Als Jan van Eyck zelf heeft mee geschilderd aan het paneeltje De Madonna bij de fontein (ca. 1440) dat zich in een privéverzameling bevindt, waarom is het dan minder subtiel dan de eerste versie uit het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten? De figuren en het gezicht van de Madonna zijn minder fijn, de licht-donkercontrasten minder diep, de meervoudige lichtreflecties minder schitterend, het borduurwerk minder glanzend. We hebben er het raden naar. Ze hangen mooi naast elkaar op de unieke Gentse expo, zodat het zonneklaar is welk van de twee paneeltjes de vrucht is van een 'optische revolutie'. Dat is goed, maar wie is dan precies verantwoordelijk voor de replica?
...

Als Jan van Eyck zelf heeft mee geschilderd aan het paneeltje De Madonna bij de fontein (ca. 1440) dat zich in een privéverzameling bevindt, waarom is het dan minder subtiel dan de eerste versie uit het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten? De figuren en het gezicht van de Madonna zijn minder fijn, de licht-donkercontrasten minder diep, de meervoudige lichtreflecties minder schitterend, het borduurwerk minder glanzend. We hebben er het raden naar. Ze hangen mooi naast elkaar op de unieke Gentse expo, zodat het zonneklaar is welk van de twee paneeltjes de vrucht is van een 'optische revolutie'. Dat is goed, maar wie is dan precies verantwoordelijk voor de replica? Het onderzoek over Van Eyck en zijn mogelijke assistenten in het Brugse atelier schoot nooit lekker op vanwege een schromelijk gebrek aan archieven. Men behelpt zich met materiële gegevens (signaturen, datering van de dragers, gebruikte media) en vooral stijlcriteria om werken die er enigszins eyckiaans uitzien, ergens onder te brengen. Het is even schrikken in de zaal waar geen van de geëxposeerde versies van De Kruisiging voldoende beantwoordt aan de door de samenstellers anders zo scherp gedefinieerde 'optische revolutie', ontketend door Van Eyck. Als hij inderdaad ooit zo'n dramatisch tafereel heeft geschilderd, waarom roepen de compositie, de nerveuze houding van de apostel Johannes en de sterke emoties in de versies van De Kruisiging uit Venetië, Padua en vooral Berlijn veeleer de geest van Rogier van der Weyden op? Wat was daar aan de hand in atelier Van Eyck? Het in Gent eenmalig bijeengebrachte werk biedt een nieuwe kans om tot andere inzichten te komen. En wat met het glanzende paneel van De drie Maria's bij het graf uit het museum Boijmans van Beuningen? Had men er op de tentoonstelling De Weg naar Van Eyck (2012, Rotterdam) al niet vruchteloos het hoofd over gebroken, dan was het nu een kluif voor nader onderzoek. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Berlijnse Kruisiging, gaan de samenstellers van de Gentse expo er niet van uit dat Jan er zelf een hand in heeft gehad. Ze beschouwen het als een werk uit zijn mysterieuze atelier. Maar waarom spoort het dan zo mooi met enkele van de belangrijkste kwaliteiten waaraan professor Maximiliaan Martens een echte Jan van Eyck herkent? In het grote expoboek heeft Martens het over een 'absolute beheersing van de olieverftechniek en de eindeloze variatie van texturen en materialen die hij erin wist weer te geven met de meest subtiele kleur- en lichtgradaties', en ook over de verhoogde 'lichtintensiteit door de refractie van licht in de glacislagen en de reflectie ervan op de witte grondering waardoor zijn schilderijen als "spiegels" zijn.' Voeg daarbij het geweldige stadsdecor en er blijft nog weinig over om niet in de verleiding te komen, De drie Maria's bij het graf aan Jan van Eyck toe te kennen. Toch is de kous daarmee niet af. In zijn bijdrage aan het expoboek schrijft Larry Silver dat de 'slechte bewaringstoestand' van De drie Maria's bij het graf een 'definitieve beoordeling van het schilderij bemoeilijkt'. Dat klinkt vreemd. Het hulpbehoevende paneel bleek in 2012 na restauratie in het Rotterdamse museum zozeer hersteld dat het zijn eenheid, zijn kleuren en diepte hervond, en opnieuw licht begon uit te stralen. Kunnen deze kwaliteiten aan iemand anders worden toegekend dan aan Jan van Eyck? Sommigen zien er de hand in van zijn oudere broer Hubert, een hand die ze ook al op een paneel van de Aanbidding van het Lam Gods hadden aangetroffen. En o ironie, elders dan in de archieven is er geen spoor van hem teruggevonden.