een jaar na de officiële restitutie gaven ze het al in veiling. Het meesterwerkje van Carl Spitzweg met zijn wijze bespiegeling over gerechtigheid, verdient een bestemming in een publieke collectie.